Hard//hoofd

Kunst als oefenruimte. In gesprek met Ola Lanko / Luister hier de podcast

Leven als een Totti in Rome

Een tip over loyaliteit

Tekst Vincent Siderius

De 40-jarige man maakte afgelopen jaar elke week voor zijn plezier nog een drafje op een voetbalveld. Hij rook een beetje aan het gras, keek of de wind goed stond en plaatste zijn voet dan tegen een stuk leer. Waar de gemiddelde houdbaarheidsdatum voor een spits na begin dertig wel is verlopen, hing Francesco Totti pas vorige week zijn schoenen aan de wilgen, maar niet voordat hij afgelopen seizoen in zijn geheel als persoonlijke afscheidstournee had behandeld.

Totti heeft zijn volledige, 24-jaar durende carrière, voor AS Roma gespeeld — de grootste club van Rome. Hij had voldoende mogelijkheden om het hogerop te zoeken, want hij was goed genoeg. Meer dan goed genoeg. Totti had een gevreesde spits kunnen zijn voor de beste teams van de wereld, maar koos er, tot mijn onbegrip, altijd voor om in Rome te blijven. Clubliefde is blijkbaar nog niet uitgestorven.
'Zijn ietwat gezette lichaam wekte niet het vermoeden dat hij nog achter een bal aan zou gaan'

Afgelopen maand was ik in Rome en heb daar een wedstrijd van AS Roma bijgewoond. Er werd regulier met 2-0 gewonnen van een nietszeggende laagvlieger. Het spel was niet om aan te gluren, maar af en toe gebeurde er iets in het stadion. Rumoer. Na een tijdje had ik door dat veertigduizend man met één oog naar de wedstrijd keek en met het andere naar Francesco Totti. Het lichaam van Totti is niet meer in staat om een hele wedstrijd te spelen en daarom zit hij elke week op de bank, behalve de laatste tien, vijftien of soms twintig minuten. Op het moment dat hij opstaat in de dug-out — ook al is het maar om aan zijn kont te krabben — gaat het hele stadion uit zijn dak. ‘Il capitano, il capitano!’ schalt het uit de keel van elke aanwezige Romein. De Italianen hebben door dat het tijdperk Totti bijna is afgelopen, en dat voel je.

Met nog 25 minuten te spelen begon het stadion te trillen, letterlijk. Elke supporter ging stampen. Totti klom uit zijn trainingspak en het klassiek bordeauxrode tricot toonde zich. Een warming-up was niet nodig, sprinten is niet meer voor hem weggelegd. Hij kwam het veld in, maar rennen zou je het niet kunnen noemen. De 800 gespeelde wedstrijden beginnen zijn tol te eisen. Zijn ietwat gezette lichaam wekte niet het vermoeden dat hij nog achter een bal aan zou gaan. Persoonlijk denk ik dat elk teamgenoot die het ook maar in zijn hoofd zou halen om hem in de diepte weg te sturen, achteraf in de kleedkamer een paar klappen krijgt. Dit betekent niet dat hij niet meer kan voetballen. Elke keer als hij de bal kreeg, was het alsof hij een oude vriend begroette. De bal en Totti hebben geen geheimen voor elkaar.

Als Totti zich kandidaat zou stellen voor het burgemeesterschap van Rome heeft hij aan minder dan één A4’tje als partijprogramma genoeg om te winnen. Totti wordt verafgood in Rome. AS Roma-shirtjes met zijn naam erop zijn het behang van de stad en bij het noemen van die naam vult een verliefde blik de ogen van elke Romein. Loyaliteit is de valuta van respect. Hij hoeft zich helemaal niet kandidaat te stellen om de baas te worden van Rome, hij is namelijk al de baas. Ik snap hem nu. Hij leeft als een Totti in Rome.

Beeld: Anthony Majanlahti


Deel op of
Vincent Siderius is sportpsycholoog. Nou ja, bijna dan, alleen een scriptie weerhoudt hem daar nog van. Hij is het eens met Michiel de Hoog, die stelt dat voetbal de belangrijkste bijzaak van het leven is. Maar de liefde voor de bal kan zijn aandacht nog weleens afleiden van de zaken die er echt toe doen.
b
a
a