Hard//hoofd

Zomerboek 'Summer of 2069'

De komst van de vreemdeling

De tuinen 1

Tekst Gastbijdrage

In een hete zomer wordt een volkstuinencomplex opgeschrikt door de komst van een onbekende man. Een verhaal in zeven delen. Deze week: de komst van de vreemdeling.



Het was de avond van een lange warme dag. Op de weg kon je Avar zien, hij liep snel, zijn schep leunde op zijn schouder. Een vreemde tijd om nog aan het werk te zijn. Hij stond stil bij nummer 57. Het tuinhek van zijn huisje had de vorm van een opkomende zon, de tralies vormden de stralen. Hij had het zelf gemaakt.
Avar zette zijn schep tegen de muur en pakte zijn sleutel.
Op dat moment klonk er vanaf de weg een ongewoon geluid. Het was een zacht geratel: iets werd over het grind gesleept.
Avar deed een paar stappen richting de weg. Een donkere figuur liep aan de overkant in de berm, een koffer achter zich aanslepend. Avar draaide zich om en stootte zich aan de schep die tegen het muurtje stond. Het ijzer schraapte over het steen.
De figuur stond stil. Hij keek richting Avar.
‘Hee,’ riep hij.
Avar liep achteruit het donker in. Hij sloot de deur van zijn huisje achter zich.

De dood van Fernando



Midden op de tafel in de kantine lag een vogel. Het was een zwarte vogel, een kauwtje. Hij lag op zijn zij, zijn pootjes tegen zijn lijf gekruld. De borstkas was plat en ingedeukt. Hij bewoog niet.
‘Hij ligt als een baby,’ zei Peter uiteindelijk.
De anderen zeiden niks. Ze keken naar de vogel. Het was een warme dag en er kwam een vervelende geur van af.
Het was Avar die hem gevonden had. Peter had de hele ochtend door het tuinencomplex rondgelopen, zijn blik op de lucht gericht en roepend om zijn vogel. Hij had die vogel al sinds hij vijftien jaar was. Er was een ei uit het nest in zijn tuin gevallen, hij zette er een lamp op en noemde hem Fernando. De vogel was helemaal tam, je kon hem zo oppakken en in je handen houden. En overal waar Peter naar toe ging vloog Fernando achter hem aan.
Peter was een erg simpele jongen die weinig behoefte aan gezelschap had. Maar hij en Fernando waren onafscheidelijk. ‘s Avonds rende Peter rondjes om zijn huisje om de vogel af te schudden, voordat hij naar binnen kon gaan.
Nu was de vogel dood. Avar had hem achter het schuurtje bij de takkenversnipperaar gevonden. Nel Schenk had een schoenendoos gehaald en naast de vogel gezet.
‘Hij was gisteravond niet naar zijn hok gekomen,’ zei Peter. ‘Ik had er een vetbol ingelegd.’
Hij drukte op het borstkastje van de vogel.
‘Het lijkt wel alsof hij is fijngeknepen.’
Avar hoestte. ‘We moeten niemand zomaar beschuldigen,’ zei hij luid. ‘Dat is alles wat ik erover wil zeggen.’ Hij pakte de vogel op en legde hem in de schoenendoos. ‘Verder schijnt het zo te zijn dat er gisteravond laat een vreemdeling naar het volkstuinencomplex is gekomen. En het schijnt dat hij richting het schuurtje liep. Maar hoe dat precies zit weet ik niet.’
‘Er staat een man achter het raam,’ zei Nel Schenk.
Ze keken allemaal naar het raam. Er stond inderdaad een man achter het raam, en het was zonder twijfel de vreemdeling. Hij keek naar binnen. De tuinbewoners keken naar buiten. Niemand zei iets, er was alleen het geluid van het ingehouden snikken van Peter.


