Hard//hoofd

Kunst als oefenruimte. In gesprek met Ola Lanko / Luister hier de podcast

Cyborg ratrace

Essay

Tekst Siri Beerends &
Illustratie Kalle Wolters

We hebben steeds meer technologische, medische en digitale middelen tot onze beschikking om onszelf en de wereld om ons heen te verbeteren. Maar welke gevolgen heeft deze zoektocht naar perfectie? Waar trekken we de grens? En wanneer vinden we iets niet meer ‘natuurlijk’? Siri Beerends verkent de grenzen van ons maakbare ik in een serie essays. Dit is deel V.

Een extra zintuig erbij of een chip in je hersenen waarmee je jezelf aansluit op het internet; dat klinkt als science-fiction maar is het niet. De  nieuwste technologische snufjes beperken zich allang niet meer tot losse apparaten die we in onze broekzakken steken. Tegenwoordig kun je tech-onderdelen laten implanteren. Zo lopen er al duizenden mensen rond met een Radio Frequency Identification chip onder hun huid waardoor een smartphone of elektronisch slot hen herkent. Veilig is het niet want de informatie in de chip is slecht beschermd en identiteitsdiefstal is mogelijk.

De digitale versmelting tussen mens en machine maakt het mogelijk om ons te ontwikkelen tot cybernetisch organisme, oftewel ‘cyborg’. Dat is hard nodig want er zou een zogenaamde robot-takeover dreigen die mensen overbodig maakt. Volgens techvisionair Elon Musk moeten we ons als de wiedeweerga upgraden met technologische snufjes omdat kunstmatige intelligentie onze menselijke intelligentie zal overtreffen. Maar hoe reëel is de samensmelting van mens en machine en de dreigende robot-takeover? En hoe zit het met de belangen achter deze futuristische technologieën?

DIY-bodyhacking


Het installeren van technologieën in het lichaam wordt ook wel body hacking genoemd. Er is een wereldwijde beweging van mensen die aan do-it-yourself bodyhacking doen. De aanpassingen lopen uiteen van een USB-stick als vinger, een gehoorapparaat dat wifi-signalen ontvangt, een chip die medische informatie doorstuurt naar een smartphone, tot een implantaat dat gaat trillen als ergens op aarde een aardbeving plaatsvindt. Wat deze hobbyisten met elkaar gemeen hebben is dat zij de menselijke evolutie te traag vinden en daarom de natuur een handje ‘’helpen’’.

De meest bekende body hacker is Neil Harbisson, hij heeft een antenne aan zijn hoofd waarmee hij kleuren kan horen. Een camera aan de antenne registreert het lichtspectrum dat door een chip in zijn schedel wordt vertaald naar trillingen die hij waarneemt als tonen. Harbisson hoort kleuren die onze aangeboren zintuigen niet kunnen waarnemen zoals infrarood en ultraviolet. Hij ervaart inmiddels geen verschil meer tussen de software en zijn eigen hersenen.

Het bedrijf Cyborg Nest wil body hacking commercieel uitbaten. Hun eerste product is de North Sense: een met piercings aan de huid bevestigd apparaat dat vibreert als de drager richting het noorden staat. Na een tijdje merkt de drager niets meer van het getril op de borst en is er een permanent verhoogd bewustzijn van de positie in de ruimte, de North Sense is dan een extra zintuig geworden dat natuurlijk aanvoelt. Volgens neuropsycholoog Manfred Clynes, de grondlegger van het cyborg concept, is het niet bewust bezig zijn met de technologie in je lijf een belangrijk kenmerk van de cyborg.

Maar in hoeverre is iemand met een stukje elektronica in zijn lichaam een cyborg? Volgens de cybernetica is er sprake van een versmelting tussen mens en machine als zij wederzijds informatie delen. De sensor van Harbisson deelt geen informatie van Harbisson zelf. Iemand met een apparaat, chip of sensor onder de huid is dus nog niet meteen een cyborg. Toch zijn we in zekere zin allang versmolten met onze machines. Veel mensen zitten permanent vastgelijmd aan hun smartphone, delen grote hoeveelheden data en laten hun leven sturen door geavanceerde computeralgoritmes.

Robot take-over


Als het aan Elon Musk ligt is het installeren van chips en sensoren onder de huid slechts kinderspel. Om te kunnen concurreren met robots moeten we échte cyborgs worden en onze hersenen fysiek laten samensmelten met de chips van computers. Om deze reden richtte hij NeuraLink op, een start-up die werkt aan de ontwikkeling van een ultradun elektronisch weefsel dat we in onze hersenen kunnen implanteren. Het groeit mee met de hersenen en geeft toegang tot het internet.

Musk is niet de enige die zich op hersencomputers stort, ook Facebook is hiermee bezig. Zij werken aan een interface die dove mensen weer moet laten horen door middel van trillingen op de huid. Daarnaast werken ze aan een brein-computer interface waardoor je zeer snel kunt typen door aan woorden te denken die vervolgens op het computerscherm verschijnen. Ernstig verlamde patiënten maken al gebruik van deze technologie.

