Hard//hoofd

Zomerboek

GeenStijl en de echte cool girls

Re

Tekst Emy Koopman

Voor als je de afgelopen week te druk was met je vrijheid vieren, al je aandacht nodig had voor de Franse verkiezingen of het verwerken van het verlies van Feyenoord: de seksismediscussie die je hebt gemist, was niet de zoveelste, niet een over roze-kinderwagens-voor-meisjes versus blauwe-bulldozers-voor-jongens in een reclamefolder of over een losse geile oprisping van een uitgerangeerde bejaarde schrijver. Deze keer was het menens.

Een scherpe samenvatting van de reeks gebeurtenissen die uiteindelijk op Bevrijdingsdag uitmondde in de oproep tot een advertentieboycot van GeenStijl, werd al gegeven door HP/De Tijd-columnist Stella Bergsma. De kern, voor wie niet graag op linkjes klikt: de bloedstollende stroom vuiligheid die GeenStijl uitstortte over Volkskrant-journalist Loes Reijmer. Tot tweemaal toe verleidde de redactie reaguurders tot het delen van hun antwoorden op de vraag ‘Zou u haar doen?’.

Wat Loes had gedaan om dat te verdienen? Het schrijven van twee genuanceerde stukken; een over de algemenere online tactiek om succesvolle vrouwen via het delen van gehackte naaktfoto’s te vernederen en een over meisjes op GeenStijl die hard meelachen en meedoen met seksistisch commentaar, omdat ze zo graag de ‘cool girl’ willen blijven. Als voorbeeld van zo’n cool girl noemde ze BNN’s Gwen van Poorten, die ‘daar moet een piemel in’ een ‘soort van compliment’ had genoemd. Vooral na het tweede stuk poepten reaguurders zulke heftige pornoteksten uit dat zelfs ultra-coole Stella Bergsma er niet meer om kon lachen: ‘Opeens werd inzichtelijker waarom vrouwen gevoelig zijn voor de zogenaamd onschuldige grapjes. Er kwam een duistere onderlaag bovendrijven.’

De afgelopen dagen was mijn hoofd gekaapt door deze discussie. Elke keer als ik mijn mening probeerde te formuleren, stokten de zinnen, omdat alleen al het denken aan de GeenStijl-reacties me die combinatie van woede en verdriet bezorgde die machteloos en woordeloos maakt.

Het hielp daarbij niet dat ik Loes ken van vroeger, dat ik een levend, bewegend beeld voor me heb (hoe achterhaald inmiddels ook) van degene die hier werd aangevallen. Loes is geen abstracte beroemdheid zoals Sylvana Simons of Patricia Paay. Kennelijk is een mate van directe identificatie nodig bij mij om publiekelijke seksuele intimidatie zo aangrijpend te maken dat het lichamelijk voelbaar is. Dat je niet alleen rationeel weet, maar dat het echt doordringt: dit kan iedere vrouw overkomen die het waagt een mening te uiten.

Aan de minder begripvolle mannen op Facebook, die de hele ‘ophef’ niet begrepen, probeerde ik dat gevoel zo duidelijk te maken: stel je voor dat die porno-opmerkingen werden gemaakt over je zus of je moeder. Is het dan nog vrijheid van meningsuiting? Een lullige, weinig fantasievolle poging om inleving af te dwingen, die niemand leek te overtuigen. Alles wat met seks te maken heeft, moet ver gehouden worden van zussen en moeders, en die scheiding lijkt in de meeste mannenhoofden zo grondig te hebben plaatsgevonden dat deze zaken niet meer samen te brengen vallen. Seks en porno moeten wel leuk blijven. Meevoelen met seksuele intimidatie vereist zo een bovenmenselijke, bovenmannelijke vorm van empathie.

