De wereld tussen sport en muziek." /> De wereld tussen sport en muziek." />

Hard//hoofd

Zomerboek 'Summer of 2069'

Benjamin Winter

Interview

Tekst Melle Kromhout

Benjamin Winter

[audio:http://www.hardhoofd.com/wp-content/uploads/2009/10/Audio-Benjamin-Winter-Lighter-Side.mp3]

Track: Benjamin Winter and the Make Believe - Lighter Side (van het album The Wind Blows Way Up High)

Benjamin Winter is een Amerikaanse singer-songwriter. Samen met zijn Nederlandse vriendin woont hij de ene helft van het jaar in San Fransisco en de andere helft in Amsterdam. Nadat hij door een blessure werd gedwongen om zijn carrière als American Football speler voortijdig af te breken, tourde hij met verschillende indierockbandjes door de Verenigde Staten. In 2005 bracht hij vervolgens in eigen beheer zijn eerste soloalbum Amber Alley and After uit, waarvan hij maarliefst 2000 exemplaren verkocht. Winter schrijft rijk gearrangeerde, warme songs over veelal maatschappelijke thema’s en tourt regelmatig met zijn begeleidingsband The Make Believe door Noord Amerika en Europa. Op 14 Oktober 2009 wordt zijn nieuwe album The Wind Blows Way up High gepresenteerd in Paradiso in Amsterdam.

Omdat het café waar wij hadden afgesproken nog niet open bleek te zijn, sprak ik met Benjamin in een enigszins rumoerig hotel-restaurant in de buurt van het Centraal Station. We spraken uitvoerig over de overeenkomsten tussen sport en muziek, het grote belang dat hij aan zijn teksten hecht, het ambacht van het schrijven en opnemen van liedjes en de betekenis en kracht van muziek in het algemeen en zijn muziek in het bijzonder.

Ik wil beginnen met een vraag die misschien voor de hand ligt. Er wordt vaak de nadruk gelegd op het feit dat je eerst een carrière als American Football speler had, voordat je muzikant werd. Zijn er overeenkomsten tussen sport en muziek?

"Ja. Mijn bandgenoten hadden waarschijnlijk liever dat er minder overeenkomsten zijn, want ik gedraag me af en toe als een coach! Van mijn vijfde tot het moment dat ik geblesseerd raakte, op mijn 22ste, stond ik op het veld. Ik hield altijd van muziek, speelde piano, gitaar en zong, maar ik nam het nooit serieus, omdat ik wist wat ik wilde doen waar ik het beste in was. Op het moment dat ik geblesseerd raakte was ik maar één stap verwijderd van een professionele footballcarrière en van het ene op het andere moment is alles waar je voor gewerkt hebt verdwenen en ben je heel iemand anders.

Muziek en football zijn totaal verschillend, maar maken allebei deel uit van wie ik ben. Discipline is heel belangrijk voor beide. Focus, vastberadenheid; dingen telkens opnieuw doen, herhalen, oefenen. Een sportcoach zegt “doe het nog eens, doe het nog eens, doe het nog eens!” en je herhaalt iets vijftig keer. Die ervaring zorgt ervoor dat ik dat ook in een repetitieruimte kan. Ik denk dat sport je een boel leert over het leven in het algemeen; daarom is het zo populair en zo belangrijk voor kinderen. Dus, ja, er zijn overeenkomsten."

De mentaliteit?

"Ja, de manier waarop je dingen benadert. Je moet natuurlijk wel een balans vinden, want het is geen footballwedstrijd. Ik moet mijzelf dan soms ook dwingen rekening te houden met hoe andere mensen denken, zeker als ik een repetitie leid. Het is geen wedstrijd."

In je biografie staat dat je muziek wil maken ‘die mensen raakt, of dat nu ontroering of blijdschap betekent.’ Dat is natuurlijk een beetje een gemeenplaats. Het kan alles betekenen. Kan je er wat meer over zeggen? Wat bedoel je er specifiek mee?