Voor commerciële bedrijven is dit soort technologie een goudmijn. Neem bijvoorbeeld die brein-computer interface van Facebook: wanneer typen, klikken en swipen zonder handen onze eerste natuur is geworden neemt het totaal aantal online uren toe waardoor we op nog grotere schaal data zullen genereren voor de datahandel van Facebook. Bovendien erg handig voor alle zombies die toch al permanent op hun smartphone zitten: krijgen ze tenminste geen last van een text-nek of lamme Whatsapp-hand.

Ook NeuraLink wil hersencomputers ontwikkelen om gezonde mensen slimmer te maken. Terwijl ontwikkelaars enthousiast verder knutselen waarschuwen onderzoekers dat onze levens kwetsbaarder worden door ons voor elke pietluttigheid aan te sluiten op het internet. Mensen met verkeerde intenties kunnen bijvoorbeeld neurale devices hacken en signalen verstoren. Deze ‘neuro criminelen’ kunnen in je hoofd kruipen, je gedrag sturen, je emoties beïnvloeden en zelfs dodelijk letsel toebrengen.

Omdat er nogal wat bezwaren zijn om aan de hersenen van gezonde mensen te sleutelen, wordt het doemscenario van de robotovername gretig ingezet. Concurreren met robots moet dé motivatie worden waarom gezonde mensen massaal aan de kunstmatige zintuigen en hersencomputers gaan. En als we niet tegen robots hoeven te concurreren dan wel tegen onze technologisch verbeterde medemens.

Van DIY naar BUY


Volgens start-ups als Cyborg Nest zullen kunstmatige zintuigen dan ook mainstream worden. Apparaten, chips en sensoren die je aan je lichaam kunt bevestigen of onder je huid kunt implanteren zullen deel uit gaan maken van een miljardenindustrie, gedomineerd door multinationale tech-giganten. De winst in een dergelijke samenleving gaat naar Google, Apple, Facebook en Amazon. Er worden miljarden in geïnvesteerd door tech-utopisten als Larry Page en Sergey Brin (Google), Mark Zuckerberg (Facebook), Jeff Bezos (Amazon), Travis Kalanick (Uber), Peter Thiel (PayPal) en Elon Musk (Tesla, SpaceX).

Neil Harbisson vindt aangeboren zintuigen te beperkt en beschouwt kunstmatige zintuigen als een middel waarmee mensen hun wereld kunnen vergroten. Dat is mooi, maar wanneer multinationale tech-giganten chips, sensoren en hersencomputers gaan ontwikkelen is het nog maar de vraag hoe horizonverbredend dat effect zal zijn. Ooit streefde Facebook er ook naar om de wereld van mensen te vergroten. Inmiddels hangen de meeste gebruikers in filterbubbels en wordt er behalve de winstomvang van Facebook weinig vergroot. Techniekfilosoof Bernard Stiegler waarschuwt dan ook niet voor niets voor de automatische samenleving waarin mensen onderworpen zijn aan digitaal-economische systemen. De mens dreigt een datapakket te worden dat door middel van algoritmen wordt aangepast aan Apple en Facebook, in plaats van andersom.

Permanent ontevreden


In plaats van mee te doen aan een technologische ratrace waar vooral het bedrijfsleven en Silicon Valley van profiteren, kunnen we beter investeren in menselijke capaciteiten zoals creativiteit en empathie waarmee we ons kunnen onderscheiden van machines. In plaats van meer op machines te willen lijken, moeten we ons richten op een goede samenwerking tussen mens en machine. Zo kunnen nieuwe technologieën optimaal ingezet worden voor onze vrijheid en autonomie. Op dit moment gebeurt het tegenovergestelde: mensen onderwerpen zich aan artificiële intelligentie en digitalisering.

De robots die onze banen overnemen zijn  het probleem namelijk niet, deze bevrijden ons juist van zware arbeid. De technologische snufjes die we in onze lichamen implanteren vormen wel een potentieel probleem: deze maken ons niet vrijer, autonomer en gelukkiger. Mensen worden gelukkig van ploeteren en moeite doen voor een prestatie. Hoe intensiever het leerproces, des te bevredigender het resultaat. Met al die technologische hulpmiddelen neemt deze vorm van voldoening steeds meer af.

Door het toenemend aantal middelen waarmee we onszelf kunnen upgraden naar een ‘betere’ versie, ligt het risico op de loer dat we permanent ontevreden blijven met de nieuwste versie van onszelf. Incasseringsvermogen, veerkracht en het kunnen accepteren van imperfecties zijn eigenschappen waarvan we vervreemd raken terwijl deze juist bijdragen aan menselijke ontwikkeling en levensgeluk.
Deel op of
Siri Beerends is cultuursocioloog . Sinds ze The Truman Show gezien heeft, is ze gefascineerd door de culturele obsessie met ‘echt’ versus ‘nep’. Ze bezit een bescheiden argwaan tegenover massaal aangehangen standpunten en voelt zich prettig in de rol van advocaat van de duivel.
Kalle Wolters
b
a
a