Hard//hoofd

Zomerboek

Naakte lichamen

Thuis (II)

Tekst Daan Steinebach &
Illustratie Eline Schipperen

Daan Steinebach gaat op zoek naar de betekenis van ‘thuis’. In een drieluik essays wil hij voor Hard//hoofd de idee thuis verkennen, het omverwerpen, en dromen over een alternatief.


Een aantal toevalligheden en een escalatie. In juli 1995 moet dr. Janko Rottmann voor het Landesgericht in Graz, Oostenrijk, verschijnen op verdenking van oplichting met verzwarende omstandigheden. Hij verhuist prompt naar München, waar hij een Duits paspoort aanvraagt – zonder het strafproces te vermelden. In 1999 wordt Rottmann Duitser en verliest de Oostenrijkse nationaliteit, zoals de Oostenrijkse wet voorschrijft. Later dat jaar informeert de Oostenrijkse overheid de Freistaat Bayern over de verdenking en de hoorzitting uit 1995. Een jaar later trekt Beieren zijn paspoort in. Janko Rottmann wordt statenloos.
Hier stond een individu tegenover de enorme macht van moderne staten

Natuurlijk, hij was dom geweest, dom en onhandig. Maar het lot van Janko Rottmann was niet dat van elke andere, alledaagse fraudeur die voor een strafrechter moet verschijnen (die hem veroordeelde, overigens). Hier stond een individu tegenover de enorme macht van moderne staten, naakt, rechteloos en alleen. Zonder thuis. Hoe kon dit gebeuren in het Europa van de mensenrechten, dat zichzelf ‘nooit weer’ had beloofd, dat vóór alles het individu zou beschermen?

‘We refugees’


‘First of all, we don’t like to be called ‘refugees.’ Het is 1943 en de jonge Hannah Arendt is net aangekomen in New York. Na een vlucht uit Duitsland, via Parijs en een interneringskamp in Gurs, was ze eindelijk veilig in de Verenigde Staten. Veilig, maar stateloos, wat ze tot 1951 zou blijven.

In een ongewoon persoonlijk artikel beschrijft ze het lot van de gevluchte Duitse Joden. Ze schrijft over het onmetelijke optimisme, dat grenst aan wanhoop en vloeiend overgaat in zelfmoord. Over de moeilijkheid je aan te passen in een wereld die je nooit echt accepteert, als buitenstaander. Maar vooral over de prijs die je betaalt voor al die hopeloze pogingen: eerst om Duits te worden, dan om Frans te worden, Engels, Amerikaans, enzovoort. De prijs van het bestaan als eeuwige parvenu, die steeds iets probeert te zijn wat hij niet is, is te hoog.
In plaats van een bestaan als parvenu is het beter je lot te accepteren

Om het uiteindelijk allemaal om te draaien. In plaats van een bestaan als parvenu is het beter je lot te accepteren, zegt Arendt. Het tegendeel van de parvenu, de paria die zijn identiteit behoudt, is even eenzaam en rechteloos. Maar in ruil voor de impopulariteit van het bewuste bestaan als buitenstaander krijgt hij een groot voordeel: ‘history is no longer a closed book to them and politics is no longer the privilege of Gentiles. Joden zijn de ultieme buitenstaander, altijd overgeleverd aan de wereld, aan de Gentiles, de niet-Joden. Door hun identiteit te behouden verliezen ze hun (valse) kans op populariteit, maar winnen ze autonomie en een plaats in de geschiedenis. Juist als buitenstaander worden ze de ‘avant-garde van hun volk’.

Veel persoonlijker zou Arendt nooit worden. Toch is haar werk te lezen als een verlengstuk van die ontboezeming. De theorie is nooit los te zien van haar lot, het denken niet te scheiden van haar persoon. Het hoofdstuk van The Origins of Totalitarianism over stateloosheid lijkt dan ook een directe vertaling van haar eigen ervaring.

