Hard//hoofd

Kunst als oefenruimte. In gesprek met Ola Lanko / Luister hier de podcast

Ontmoetingen op papier VIII

Tekst Gastbijdrage &
Illustratie Nina Maissouradze

Acht weken lang, iedere zondag een verhaal van Joost Baars, geïllustreerd door Nina Maissouradze. Al meer dan vijftien jaar werkt Joost in boekwinkels. De verhalen die hij tijdens zijn werk oppikt zijn haast even mooi als de boeken die hij verkoopt. Dit is de laatste aflevering van de serie.


U bent welkom (van negen tot zes, want ik ben Manny Bianco niet)

In een post op De Contrabas noemt dichter en blogger Chrétien Breukers mij een humanist, omdat ik zeg van mensen te houden als ik boeken verkoop. Maar met “beminnen” bedoel ik natuurlijk niet dat ik uw menselijke (al te menselijke) eigenschappen bejubel, of dat ik, zoals Breukers schrijft, “liefhebber” ben van “de mens in het algemeen”. Dát lijkt me de humanistische opvatting van liefde, die dus vooral in de blik van Breukers zelf zit. Ik bedoel het meer in bijbelse zin, dat de boekverkoper (en ik denk: ieder mens) altijd open moet staan voor mensen die er andere opvattingen en verlangens op nahouden. Zelfs als die hem tegen de borst stuiten. Maar dat wil natuurlijk niet zeggen dat ze hem niet tegen de borst stuiten.

Het alternatief is namelijk dat je verlangt dat de hele wereld als jij is, en dat is een garantie op erg veel teleurstellingen. Dan loop je het gevaar een bittere oude man (of vrouw) te worden. Dan ga je dingen schrijven als: "Boekverkopers zijn (...) hoeders van een cultuur die waar ze bij staan aan het instorten is." Dan word je als Bernard Black van de Britse sitcom Black Books, die een boekwinkel heeft waar voor het raam in de deur een bordje hangt waarop aan beide zijden 'closed' staat.



Black Books is natuurlijk onder boekverkopers een geliefde serie. In de eerste plaats omdat Bernard Black dingen hardop zegt die wij vaak denken. Op een dieper niveau denk ik dat het voor iedere serieuze boekverkoper een reëel gevaar is om Bernard Black te worden. Om Black lachen is een manier om om de Bernard Black in jezelf te lachen, om er zo voor te zorgen dat je Bernard Black niet wordt.

Een vraag die ik verbazend vaak krijg, is: “Ik houd niet van lezen, wat raadt u mij aan?” Bernard Black zou zeggen: ga iets anders doen en val mij niet lastig. Hij zegt het zelfs tegen mensen die wel van lezen houden (maar natuurlijk altijd het verkeerde boek lezen, of lezen om de verkeerde redenen). Het is het antwoord van de zelfbenoemde hoeder van de zuivere leescultuur, en Black Books gaat dan ook uiteindelijk over het verlangen naar ideologische zuiverheid, over iedereen die in zichzelf een “hoeder” ziet. Maar wie “hoedt”, kan niet tegelijk “gehoed” worden. Anders gezegd: als je een cultuur zou willen bewaken, kun je dat alleen doen als je bereid bent er ook met één been buiten te staan. De echte hoeder van leescultuur zou dus bereid moeten zijn om de stap uit zijn leescultuur te wagen, en een open gesprek aan te gaan door op eerdergenoemde vraag te antwoorden: “Waarom houdt u niet van lezen?”

Bernard Black is daar niet toe bereid. Hij geeft geen centimeter toe. Daarom is iedereen die zijn winkel binnenkomt en die niet als hij is – en dat is dus iedereen – niet zozeer een klant, maar eerder een indringer die zijn boekenheiligdom komt verstoren. Dat maakt zelfs het kopen van een boek een misdaad tegen de cultuur die hij aan het hoeden is, omdat hij zich tegelijkertijd in die cultuur wil verschansen, erin thuis wil zijn en er niet meer uit wil komen. Hij wil, met andere woorden, zelf ook gehoed worden door de cultuur die hij hoedt. Mensen die boeken kopen, slaan leegtes in zijn volmaakte wereld die hij niet kan opvullen.

Black zou hoeder kunnen zijn  zónder ook gehoed te willen worden door wat hij hoedt. Dan zou hij het vermogen hebben zich te realiseren dat degene die zijn cultuur verstoort, die tegelijkertijd ook uitbreidt en daarmee bestendigt.

Natuurlijk, Bernard Black is ook de belichaming van wat volgens sommigen intellectualisme is of zelfs zou moeten zijn. Je bent de hoeder van een cultuur en die mensen die er geen weet van hebben zijn dan domme sukkels. Dat verklaart volgens mij het toontje van licht verongelijkte ironie of cynisme waarmee sommige schrijvers en commentatoren zich menen te moeten tooien: het verschaft je een autoriteit waarin je je tegelijkertijd veilig kunt verschansen.