[lacht] "Dat is een hele grote vraag. Maar ik hou van grote vragen, ik vind het belangrijk in dit soort kwesties te duiken, we hebben per slot van rekening niet meer liefdesliedjes nodig. Als een nummer van mij een liefdesliedje is, dan is het meestal behoorlijk hardvochtig. Ik schrijf geen nummers om mijn gevoelens uit te drukken. Ik ben erg maatschappelijk betrokken. Als ik zeg dat ik mensen wil raken, dan bedoel ik dat ik mensen aan wil moedigen om in contact te staan met hun spiritualiteit en met elkaar. Ik heb fotografie gestudeerd en hield me destijds bezig met journalistiek en maatschappelijk commentaar. Wat is onze conditie als mensen, spiritueel en maatschappelijk? Daar wil ik naar kijken. Dat was waarom ik aan fotografie deed. Toen ik muziek begon te schrijven, kwamen dezelfde onderwerpen in mijn muziek terecht. Hoe gaan we met elkaar om?"

"We moeten met elkaar in contact komen, want we zitten allemaal in hetzelfde schuitje. We moeten ontdekken wat we met elkaar gemeen hebben en van daaruit verder gaan. We leven in een behoorlijk afgestompte wereld, in een afgestompte tijd; laten we onszelf eens onder de loep nemen. Omdat ik steeds van San Fransisco naar Nederland reis en op tour in de meeste continenten geweest ben, ben ik in staat om te vergelijken en te zien wat de overeenkomsten tussen mensen zijn. Als je naar de teksten op het album luistert – wat ik hoop dat men doet, want het is heel belangrijk voor mij – hoor je dat het commentaar op onze tijd is."

Ik las een interview waarin je zei dat 'teksten de gedeeltes van de liedjes zijn die het makkelijkst ontstaan' Wat zegt dit over de muziek. Is dat lastiger? Hoe ontstaat het?


"Mensen vragen altijd hoe je een nummer schrijft. Hoe je begint, in welke volgorde je schrijft. En het beste antwoord is, denk ik, dat de beste nummers - de nummers die blijven – degene zijn die gewoon ontstaan. Elke songwriter heeft van die momenten dat hij een goed stukje heeft en denkt 'dat moet ik afmaken.' Voor mij zijn dat uiteindelijk nooit de sterkste nummers. De sterkste nummers zijn degene die er al zijn en er alleen maar uit hoeven te komen: uit mijn mond, uit mijn handen en als ze daar niet uitkomen uit mijn poriën. Alsof het uitgekotst moet worden. Dingen die zo’n lawaai in je binnenste maken dat ze wel een nummer moeten worden. Dat is waar talent om de hoek komt kijken. Als je het talent hebt om een liedje te schrijven of om, bijvoorbeeld, psychiater te zijn, wat je talent ook is: gebruik het! Op die manier vertaal ik mijn observaties. Hopelijk bereikt het mensen en kan ik iemand helpen om de kwesties waarover ik zing beter te begrijpen."

Je nieuwe album is heel gedetailleerd. Je kan duidelijk horen dat je veel aandacht besteedt aan de arrangementen. Ik ben altijd geïnteresseerd in het ambacht van de muzikant. Kan je iets vertellen over de weg van een nummer schrijven, naar het arrangeren en uiteindelijk opnemen?

"Over het algemeen ga ik pas naar de band als een nummer af is."

Wat is 'af'? Is dat alleen op een gitaar of een piano of heb je ook al een arrangement in gedachte?

"Meestal op een gitaar, maar met een heel duidelijk beeld van de andere partijen. Ik hoor het hele nummer en zoek de akkoorden op de gitaar of piano. Dan ga ik naar de bandleden en zeg, bijvoorbeeld, 'Ik hoor dit op de cello.' Maar Jonas is een briljant cellist, dus die heeft meestal een beter idee. Dat proberen we dan te combineren. Zo gaat het met de hele band: 'Ik hoor dit, probeer dit eens' en dan vanaf daar verder, totdat we het gevoel hebben dat het nummer helemaal af is."

