Hard//hoofd

Zomerboek 'Summer of 2069'

Eetverhaal

Het eetwezen

Tekst Hiske Versprille

Lang geleden, toen we jager-verzamelaars waren, was ons leven best wel kut. We gingen de pijp uit voor ons derde of anders voor ons dertigste, er waren wilde dieren en giftige planten, boze buren en enge ziektes, en nooit een kacheltje om onze harige handen aan te warmen. Veel brute narigheid in een veel te kort leven.

Maar een ding kon je ons niet ontzeggen: we kenden de verhalen achter ons voedsel. Zo vond Grompf onder een boom een paar eetbare knollen: niet die groene, zurige, maar die een beetje bruine met een pluim aan de bovenkant. Als je ze vers eet krijg je verstopping, wist hij; gewoon een paar dagen begraven tot ze zacht worden, dan zijn ze goed binnen te houden. Groempf, die rooie daar met die knots, heeft vorige week een groot eetbaar beest met horens doodgeslagen en mocht daarom vervolgens drie nachten achter elkaar erop bij Gruit, zijn vrouw. Grumpf had minder geluk: hij at de rooie besjes van die struik hier links, en die bekwamen hem slecht. Na zes dagen was hij dood, dus van die besjes bleven wij vervolgens af. Iedereen kende die verhalen, dat was van levensbelang.



Later leerden we hoe we de bruine knollen in onze achtertuin konden planten, en de beesten met horens gingen we tussen hekken houden. Plotseling was het niet meer genoeg om te weten hoe wijzelf op dit voedsel reageerden. We moesten ook bekend zijn met hoe deze mede-organismen zich tegenover hun buitenwereld verhielden. De kip wilde wel graan maar geen gras, de kat wilde geen graan maar wel muis, en de koe, de appel en de kropsla hadden ook allemaal weer zo hun voorkeuren. Om de hele boel een beetje tevreden te houden was daarom een complexe kalender van onderling verweven verhalen nodig: ‘s ochtends de koe, 's avonds met de kippen op stok, in oktober de appels en de kropsla onder een tentje. Het leven van de boer ging niet over rozen, al was het een stuk aangenamer dan bij Groempf en Gruit, zijn voorouders - zeker na de uitvinding van het wiel en vervolgens van de tractor en het kunstmest.

Hoe groter en ingewikkelder de wereld ondertussen is geworden, des te prettiger om niet alle verhalen over alles te hoeven kennen. Dat heeft te maken met gebrek aan tijd, aan kennis en aan overzicht. Piet ging dus alles leren over biet, terwijl Milou alles wist over de koe en Cor een tractor in elkaar zette. Wel zo gemakkelijk, natuurlijk. Je kunt geen aandacht hebben voor alles om je heen, want je kunt niet alles doen en ook niet alles weten.


Illustratie: Baukje Stamm



Maar soms, als je ‘s nachts in een vliegtuig zit en je kijkt naar beneden, of je rijdt met een trein langs een stad, dan kun je plotseling beseffen dat achter al die lichtjes een huisje is waar iemand ligt te slapen, een mens zoals jij met een geschiedenis, en een ingewikkeld innerlijk leven, en dit besef vult dan ineens je hart met een angstig soort ontroering over hoe groot en uitgebreid het allemaal is. Eng, maar ook mooi.

Datzelfde gevoel kreeg ik bij het zien van Unser täglich Brot, een prachtige en met prijzen overladen documentaire uit 2005, gemaakt door Nikolaus Geyrhalter. Ik schreef er al eens een TIP over. De film gaat over de geautomatiseerde landbouw en liet mij kennis maken met de appelsorteermachine, de kuikenontsnavelaar, de zalmenzuigslang en andere pareltjes van het systeem dat maakt dat we elke dag kunnen eten wat we willen eten. Er is geen tekst en geen muziek, je ziet ook bijna geen mensen. Alleen bedwongen natuur die verandert in voedsel, in een stroom die nooit stopt met voorbijrazen, en dat geluid: de ritmische en overweldigende hydraulische adem van de efficiëntie; de almacht van de technologie en het zoemen en kloppen van de lopende banden. 



En ik begreep toen plotseling dat ik al die tijd een heel verhaal helemaal niet gezien had omdat ik er met mijn neus te dicht op stond. Dat er een heel groot verhaal over ons eten was, waarvan ik niet eens wist dat het bestond. Soms is het ontzagwekkend, en maakt het me trots om de oneindige mogelijkheden die wij als mensen hebben, wat we hebben bereikt met onze inventiviteit en organisatie. Soms doet het me walgen door de ongevoeligheid: een gewelddadig doorberekend systeem dat de kosten laag houdt, ten koste van alles. 



Maar nu ik weet dat dit verhaal er is, kom ik het overal tegen.






We willen je iets vertellen. Hard//hoofd is al bijna tien jaar een vrijhaven voor jonge en experimentele kunst, journalistiek en literatuur. Een walhalla voor hemelbestormers en constructieve twijfelaars, een speeltuin voor talentvolle dromers en ontheemde jonge honden. Elke dag verschijnen op onze site eigenzinnige artikelen, verhalen, poëzie, kunst, fotografie en illustraties van onze jonge makers. Én onze site is helemaal gratis. Hoe graag we ook zouden willen; zonder jou kunnen we dit niet blijven doen. We hebben namelijk te weinig inkomsten om dit vol te houden. Met jouw hulp kunnen we de journalistiek, kunst en literatuur van de toekomst mogelijk blijven maken, en zelfs versterken. Als je ons steunt, dan maken wij jou meteen kunstverzamelaar door je speciaal geselecteerde kunstwerken toe te sturen. Verzamel kunst en help je favoriete tijdschrift het volgende decennium door. We zullen je eeuwig dankbaar zijn. Draag Hard//hoofd een warm hart toe. Word kunstverzamelaar
Deel
Hiske Versprille
b
a
a

Hard//hoofd vecht voor de vrijheid van jonge makers om te kunnen maken wat ze willen. We hebben voor 8 maart 300 kunstverzamelaars nodig om te kunnen blijven voortbestaan. Word nu kunstverzamelaar en ontvang een gesigneerde Jan Hoek (én een prachtig Hard//hoofd-tasje).

Steun Hard//Hoofd