Sommige klanten zijn ook zo. Ze verwachten van de boekverkoper dat ze net zo ingevoerd zijn in een bepaalde cultuur als zij. En dat is niet alleen maar zo bij Literatuur met een grote L.

"Heeft u ook boeken van Rik de Kikker?"
"Ehm...."
"Ja, mijn dochter is he-le-maal gék van Rik de Kikker. We hebben echt bijna alles. U kent het toch wel, Rik de Kikker?"
"Ehhhh..."
"Nou ja zeg, wij hebben echt heel veel van die boeken van Rik de Kikker gekocht hier! Dat is toch heel bekend! Dat u dat niet weet als boekverkoper! Tssss! Ongelooflijk! Rik de Kikker! Met die rood-wit gestreepte broek!"
"Oh, Kikker! Van Max Velthuijs. Ja, die kennen we wel. Maar die heet geen Rik hoor."

De domste vraag die ik ooit heb gehad is voor mij ook meteen de mooiste. Hij luidt: "Ik zoek een boek. Het schijnt het helemaal te zijn, vooral in Amerika. Het gaat over een messias, die naar de aarde komt en dan allemaal mensen geneest. Een vriend vertelde me erover. Het is zwart, in leer gebonden, met alleen de titel in ecru letters op de kaft. Maar de titel ben ik vergeten. Weet u welk boek het is?"

U denkt natuurlijk dat dit een grap was. Dat zou ik ook denken als ik de woorden zo op het scherm zou lezen. Maar op de vloer van de boekhandel, met de vragende persoon tegenover me, was dit minder duidelijk. Als het een grap was, dan was het een ergerlijk goede en geslaagde grap. Maar het kwam op mij eerder over als een pijnlijk naïeve vraag. In dat geval is die pijnlijke naïviteit tegelijkertijd jaloersmakend open en oprecht. O, zou ik ooit zo naar de bijbel – of naar welk boek dan ook – kunnen kijken!

Maar het antwoord? Als ik mijn werk zou omschrijven als het hoeden van een cultuur, dan is die cultuur er een van kennis, verbeelding en nieuwsgierigheid. En van handel, natuurlijk. Hoed ik de vraagsteller door hem te wijzen op de onacceptabele lacune in zijn kennis? Daarmee straf ik zijn nieuwsgierigheid af. Prijs ik het feit dat hij de vraag stelt? Dan devalueer ik het belang van algemene kennis en ontwikkeling. Beantwoord ik de vraag, of volsta ik met de transactie van de verkoop, alsof er niets aan de hand is? Dan ga ik voorbij aan de verbeelding – die van de klant in de manier waarop hij tegenover het nog onbekende boek staat, en die van mijzelf in de schoonheid die ik in de vraag zie zolang hij nog niet is beantwoord. Weiger ik op de een of andere manier het overduidelijke antwoord op de vraag te geven of weiger ik dat op een vriendelijke manier te doen, dan schaad ik de handel waarvoor ik ben ingehuurd.

Ik zit als cultuurhoeder dus in de val: er zal een breuk in mijn cultuur plaatsvinden. Het enige dat ik kan doen dat alle door mij gehoede cultuur in stand houdt, is deze klant het door hem gezochte boek te verkopen en hem vervolgens, als hij de deur weer uit is, vervloeken. Ik maak hem dan de zondebok van de inbreuk die hij mij dwingt op mijn cultuur te maken. Maar de hoeder die zo met zijn cultuur omgaat, zal die cultuur zien stagneren en creperen. Beter realiseert hij zich dat – om het met een beeld uit dat mysterieuze boek met ecru letters te zeggen – de hartstocht voor je tempel je verteren zal, en dat het goed is als er soms iemand langskomt om alles overhoop te gooien.

Ik heb jarenlang op facebook de conversaties gepost die ik had in de boekhandels waar ik werkte. Daaruit voortgekomen is deze achtdelige serie, die met dit artikel ten einde komt. De conversaties die ik postte zijn soms ontroerend, soms raar, en bijna altijd grappig. Soms kreeg ik op facebook te horen dat ik beter een andere baan kon gaan zoeken, als ik het zo erg vond om in de boekhandel steeds met die domme mensen geconfronteerd te worden. Maar ziet u, ik vind het dus niet erg. En ik vind u ook niet dom. Niet dommer of slimmer dan mezelf in elk geval. En ik ben nieuwsgierig naar u, die uit nieuwsgierigheid naar mij toe komt. En ik zal niet zeggen dat ik een bordje op de deur heb hangen met aan beide zijde “open” (ik ben Manny Bianco niet), maar toch: u bent welkom. Tussen negen en zes.


Illustratie: Nina Maissouradze


--
Joost Baars is dichter, essayist en boekverkoper.
Nina Maissouradze is illustrator.
Deel op of
Nina Maissouradze tekent mensen. Grote en kleine mensen, mensen in truien en mensen in hun nakie, mensen met een dubbelleven en mensen met een tikje. Ze tekent steelse blikken, roddels, intriges en verlangens. Haar mensen herken je meteen.
b
a
a