Een fotograaf deed onderzoek naar de Zweedse rassenbiologie." /> Een fotograaf deed onderzoek naar de Zweedse rassenbiologie." />

Hard//hoofd

Zomerboek

Michiel Brouwer

Hardhoofd kiest

Tekst Beeldredactie

Hard//hoofd selecteert zorgvuldig uit een oerwoud aan mogelijkheden. In 'hard//hoofd kiest' wordt door de beeldredactie een relatief onbekende beeldend kunstenaar uitgelicht, wiens werk het volgens hard//hoofd de moeite waard is om te volgen. Deze keer fotograaf Michiel Brouwer uit Breda.



Michiel Brouwer (1985) las in een artikel in een Zweedse krant over Sami (een Scandinavisch oervolk) die het skelet van hun oma en opa terugeisten uit een archief. “Dat vond ik zo’n vreemd bericht”, zegt Brouwer in zijn atelier in Breda, “dat ik daar meer te weten over wilde komen.” Het resulteerde in een grootschalig fotografisch onderzoek met de titel Lapponensis - The influence of the Swedish race biology, dat gaat over de invloed van de Zweedse rassenbiologie op de Sami in Noord-Europa.

Michiel Brouwer

Doordat er nooit beelden bij het onderwerp van de Zweedse rassenbiologie zijn gemaakt, leeft het nauwelijks in Zweden, volgens Brouwer. “En hier in Nederland al helemaal niet. Tot op de dag van vandaag ontkent noch erkent de Zweedse regering wat de Sami is aangedaan, terwijl er genoeg bewijs voor is. Mijn doel is dat er beeld komt bij het verhaal van de geschiedenis van de Sami, zodat het publiek beseft hoe erg het is wat er is gebeurd in het verleden.”

Bijna vier jaar deed de in Alkmaar geboren Brouwer research naar de Sami, en hun geschiedenis, in Noord-Scandinavië. Hij begon het project aan het einde van zijn fotografiestudie aan de kunstacademie AKV|St. Joost in Breda. “Zweden was het eerste land ter wereld met een Rassenbiologisch Instituut dat onderzoek deed naar de verschillen tussen rassen. Ver voor de Tweede Wereldoorlog en nog eerder dan bijvoorbeeld Nazi-Duitsland. In Nederland zien wij Zweden als een voorbeeldstaat met zijn sociaal-democratische politiek, maar het land heeft ook een negatieve kant die nogal onderbelicht is.” Zweden was geen onbekende plek voor Brouwer. Zijn ouders, die er nog altijd wonen, namen hem er mee naar toe toen hij drie jaar oud was. In 2005 verhuisde hij terug naar Nederland om te studeren. “Voor mijn afstudeerproject heb ik een aantal maanden door Zweden gereisd. Om mensen te ontmoeten en onderzoek te doen in archieven. Ik wilde plekken fotograferen waarvan de overheid eigenlijk niet wilde dat ik er zou komen.”

Michiel Brouwer

Decennia lang nam de Zweedse overheid maatregelen met als doel om het Sami-ras te scheiden van het Arische Zweedse ras, legt Brouwer uit. Zo werden Sami mannen gecastreerd, gezinnen verplicht om te verhuizen en graven geplunderd om onderzoek te doen naar hun beenderen. “Ik heb beelden bij het verhaal gezocht, zodat bij een breder publiek bekend wordt dat de Sami lange tijd als tweederangs mensen werden gezien. Bovendien gebeurde dit allemaal met behulp van de wetenschap en waren het directe overheidsbesluiten, genomen door sociaal-democratische regering. Het stopte pas in 1958, toen het Rasbiologisch Instituut in Uppsala, nabij Stockholm, haar deuren sloot.”

Een voorbeeld van een plek waar Brouwer eigenlijk niet mocht komen, was de kelder van de universiteit van Stockholm waar lange tijd de beenderen lagen van tientallen overleden Sami mannen en vrouwen. “De eerste keer dat ik daar was, zei ik dat ik studeerde en even wilde rondneuzen. ‘Toevallig’ had ik een camera in mijn tas. Later hielp een contactpersoon mij om daar binnen te komen. In die kelders lagen tot kort geleden de beenderen van Sami die de opa of oma zijn geweest van mensen die nu nog leven. Veel van die beenderen zijn aan het begin van de twintigste eeuw door de rasbiologen geplunderd van begraafplaatsen. Nu zijn er Sami die deze beenderen terugeisen zodat hun voorouders alsnog een respectvolle begrafenis kunnen krijgen.”

Michiel Brouwer

“Doordat ik een soort van boers-noordelijk dialect spreek, maakte ik tijdens mijn reis door Zweden gemakkelijk contact met de lokale bevolking. Dat ik in mijn eentje in een oude Mercedesbus uit ’73 reisde, hielp ook. Vaak bleef ik langere tijd op één plek. Een keer bracht ik een week door bij hetzelfde gezin.” Dat Brouwer net als de Sami ook twee identiteiten met zich meedraagt, namelijk de Zweedse en de Nederlandse, zorgde er volgens hem voor dat mensen hem al snel vertrouwden. “Ik heb mij lang afgevraagd of ik Nederlander ben of een Zweed. Daardoor kon ik denk ik ook iets makkelijker doorvragen tijdens gesprekken met Sami. Ze wisten dat ik net als hen ook in twee culturen leef.”

Michiel Brouwer

Brouwer wil deze zomer een (foto)boek uitbrengen met de resultaten van zijn fotografisch onderzoek. Het idee is dat het boek kan worden uitgebreid op het moment dat er weer nieuwe ontwikkelingen zijn, legt hij uit. “De Zweedse staat neemt nog steeds geen grootschalige maatregelen om nu eens hélemaal uit te pluizen wat er precies is gebeurd in het verleden. Gooi die kelders open, bijvoorbeeld. Speel open kaart. Het is een soort van droom van mij dat, hoe cliché dat misschien ook klinkt, er een eindhoofdstuk in het boek komt dat gaat over het officiële besluit dat alle schedels en skeletten worden teruggegeven aan de Sami. Er liggen nog zo veel beenderen op een graf te wachten. Het lijkt mij bijvoorbeeld prachtig om een begrafenisstoet te fotograferen van een Sami familie die één van haar voorvaderen gaat herbegraven. Voorlopig zit dat er helaas niet in, ben ik bang.”

--
Bemachtig via Voordekunst een unieke publicatie, gesigneerd en wel.

Tekst door Quirinus Martijn
Deel op of
b
a
a