"Opnemen is weer een heel andere kwestie. Dan moet je je afvragen of het echt af is; of het echt is wat het moet zijn. Misschien is een nummer snel afgemaakt om het live te kunnen spelen. Je bekijkt het dus opnieuw en denkt: 'Misschien moet er een orgeltje bij, of wat gepingel op een piano of een vrouwenstem.' Voor dit album hebben we dat heel uitvoerig gedaan, omdat we de tijd hadden. We hebben opgenomen in een studio in Koog Zaandijk. Heel rustig en stil. René de Vries heeft het album geproduceerd en speelt ook mee. Hij is een vriend van ons, dus er was geen haast. Als je een tijdslimiet hebt gaat het mis, maar dat was niet het geval: er kwamen vrienden langs, zo’n twaalf mensen hebben op het album meegespeeld. Het was ontspannen en dat was heel belangrijk voor het opnameproces."

Je zei ergens dat in twaalf jaar opname-ervaring dit de eerste keer was dat je er echt van kon genieten. Wat was er zo frustrerend bij eerdere opnames?


"Ik was jonger. Je gaat door verschillende fases als songwriter. Ik realiseerde me dat het vaak een ontzettend stressvolle situatie is, omdat het iets is dat af moet. Ik vond sommige dingen leuk, maar niet het hele proces. Ik ben een ontzettend gefocust persoon en ik denk dat ik nu een beetje rustiger aan het worden ben."

"Dit album is meer folky, het is warmer en op muzikaal gebied meer volwassen. Ik ga terug naar mijn wortels. Mijn ouders waren cowboys en boeren, dus ik groeide op met countrymuziek. Dat komt er nu uit, nu ik ouder ben. En dat is prima."

Het nummer The Borders Bleed is behoorlijk lo-fi opgenomen. Je hoort het kraken van de piano en aan het eind van de song is er een coda dat met maar één microfoon lijkt te zijn opgenomen. Ik vind dat altijd een interessante keuze. Waarom doe je dat? Wat betekent het?

"Het kwam voort uit mijn behoefte om eerlijk te zijn. Ik hou van de manier waarop een artiest, zoals bijvoorbeeld Bright Eyes, gewoon een microfoon in een kamer zet en begint te schreeuwen. Ik wilde dat dit een eerlijk nummer zou worden, omdat ik mezelf er in blootgeef. Een heel gepolijst geluid, zoals sommige pianonummers van David Gray, vond ik voor dit nummer niet gepast. Dus hebben we gewoon een aantal microfoons en een oude piano neergezet. Het nummer gaat daardoor leven. Uiteindelijk is het overigens alsnog heel veel werk om het presentabel te laten klinken. Ook al is het dan lo-fi, het is niettemin een gericht idee: we hebben niet gewoon één microfoon neergezet en maar wat gedaan."

"Het nummer gaat over grenzen, tussen Amerika en Europa. Mijn vrouw is Nederlandse en wij hebben echt twee levens. Het nummer gaat over deze totaal verschillende levens. Mensen denken dat het romantisch is, een half jaar in Amsterdam en een half jaar in San Fransisco leven, en het is natuurlijk fantastisch en we genieten er van, maar toen ik voor het eerst hier was moest ik met die twee totaal verschillende werelden praten. Ik had een heel uitgebreid sociaal leven en gaf dat op om met dit Nederlandse meisje dat ik op het strand van Barcelona had leren kennen te zijn. Het nummer is een reflectie op het 'bloeden' van die grenzen; het gaat over de poging die twee werelden met elkaar te verbinden, met elkaar te verenigen."

Je begeleidingsband heet “The Make Believe.” Waar komt die naam vandaan?

