Hard//hoofd

Kunst als oefenruimte. In gesprek met Ola Lanko / Luister hier de podcast

Een podium in de ruimte

Aantekeningen bij het Holland Festival

Tekst Melle Kromhout

Melle bezocht onlangs het Holland Festival. Sommige voorstellingen lieten hem niet los. Promoteo, bijvoorbeeld, een ultiem pleidooi voor de onmisbaarheid van podiumkunsten.



Halverwege Promoteo, het tweeënhalf uur durende meesterwerk van de Italiaanse componist Luigi Nono, begonnen mijn benen een beetje pijn te doen. Tenminste, ik denk achteraf dat het halverwege was, want ik had mijn telefoon uitgezet en droeg geen horloge. Het was dus onmogelijk om te bepalen hoe lang de compositie al onderweg was. Met zo min mogelijk geluid probeerde ik te verzitten, maar de muziek was dermate verstild dat zelfs het schuiven van mijn ene been over het andere al storend was.

Het is niet voor niets dat Nono het stuk de ondertitel een ‘tragedie van het luisteren’ meegaf: er klonken prachtige klankvelden en stiltes die zo breekbaar waren dat het haast pijn deed. Het is echter geen muziek die erg ruimhartig is voor het publiek: opperste concentratie is een vereiste. En laat juist dat nou nogal lastig zijn bij een lengte waar zelfs een voetbalwedstrijd mét verlenging niet aan komt. En dus was er ook intense verveling. “Wat ga ik dit weekend ook alweer doen? Heb ik nou wel op die mail gereageerd? Niet vergeten snel iets over de vakantie te beslissen… Verrek, nou ben ik al twintig minuten aan iets anders aan het denken. Hoe lang zou het nog duren?”

Maar toch, we zaten daar wel, met duizend man in de Gashouder in Amsterdam, aan alle kanten omringd door muzikanten, zangers en luidsprekers, langzaamaan de tijd te vergeten, en ook weer niet te vergeten. Want, diverse opnames ten spijt, dat is eigenlijk de enige manier om Promoteo te ervaren op een manier die door Nono is voorgeschreven: ruimtelijk in alle opzichten. Daarmee is het werk ook een ultiem pleidooi voor de onmisbaarheid van podiumkunsten in zijn algemeenheid. Een pleidooi voor de noodzaak van het spelen, luisteren en kijken in het hier en nu: in deze ruimte, gedurende deze tijdsspanne, met deze mensen. Het is precies dit belang dat door een festival als het Holland Festival ieder jaar weer opnieuw wordt onderstreept.


Dirck van Baburen - Prometheus door Vulcanus geketend, 1623. Collectie Rijksmuseum



We vergeten het weleens, maar het is nog maar zo’n honderdzeventig tot honderdtwintig jaar geleden dat het mogelijk werd om de voortrazende tijd te vangen in de semipermanente vorm van foto, film of geluidsopname. Voor die tijd kon muziek alleen worden vastgelegd door middel van schamele zwarte bolletjes en staafjes op papier en een mooi landschap in de vorm van een schilderij of tekening. Nu, in ons eenentwintigste-eeuwse walhalla van digitale reproductie, lijkt het alsof de zintuigelijke wereld zich gewillig laat vangen door overal beschikbaar zijnde apparaten. Maar een multidimensionale beleving als Nono’s Promoteo, waarbij de ruimtelijke opstelling van de musici, de akoestiek van de zaal en de tientallen rondom geplaatste speakers onmisbaar zijn, bewijst het absolute tegendeel. Technologische reproductie kan heel veel, maar één ding kan het zeker niet: een exacte reproductie geven van het hier en nu.