Illustratie: Bette Adriaanse



De brief



IK BEN DE BROER VAN JASPER IK PAS OP ZIJN HUIS NUMMER 13 TOT HIJ TERUG IS.
KEES
De brief hing op de deur van de kantine. Het was op net briefpapier geschreven, en met zilveren stukjes tape aan de deur geplakt. Het papier was vochtig van de ochtenddauw. Het moest er die nacht zijn opgehangen.
‘Waarom kan hij dat niet zelf komen zeggen?’ vroeg Avar. ‘En waarom moet hij het zonodig ’s nachts ophangen, als normale mensen slapen?’
Avar stond op het grindpad voor de kantine samen met zijn dochter Sunshine, Nel Schenk en Jaap, de penningmeester. Ze keken naar huisje 13. De vreemdeling lag in de tuin in een hangmat een sigaret te roken. Hij had een zonnebril op en het was niet duidelijk of hij ook naar hen keek. Sunshine stak haar hand op.
‘Niet doen,’ zei Avar.
Hij hield zijn hand boven zijn ogen om de zon tegen te houden en tuurde naar de overkant.
‘Hij lijkt helemaal niet op Jasper,’ zei hij.
Jasper was een grote, blonde man met een gezicht dat altijd een beetje rood was van de drank. Hij was de vorige zomer naar Canada vertrokken, en had zijn huisje achtergelaten zonder ook maar iets mee te nemen. Zijn kleren lagen op de stoel, zijn schoenen bij de deur, zelfs zijn boterhammen lagen nog op tafel toen hij vertrok. Hij was de voorzitter van het bestuur van het tuinencomplex geweest en dat was hij nog steeds, want niemand had zich aangemeld om hem te vervangen. Ze wachten eigenlijk gewoon tot hij terug kwam.
‘Hij heeft zijn naam ook heel onwennig opgeschreven,’ zei Avar. ‘Het lijkt helemaal niet alsof hij het al vaak heeft opgeschreven.’
‘Hij ziet er niet uit alsof hij Kees heet,’ zei Nel Schenk. ‘Hij ziet er eerder uit als een ..’ Ze woog wat klanken op haar tong, terwijl ze met haar hand wapperde. ‘Een Woe, Woewoe, ofzoiets.’
‘Nu woont hij in het huis van Jasper,’ zei Avar. ‘Wie weet hoe lang hij blijft.’
‘Er komen hier nooit nieuwe mensen,’ zei Nel Schenk. ‘En dan net nu dat met Peters vogel is gebeurd.’
Avar knikte langzaam. ‘Wij hebben het recht om ons prettig te voelen,’ zei hij.
Nel Schenk knikte ook.
Dat was een ding dat zeker was.
‘Jasper heeft aan zijn financiële verplichtingen voldaan,’ zei Jaap, die sinds het vertrek van Jasper niet alleen penningmeester was, maar in zijn eentje het volledige bestuur vormde. ‘Zolang aan alle financiële verplichtingen is voldaan mag je uitnodigen wie je wilt.’
‘Ik wil alleen maar zeggen dat als mensen je een vervelend gevoel geven dat iets betekent,’ zei Avar.
‘Mensen die je een vervelend gevoel geven moet je voor op je hoede zijn,’ zei Nel Schenk. ‘Zo simpel is het.’
Ze keken naar de vreemdeling die uit zijn hangmat was opgestaan en zijn kruiwagen pakte.
‘Iedereen is hier welkom,’ zei Jaap. ‘Zolang hij zich aan het reglement houdt.’
Avar wees naar de vreemdeling. Hij stond bij de algemene grindplaats en laadde zijn kruiwagen vol.

-

Bette Adriaanse is schrijfster en beeldend kunstenaar. Ze maakt tekeningen, schrijft fabels, verhalen, en heeft net haar eerste boek af. Ze publiceert in Engeland en Nederland. www.betteadriaanse.nl
We willen je iets vertellen. Hard//hoofd is al bijna tien jaar een vrijhaven voor jonge en experimentele kunst, journalistiek en literatuur. Een walhalla voor hemelbestormers en constructieve twijfelaars, een speeltuin voor talentvolle dromers en ontheemde jonge honden. Elke dag verschijnen op onze site eigenzinnige artikelen, verhalen, poëzie, kunst, fotografie en illustraties van onze jonge makers. Én onze site is helemaal gratis. Hoe graag we ook zouden willen; zonder jou kunnen we dit niet blijven doen. We hebben namelijk te weinig inkomsten om dit vol te houden. Met jouw hulp kunnen we de journalistiek, kunst en literatuur van de toekomst mogelijk blijven maken, en zelfs versterken. Als je ons steunt, dan maken wij jou meteen kunstverzamelaar door je speciaal geselecteerde kunstwerken toe te sturen. Verzamel kunst en help je favoriete tijdschrift het volgende decennium door. We zullen je eeuwig dankbaar zijn. Draag Hard//hoofd een warm hart toe. Word kunstverzamelaar
Deel
b
a
a

Hard//hoofd vecht voor de vrijheid van jonge makers om te kunnen maken wat ze willen. Word nu kunstverzamelaar en ontvang een gesigneerde Jan Hoek (én een prachtig Hard//hoofd-tasje).

Steun Hard//Hoofd