"Ik wilde de band niet gewoon 'Benjamin Winter' noemen, omdat ik er niet van hou in mijn eentje op het podium te staan. Ik kan wel twintig minuten in mijn eentje spelen, maar de nummers hebben de band nodig om te zijn wat ze moeten zijn: de arrangementen zijn cruciaal. Op een avond zat ik naar een behoorlijk cheesy gaelic-zigeuner-folk-ding op tv te kijken, dat eigenlijk stiekem best heel goed was. Ik bedacht me toen hoe je in een wereld van schijnvertoningen kan verdwijnen. Wat is echt en wat niet? Zo kwam 'The Make Believe' in me op: misschien kunnen wij mensen ook laten geloven dat er meer is dan ze kunnen zien. Maar de naam heeft verschillende lagen, het kan een heleboel dingen betekenen."

"De band verandert bovendien telkens, dus het heeft ook iets mystieks. In plaats van te proberen vijf muzikanten bij elkaar te houden, wat heel lastig kan zijn, heb ik geprobeerd een soort poel van muzikanten te maken, zodat we vooruit kunnen plannen. Als je maar één tour meedoet, dan ben je een Make Believe voor een paar maanden. Het is beter om een poel van tien mensen te hebben die af en toe kan wijzigen, dan om te proberen vijf mensen bij elkaar te houden en mee te nemen over de hele wereld. Er is bovendien niet genoeg geld om dat te doen."

Je had het over iets dat misschien heel cheesy is, maar je niettemin raakt. Dat is belangrijk met muziek, het kan je op heel veel verschillende manieren raken.

"Ja, slechts een klein stukje; zelfs als het niet de muziek is waar je normaal gesproken van houdt, kan er iets in zitten dat je raakt. En dat is waar je aan vasthoudt, al deze kleine indrukken maken wat we zijn. We filteren ze: welke willen we, welke blokkeren we. In bijna alles kun je iets moois vinden."

Benjamin Winter and the Make Believe staan op 14 oktober in de kleine zaal van Paradiso, Amsterdam, voor de Nederlandse release van 'The Wind Blows Way Up High.' Daarna zijn ze onder andere te zien in Groningen, Rotterdam, Almelo en Barneveld.
We willen je iets vertellen. Hard//hoofd is al bijna tien jaar een vrijhaven voor jonge en experimentele kunst, journalistiek en literatuur. Een walhalla voor hemelbestormers en constructieve twijfelaars, een speeltuin voor talentvolle dromers en ontheemde jonge honden. Elke dag verschijnen op onze site eigenzinnige artikelen, verhalen, poëzie, kunst, fotografie en illustraties van onze jonge makers. Én onze site is helemaal gratis.

Hoe graag we ook zouden willen; zonder jou kunnen we dit niet blijven doen. We hebben namelijk te weinig inkomsten om dit vol te houden. Met jouw hulp kunnen we de journalistiek, kunst en literatuur van de toekomst mogelijk blijven maken, en zelfs versterken.

Als je ons steunt, dan maken wij jou meteen kunstverzamelaar door je speciaal geselecteerde kunstwerken toe te sturen. Verzamel kunst en help je favoriete tijdschrift het volgende decennium door. We zullen je eeuwig dankbaar zijn. Draag Hard//hoofd een warm hart toe. Word kunstverzamelaar
Deel
Melle Kromhout
b
a
a

Hard//hoofd is al bijna tien jaar een artistieke en journalistieke vrijhaven voor jong talent en experiment. Elke dag verschijnen op onze site eigenzinnige artikelen, verhalen, poëzie, kunst, fotografie en illustraties van onze jonge makers. Helemaal gratis. We kunnen dit niet blijven doen zonder jouw hulp. Als je ons steunt, dan sturen we je als dank de interessantste Hard//hoofd-kunstwerken toe. Word kunstverzamelaar en help Hard//hoofd het volgende decennium door.

Steun Hard//Hoofd