Hard//hoofd

Zomerboek

Parkieten

Het cadavre (X)

Tekst Luuk Imhann

In Het cadavre staren schrijvers nooit naar een leeg vel papier. Ze gebruiken de laatste zin van hun voorganger als begin voor iets nieuws. Zo spelen ze een woordspelletje dat al jaren geliefd is bij verveelde kinderen en Parijse surrealisten.
Vandaag schrijft Luuk Imhann verder met de famous last words van Tom Hofland.



Haal de natuur uit jezelf! zei je toen in de bosjes, je broek op je knieën
het park haast verlaten, geen fietsers te zien, maar zo feilloos je benen, het wit
van je liezen, je T-shirt verdwenen, je knarste je tanden, je voeten

zo koud, want je sokken daar sliepen de eenden nu op en je riem was een prooi
voor de mieren en spinnen, je kamde je haren en zwaaide naar vliegen, je vloekte
en blies toen de warmte je handen in, wreef aan je armen en vroeg of er soms

iets te zien was en ik zei van niet en jij zei: niet liegen, en dat je natuur was
en mij wel zag kijken dus ik prees je schouders alsof ze als voorbeeld
voor Atlas gemaakt waren, kuste je nek en je wangen, je borstkas, je tieten

je buik en je dijen, ik likte je navel, je heuvel van Venus en langzaam begonnen
de dieren een plek voor je schoenen te zoeken, je jas hing al hoog in de iepen, je tas was een thuis
voor termieten geworden, je liet jezelf langzaam het korstmos op vallen en keek niet vreemd

op toen de grasstengels stil met je nagels verstrengelden, bloemen je navel uit groeiden, je haren
tot riet en je botten tot boomstammen bloeiden, je tong werd een wortel van liefde, mijn lief, en je
graf werd een plek waar parkieten de liederen zongen die niemand wilde horen, misschien alleen ik

Over twee weken borduurt Coen Cornelis verder op Luuks laatste zin.



Afbeelding: Wikimedia
Deel op of
Luuk Imhann
b
a
a