Non-ruimtes en wetteloze plaatsen


Mensenrechten, zegt Arendt in het hoofdstuk ‘The Decline of the Nation-State and the End of the Rights of Man’, zijn niet bedoelt voor mensen. Ze waren een keerpunt in de geschiedenis. Niet langer was het leven van God, zoals dat altijd geweest was, maar van de mens zelf. Hij werd de bron en het doel van zichzelf en van zijn eigen wetten. Het was een machtsoverdracht: van de koning bij gratie Gods, naar de mens. De soevereiniteit was niet meer van een individu, gekozen door god, maar bij de leden van de natie.

Deze beweging is belangrijk. De ‘leven’ van het individu was altijd gescheiden geweest van de politiek. In de Griekse oudheid waren er twee woorden voor ‘leven’: zoè, het fysieke leven dat ook dieren hebben en bios, het goede, politieke en publieke leven. In de christelijke wereld was het leven van God, die geeft en neemt. Dat is de oude betekenis van ‘thuis’: de plaats van zoè, het leven van God (‘In isto loco dabo pacem’), van het lichaam en zijn behoeftes, van liefde, van het duistere, het individuele. Politiek vond buiten plaats en had niks met het individu en zijn lichaam te maken.
De fictie van de natiestaat is dat geboorte, het naakte leven, onmiddellijk overgaat in natie

Maar nu niet meer. Giorgio Agamben, die Arendts kritiek vermengde met Michel Foucault en radicaal uitdacht, schrijft dat mensenrechten ‘de invoeging van het leven in de staat’ zijn. Natiestaat is letterlijk: de staat van de geboorte. Natie is etymologisch afkomstig van geboorte, in het Italiaans (waarin Agamben schrijft) is geboorte nascita. De fictie van de natiestaat is dat geboorte, het naakte leven, onmiddellijk overgaat in natie; het leven verdwijnt zo gauw het verschijnt. Mensenrechten zijn cruciaal in deze verhulling, omdat ze geboorte verbinden aan rechten: de mens wordt vrij en gelijk geboren. Anders gezegd: de staat is het thuis geworden.

Het probleem is: zo gauw de mens verschijnt, in al zijn eenvoudige naaktheid, breekt het geheim verbond. De vluchteling (of stateloze, die begrippen zijn in deze zin uitwisselbaar) is het biologische leven dat zijn band met de natie heeft verloren en dat daarom betekenisloos wordt. Vluchtelingen verliezen niet alleen hun huis, maar het recht op een plaats in de wereld. Niet hun handelen, niet hun woorden of opvattingen, maar alleen nog wat ze zijn (en vooral niet) bepaalt hun lot – niet meer wat ze zeggen of doen. Met andere woorden: ze zijn niets meer dan naakt leven, gereduceerd tot een lichaam en niets meer, als een dier.

Maar de duisterste consequentie is het kamp. Steeds, vandaag evengoed als in de dagen van Arendt, als het naakte leven zich aandient worden er kampen opgericht. Non-ruimtes, wetteloze plaatsen. Het is alsof de natiestaat echt breekt, alsof de aarde wordt opengebroken om ruimte te maken voor het overbodige. Leven waarmee alles mogelijk is, omdat het niet meer echt leeft, geen echte mensen meer zijn. Leven dat je zelfs kunt ‘opruimen’. De fictie dat geboorte gelijk staat aan natie en beiden aan territorium kan alleen behouden worden door het naakte erbuiten te vangen. De enige plaats die nog rest voor de het naakte leven is een lege ruimte – het radicale tegendeel van een thuis.