Terwijl voor vrouwen geldt: de dreiging van verkrachting, wie is er niet groot mee geworden? Wie is er niet opgegroeid met bezorgde waarschuwingen van ouders over niet in het donker alleen naar huis fietsen, je kleding niet te kort of te laag uitgesneden, niet je drankje onbeheerd achterlaten? Wie is het naroepen op straat bespaard gebleven, de ongevraagde aanrakingen in kroegen en op feestjes, de vriendjes die verder gingen dan je wilde maar vooruit want het waren je vriendjes, de slutshaming, de seksueel expliciete treiter-e-mails van de mannen die je afwees?

Je niet klein laten krijgen, dat is de kunst. En nu de kortsluiting in mijn hoofd voor het moment is gefikst en ik weer enigszins helder kan nadenken, herinner ik me het tegenwicht waar een deel van ons ook mee opgroeide. Dankzij Loes herinner ik me dat er een andere – veel stoerdere – Gwen bestaat dan die van BNN: Gwen Stefani.

Loes en ik zaten in hetzelfde jaar van dezelfde middelbare school. We deelden voor zover ik me kan herinneren alleen gym en tekenen, of misschien zelfs alleen gym, en we hingen grotendeels rond met andere mensen. Voor zover ik van een afstandje kon zien hadden we wel een vergelijkbare muzieksmaak, gingen we naar dezelfde festivals. Maar toenadering zoeken kwam niet eens in me op, daar was Loes te cool voor, zij leek drie jaar ouder en wijzer dan al onze jaargenoten. Loes stond voor mij op gelijke hoogte met Gwen, van wie ze fan was.



Als er één vrouw stijl had in het midden van de jaren negentig (naast Loes Reijmer), was het wel Gwen Stefani. De naveltruitjes met skaterbroeken, het gebleekte haar, de felrode lippen, de bindi op het voorhoofd en de manier waarop ze haar verder uit mannen bestaande band No Doubt aanvoerde – Gwen was wie je zou willen zijn.

Eén lied van Gwen was onweerstaanbaarder dan alle andere, vanwege het basloopje, maar vooral omdat het een meeschreeuwbaar strijdlied voor meisjes was en is: Just a Girl. Kennen jullie het nog?

Take this pink ribbon off my eyes
I'm exposed
And it's no big surprise
Don't you think I know
Exactly where I stand
This world is forcing me
To hold your hand
'Cause I'm just a girl, little ol' me
Well don't let me out of your sight
Oh, I'm just a girl, all pretty and petite
So don't let me have any rights
Oh, I've had it up to here!

In Just a girl klaagt Gwen, ze pruilt en ze maakt verwijten. En toch blijft ze cool. Juist omdat ze woest is, er meer dan genoeg van heeft. Juist omdat ze haar grens heeft getrokken, omdat ze met haar ogen rolt en haar boksmoves toont.

Gwen leerde ons praktisch alles wat je moest weten om je als meisje staande te houden. En we hadden niet alleen Gwen, we hadden ook die maffe voorgeproduceerde Spice Girls (stop right now, thank you very much), we hadden Anouk (never gonna be, nobody’s wife!), we hadden Skin (Yes, it’s fucking political/ Everything’s political!), we hadden Alanis ('cause the joke that you laid on the bed that was me/ And I'm not gonna fade as soon as you close your eyes/ And you know it), en we hadden Missy (Silence when I spit it out, in your face).

Zoals Loes al schreef: de altijd maar meelachende cool girl bestaat niet. Een ander soort cool girls, daarentegen, is er in overvloed. Ze waren er voor ons, en al vergaten we ze soms, ze zijn er nog steeds, op YouTube en diep vanbinnen. En elke keer als wij met recht woedend worden, ons uitspreken wat er ook voor gezeik van komt, elke keer dat wij de grens trekken, zijn wij de nieuwe cool girls.
Deel op of
Emy Koopman (1985) is Hard//hoofd-redactielid, literatuurwetenschapper, psycholoog en schrijver. Haar debuutroman Orewoet verscheen in september 2016 bij Prometheus. // emy@hardhoofd.com
b
a
a