Hard//hoofd

Zomerboek

Dansen op het graf van ons racistische verleden

Hard//talk

Tekst Yoren Lausberg

De wereld staat in brand en dat mag niet onbeschreven blijven. In New York City wordt een 90 jaar oude, racistische wet eindelijk geschrapt. Reden voor een vreugdedansje? Yoren Lausberg denkt er het zijne van.


Elders schreef ik al eens over de sociale en politieke roots en aspecten van elektronische dansmuziek. Ik heb het dan natuurlijk over House, Techno en Disco, en hoe zij een belangrijk onderdeel zijn van de politieke en emancipatiegeschiedenis van LGBT-mensen en mensen van kleur. Als we het over de politieke kant van dansmuziek hebben dan hebben we het al snel over de verleden tijd. Ik doe dat zelf vaak ook. De geschiedenis van elektronische dansmuziek is namelijk nogal zwart, van lage klasse, en al helemaal erg queer – ook al zou je dat nu niet meer zeggen.


Maar geschiedenis heeft een probleem: het klinkt alsof het achter ons ligt, alsof het al voorbij is. Dat hoeft niet noodzakelijk zo te zijn. Er is altijd te wijzen op subtiele manier waarop ‘geschiedenis’ nog steeds relevant is voor het heden en de toekomst. Deze week werd er in New York de dancescene ontdaan van een pijnlijk stukje geschiedenis. Afgelopen dinsdag (20 juni) besloot de city council van New York om de in 1926 aangenomen Cabaret Law te schrappen. Dit na langdurige lobby-acties en publieke protesten.


Deze wet werd in de ‘roaring twenties’ aangenomen. Dansen werd sindsdien enkel toegestaan in plekken met officiële toestemming: de cabaret bars. Destijds was al bekend dat de wet bestond om jazzfeestjes te verhinderen, waar witte en niet-witte mensen gezamenlijk dansten. Later werd dezelfde wet gebruikt om de gaybars en nachtclubs waarbij de vroege house en techno werden gedraaid te sluiten. In heel New York bezitten tegenwoordig maar 100 locaties een vergunning om hun gasten te laten dansen, met name clubs met Afro-Amerikaanse en latino klandizie hadden moeite met het verkrijgen van een vergunning en werden vaker gecontroleerd. Daarbij moet je bedenken dat als er maar 100 plaatsen zijn waar legaal gedanst mag worden in New York, dat het grootste deel van de stad illegaal danste.


Maar hé, hiep hoi zou je zeggen, deze wet wordt nu eindelijk geschrapt. Maar waarom duurde het zo lang voor het zo ver kwam? Het was namelijk niet dat hier eerder nooit aandacht voor is gevraagd. Geluidsoverlast en mensen die ’s nachts op straat zouden hangen worden gezien als gevaar waarvoor deze wet nog nodig bleef. Zo bleef een racistische wet uit het verleden in effect, nu echter met ‘overlast’ als reden. De racistische eindjes mag je zelf aan elkaar knopen.


Nu de wet opgeschort is wordt er gesteld dat dansmuziek een essentieel onderdeel is van de cultuur en economie van New York, die door het schrappen van deze wet tot bloei kan komen. Uiteindelijk werd het onder het nom van de cultuur laten bloeien en de stad aantrekkelijk maken weer toegestaan voor New Yorkers om te dansen, lekker raciaal gemixt dit keer. Het is natuurlijk goed dat deze van origine racistische wet is opgeschort, jammer alleen dat daar een dergelijke nutsanalyse voor nodig was, en dat dansmuziek niet gezien wordt als de bevrijdende en emanciperende beweging die het ooit was en weer zou kunnen worden.


Beeld: residentadvisor.net




Deel op of
Yoren Lausberg (1992) is researchmasterstudent Sociologie aan de UvA.
b
a
a