Hard//hoofd

Kunst als oefenruimte. In gesprek met Ola Lanko / Luister hier de podcast

Alles voor een goede grap

Column

Tekst Rutger Lemm &
Illustratie Jesse Strikwerda

Meestal haat ik het internet, omdat het me op gluiperige wijze mijn uren afneemt en bijna niets teruggeeft. Soms sta ik op de WC mijn e-mail te checken met mijn telefoon in mijn ene, en mijn piemel in mijn andere hand, en is het net of ik ontwaak uit een hypnose: waarom doe ik dit in godsnaam? De eindeloze stoet van lege updates dooft mijn onrust enigszins, maar haalt vaak nog grotere zenuwen naar boven. En toch kan dit uitgestrekte gebied vol informatie me ook oprechte troost bieden, zoals de aflevering van Comedians in Cars Getting Coffee die ik tijdens een afwas keek.

In dit internetprogramma haalt Jerry Seinfeld steeds een stand-up comedian op in een klassieke auto om, je raadt het al, koffie te gaan drinken. Dit klinkt ontzettend saai, en dat is het ook. Maar ik begrijp heel goed wat Seinfeld met zijn concept probeert vast te leggen. De naar hem vernoemde legendarische sitcom kreeg in de jaren ‘90 de bijnaam ‘a show about nothing’, omdat de humor van de alledaagsheid erin werd gevangen. Bedenkers Jerry Seinfeld en Larry David waren zoals altijd in gesprek over grappige onzin, toen David zei: “Hier moet de show over gaan. Gewoon twee mensen die aan het praten zijn.” Dit gevoel herken ik maar al te goed. Soms is een gesprek tussen twee mensen met een wervelende chemie enerverender dan een roman van Dostojevski.

Het probleem met CICGC is dat het editen van cameraopnames van een gesprek iets anders is dan het schrijven van een script. Deze twee vormen lijken op elkaar: als je een realistische comedyserie als Seinfeld (of Davids Curb Your Enthusiasm) schrijft, dan kies je ook zorgvuldig bijzondere en grappige momenten uit je eigen leven en zet je die achter elkaar. Maar herinneringen zijn iets anders dan opnamen van een echt gesprek, omdat ons geheugen veel minder accuraat is dan een camera. In ons hoofd vinden allerlei subjectieve bewerkingen en keuzes plaats, waardoor zelfs de meest naturalistische kunst net afwijkt van de werkelijkheid.

Toch zal de meest recente aflevering van CICGC, met John Oliver, me nog lang bijblijven. Niet zozeer vanwege het gesprek of de grappen, maar juist omdat ze het gevoel van zo’n interactie benoemden. Aan het einde van een gesprek vol slappe lach zei Oliver: 'Nothing makes me happier than this. I’m at 10 right now. This is as comfortable as I get. You see me in ways that my loved ones don’t see me.' Seinfeld: 'Right. You’re not there with them.' Oliver (lachend): 'I’m as much there as I can be.' Seinfeld: 'God help us. God almighty help us.'

Ik voel me meestal niet op mijn gemak, tot ik in een van die intens grappige gesprekken verzeild raak of, zoals nu, een verhaal opschrijf. Mijn vriendin zei ooit dat ze me nog nooit zo gelukkig heeft zien kijken als wanneer ik met mijn beste vriend sms, behalve misschien als ik net ben klaargekomen. Eigenlijk ben ik het grootste deel van mijn dagen aan het wachten op een van die momenten waarop de grappen en verhalen me om de oren vliegen en ik niet hoef na te denken. Daarom ben ik geobsedeerd door podcasts als WTF, de films van Woody Allen en Judd Apatow of de stand-comedy van Louis CK. Ik kan het bewust opzoeken door achter mijn laptop te gaan zitten schrijven of naar een feestje te gaan of met een van die bijzondere vrienden af te spreken, maar ik kan het niet forceren: soms verschijnt er niets op het scherm of is een gesprek gewoon saai. Toch doe ik alles voor een goede grap. Alles.

Dit is best triest. Vandaar dat Seinfeld zei: 'May God help us.' In feite hebben wij als grappenmakers moeite om contact te maken, behalve door middel van grappen, en creëren we alleen tijdelijke, risicoloze intimiteit met vrienden. Comedians blijven vaak lang vrijgezel; Seinfeld trouwde pas op zijn vijfenveertigste. En hoewel ik met veel pijn en moeite over mijn eigen bindingsangst heen ben gekomen, een veilig thuis heb gevonden en vaak met mijn vriendin kan lachen, blijf ik elke dag verlangen naar die snelle uitwisseling van anekdotes, onzinnige analyses en flauwe grappen.

Het verschilt niet veel van mannen die te lang in de kroeg blijven hangen, en over wie de barman moet liegen als zijn vrouw belt. Maar gelukkig is grappen maken minder schadelijk dan alcohol drinken, en hebben vele helden ontdekt hoe je met deze onzin, paradoxaal genoeg, de connectie met een groot publiek kunt maken. Daar zal ik ze altijd dankbaar voor zijn.




Deel op of
Rutger Lemm is schrijver, grappenmaker en scenarist. In 2015 verscheen zijn debuut, 'Een grootse mislukking'. Hij is een van de oprichters van Hard//hoofd.
Jesse Strikwerda is illustrator en één van de drie winnnaars van de Fiep Westendorp stimuleringsprijs 2015.
b
a
a