Hard//hoofd

Kunst als oefenruimte. In gesprek met Ola Lanko / Luister hier de podcast

Afgaan en zo

Tekst Trudy Kunz

‘Nou buurvrouw!’ riep hij me vanuit zijn weiland toe, ‘vanmorgen ben ik weer eens lekker afgegaan hoor!’ Dat was goed nieuws, na alle darmellende waarvan boer J. me de afgelopen dagen op de hoogte had gesteld. Na zo’n bericht kun je niet, onder je kersenboom genietend van de vogeltjes en de ochtendzon, blijven zitten of je het niet gehoord hebt. Ik tenminste niet. Dus snelde ik naar het hek dat onze landjes scheidt en feliciteerde hem hartelijk met zijn succesvolle ontlasting.

Zo gaat het vaker tussen ons. Hij begint en voordat ik het weet heeft hij me meegesleept in de voetschimmels, open wonden of aambeien waaronder hijzelf, zijn vrouw of zijn hondje Tokkie gebukt gaat.

Ze staan erom bekend, oude mensen praten graag over hun kwalen. Daarom worden ze door jongeren gemeden als de pest. Zelf houd ik me meestal in, maar kom, laat ik ook eens een duit in het zakje doen. U bent gewaarschuwd.

Ik was niet fit en moest een nieuwe hartklep. De oude was na jarenlang trouwe dienst enigszins uitgelubberd, waardoor hij lekte. Na enig heen en weer gepraat met de arts – ‘ja, het is ernstig, maar er valt wel iets aan te doen’ - werd tot een open hartoperatie besloten.

In een volgend consult vroeg de hartman: ‘U kunt kiezen tussen een kunstklep of een biologische. En van de biologische heb je weer keus tussen een klep van een koe of van een varken.’ Allemachtig. Daar was ik niet op voorbereid, maar gelukkig had ik mijn zus bij me.

‘Ik zou een varken nemen’, zei zij. Blijkbaar vond ze die wel bij me passen. ‘Of een kunstklep. Wat zijn eigenlijk precies de voor- en nadelen?’

‘Een kunstklep’, zei de man, ‘gaat iets langer mee. Je kunt hem alleen soms horen tikken, vooral ’s nachts, als het stil is.’ Kijk, nu kwamen wij ergens. Onder geen beding zou ik wakker willen worden van mijn eigen getik, laat staan dat ik er een eventuele bedgenoot mee uit zijn slaap zou houden. Dan liever een beestenklep.

‘Hoe lang gaat die mee?’ wilde mijn zus weten. ‘Gemiddeld een jaar of tien, maar vaak langer.’ Dat viel tegen, maar wie dan leeft, dan zorgt. Ik ging voor het varken.

Toen ik na de operatie wakker werd, reden er tien vrachtwagens over mijn borst. Zo’n pijn. Gelukkig zat mijn zus daar weer. Zij zorgde dat ik meer morfine kreeg. Toen reden er nog maar drie. De dokter kwam vertellen dat hij goed nieuws had. Ik had toch geen varken gekregen. Hij had een knoop kunnen leggen in mijn eigen klep.

Bofte ik even.

 

Beeld: Bill Branson


Deel op of
Trudy Kunz werd in de jaren tachtig en negentig bekend door haar werk voor Libelle en Marie Claire. Voor Plus Magazine was zij bijna vijftien jaar columniste. Zij publiceerde meerdere interviewbundels en in 2013 verscheen haar eerste roman, Kroniek van een bange liefde. Als pensionado zonder pensioen verdeelt zij haar tijd, net als daarvoor, tussen schrijven, schilderen en ander (on)nuttigs.
b
a
a