Niemand thuis


Twee jaar geleden zag ik de voorstelling Nobody Home van regisseur Daria Bukvic (Bosnië). Met spel van Saman Amini (Iran), Majd Mardo (Syrië) en Vanja Rukavina (Bosnië) vertelden ze hun verhaal: het verhaal van vier vluchtelingen. Het stuk was luchtig, vaak zelfs heel grappig, maar met een bloedserieuze boodschap. De vlucht, het leven in een azc (lees: kamp), de moeilijke mars door de bureaucratie voor papieren en uiteindelijk die vreselijke vraag: ben je wel echt thuis in dit nieuwe land? Maar wat de voorstelling echt aangrijpend maakte was dat het duidelijk niet het verhaal was van vier vreemden, zoals in het journaal, maar van ons. De vraag werd direct aan het publiek gesteld: wie is er echt thuis?
Vluchtelingen confronteren ons met dat wat we zijn: naakte mensen

Het gaat over ons. Het is ook onze geboorte die verdwijnt in de natie, ons leven dat verdwijnt in de staat. Vluchtelingen confronteren ons met dat wat we zijn: naakte mensen. Het thuis in de staat blijkt van bordkarton. Het is altijd de vraag of we er nog wel bij horen. We zijn steeds de parvenu, die zichzelf opgeeft, of de paria, in de ondankbare positie van buitenstaander. We zijn allemaal Hannah Arendt. Het persoonlijke is politiek. De vraag is steeds: wil je verborgen blijven? Wil je verbergen wie je bent?

Breuk tussen leven en staat


Terug naar Janko Rottmann. Europa is hem komen redden – maar niet echt. Tien jaar procederen bracht zijn zaak voor de rechters van het Hof van Justitie van de Europese Unie in Luxemburg, Europa’s hoogste rechter. Die overwogen dat Rottmann, met zijn Oostenrijks staatsburgerschap, ook de status had gehad van EU-burger (wat niet los bestaat van de nationaliteit van een lidstaat) en daarom recht had op de bescherming van het Europees recht. Rottmann werd jurisprudentie en beroemd in de academie.

Maar terwijl juristen door heel Europa hun commentaren schreven, werd de zaak afgedaan door de Duitse rechter. Die wikte en woog, met de Europese regels in de hand, en wees hem af. Of Rottmann zijn Oostenrijkse paspoort terug kon krijgen en of dat is gebeurd blijft onbekend, maar dat doet niet af aan de betekenis van deze zaak. Janko Rottmann bleef stateloos.
Het idee dat het individu voor eens en voor altijd beschermd zou zijn door mensenrechten blijkt een droom

De zaak Rottmann onthult een pijnlijke waarheid: zelfs in het kosmopolitische Europa staat het individu uiteindelijk alleen. In de stofwolk van de bureaucratie verpulverde zijn band met de staat en wat bleef was naakt leven. Het idee dat het individu voor eens en voor altijd beschermd zou zijn door mensenrechten blijkt een droom. Maar Rottmann is niet alleen; uit de brekende naties komen miljoenen mensen tevoorschijn, in het Midden Oosten, Afrika en aan de poorten van Europa.

De vluchtelingencrisis is daarom ook eerst en vooral een politieke crisis. Toen Angela Merkel zei: ‘Wir schaffen das’ had ze gelijk, want op een praktisch niveau is er geen enkel probleem – het rijkste continent op aarde moet dit kunnen. Maar politiek lijkt ze de betekenis te missen, omdat ze blijft vasthouden aan de oude natiestaat terwijl het fundament eronder langzaam wegvalt. In die zin begrijpen de burgers en politici van het ressentiment de crisis beter. Hun woede is misschien in de eerste plaats wel een (vanuit dat perspectief niet onterechte) verdediging van iets heel essentieels: thuis. De vraag is alleen: tegen welke prijs?


Deel op of
Daan Steinebach is Hard//hoofd-redactielid, studeert rechten (VU), kwalificeert zich als politieke junkie maar is ook wel eens in een museum of op de bank met een boek. 'The world can move, or not, by changing some words,' zei Toby Ziegler. De wereld bewegen, dat zou Daan geweldig vinden. Hij probeert het voorlopig met woorden.
Eline Schipperen is in het dagelijks leven enorm gefascineerd door de mens. Waarom doen we wat we doen? En wat heeft dit voor invloed op de samenleving? Als illustrator verwerkt ze deze fascinaties in haar werk.
b
a
a