Dit geldt natuurlijk niet alleen voor muziek. De Oostenrijkse regisseur Martin Kusej liet in zijn enscenering van Die bitteren Tränen der Petra von Kant van de Duitse toneelschrijver Rainer Werner Fassbinder op zeer overtuigende wijze zien wat theater wel kan waar film niet toe in staat is: de toeschouwer lijfelijk betrekken bij de uitvoering. Niets voor niets zei de regisseur in een nagesprek dat hij geen liefhebber is van de tendens om boek- of filmbewerkingen in het theater te brengen. Hij werkt het liefst met materiaal dat voor theater geschreven is: dramatisch in de letterlijke zin des woords.

Dat deed hij op zijn zachts gezegd met verve. Het publiek zat aan vier kanten om het speelveld, maar daarvan volledig afgesloten door ramen die deden denken aan die ruiten die je altijd in verhoorkamers in politieseries ziet. Als aapjes in een dierentuin of muizen in een laboratorium zaten de acteurs gevangen in die kooi. En telkens als het licht op het speelveld uitging, sprong het bij ons toeschouwers aan en zaten we ongemakkelijk naar onszelf te staren in de ruiten voor onze neus, die plotseling spiegels waren geworden.

Je zou denken dat dit onnodige afstand schept, maar het drama ontvouwde zich hierdoor des te intenser. Het formidabele spel van de hele cast – met name hoofdrolspeelster Bibiana Beglau was verschrikkelijk goed – maar ook vooral de combinatie van dat spel met die ongebruikelijke, ongemakkelijke setting, de messcherpe regie en de doeltreffende muziek, maakten dat Die bitteren Tränen der Petra von Kant zo goed was. Alles klopte; en als alles klopt, is het geheel meer dan de som der delen.

Net als bij Promoteo was de beleving van de ruimte – in alles het exact tegenovergestelde van de veilige anonimiteit van een verduisterde bioscoopzaal – cruciaal. Met de creatie van twee ruimtes – één voor het publiek, één voor de acteurs – werd de toeschouwer extra gewezen op die rare, onuitgesproken afspraak: wij spelen hier en jullie zitten daar. Wij spelen, jullie kijken. Hoewel de befaamde ‘vierde wand’ tussen publiek en acteurs nergens werd doorbroken (sterker nog, hij was daadwerkelijk aanwezig) stonden de acteurs ons, op enkele meters afstand tegen het glas gedrukt, soms recht aan te kijken. En telkens als het licht aanging, zaten we een halve minuut naar onszelf te staren. Kijkende en bekekene in één.

Een (of meerdere of geen) podium en honderd (of tien of duizend) mensen in éénzelfde ruimte, meer heb je niet nodig. Het resultaat is niet per definitie béter of slechter dan een film of serie, een plaat of een CD, maar het is hoe dan ook ánders. De specifieke ervaring van een moment in tijd en ruimte is niet vast te leggen in groeven, op magnetische strips of in enen en nullen. Juist de eenmaligheid is de kracht van podiumkunsten. De kracht die ik voelde in de schurende combinatie van spelplezier en ongemak toen de Congolese dansers en muzikanten in Coup Fatal de zaal in gingen om te dansen met twee meisjes in het publiek; in de wonderlijke symbiose tussen Schubert’s über-Romantische liederencyclus Die Winterreise en de versnipperde, vervreemdende beeldtaal van kunstenaar William Kentridge; en in het verwarrende spel met moraal, ironie en scherpe kritiek in Die Schutzbefohlenen van Elfriede Jelinek Nicolas Stemann,
Wat dat betreft is de wens van de hoofdpersoon uit de kersverse Nederlandse opera Laika veelzeggend: een gevierd televisiepresentator hangt zijn carrière aan de wilgen om te doen waar hij als kind van droomde, namelijk met Juri Gagarin en het hondje Laika mee de ruimte in. De ruimte, die zich eindeloos naar alle kanten uitstrekt en waar trillingen onhoorbaar en onzichtbaar en haast ongehinderd hun weg vervolgen. Een podium en een publiek in de ruimte. Dat is genoeg.

-

Appendix: wat ik verder zag op het Holland Festival 2014. Een verslag in negen tweets. In willekeurige volgorde:



























Deel op of
Melle Kromhout
b
a
a