Hard//hoofd

Zomerboek

Handtekening

Column

Tekst Kasper van Royen &
Illustratie Erik Wallert

Een handtekening, vaak vergeet ik dat ik er een heb tot ze weer eens ergens gezet moet worden. Deze ochtend dient dat vijftien keer te gebeuren, voor zes kopieën van twee documenten en dan nog een derde document in drievoud. Scheiden is een zeer administratieve aangelegenheid, zeker als je een kind hebt.

Per pagina begint de krabbel mij verachtelijker aan te staren. ‘Ben ik nou serieus de stempel van jouw identiteit? Datgene waarmee je je zegen geeft aan alle cruciale veranderingen in je leven?’ lijkt het te willen zeggen. ‘Waarom dat kinderachtige wiebelstreepje? Had je dat in de loop der jaren niet aan kunnen passen? En waarom in godsnaam die semi-mysterieuze initiaal van je tweede naam? Denk je soms dat je Peter de Vries bent? Is het zo’n grote moeite om kladpapier te kopen en mij in iets volwassens te veranderen?’

Het moet rond mijn dertiende geweest zijn – toen ik even dacht het leven volledig te begrijpen - dat mijn huidige handtekening ontstaan is. Had ik toen enig idee waarvoor ik haar zou gebruiken? Het erkennen van een kind? Trouwen met de moeder van dat kind? En dan weer de ontbinding van dat huwelijk? Had ik kunnen bedenken dat ik op mijn eenendertigste al een compleet leven achter de rug zou hebben? En dat allemaal met behulp van een wiebelig streepje dat eventjes zo cool leek?

Handtekening

Illustratie: Erik Wallert


‘Wist je dat het vandaag de Dag van de Scheiding is?’ zei mijn ex, toen we zojuist in de wachtkamer zaten. Ze zag er nog even mooi uit als de dag dat ik haar ontmoette.
‘Ik weet heus wel waarom we hier zitten,’ murmelde ik.
‘Nee, ik bedoel, dat blijkt een nationale feestdag te zijn. Kwam ik ook toevallig gisteren achter.’
‘Nou, wat handig zeg, dat zal dan vast helpen de datum te onthouden voor ons jaarlijkse jubileum,’ gaapte ik gevat.
Waarom zaten we hier grappig te doen? Waarom zaten we hier überhaupt?

Op het nieuws van onze breuk reageerde iedereen compleet verward, benard en vaak ook verontwaardigd. Niemand zag het aankomen. Voor de buitenwereld leken we altijd het perfecte stel.
‘Iedereen heeft toch weleens problemen? Jullie hebben zo’n prachtig kind, kan dat dan niet voldoende zijn?’ sprak menig familielid aangedaan.
‘Hier moet ik toch tussen kunnen komen? Ik heb toch niet voor niets mijn handtekening gezet?’ zei de vriend die mijn getuige was geweest. Zijn signatuur was strak en vol vertrouwen, alsof het leven slechts een kwestie van afspraken was.
‘Als het zelfs tussen jullie niet blijkt te werken, aan wie kan ik dan nog een voorbeeld nemen?’ huilde een vriendin. Ik wist dat zij vaak wat ongelukkig was in de liefde, maar was me er niet eerder bewust van dat wij haar voorbeeld waren.
‘Het komt allemaal wel goed,’ troostte ik haar met een gevoel van schuld, slechts half bewust van de absurditeit van deze situatie. Was ik niet degene die getroost moest worden?
Slechts een paar van onze allerbeste vrienden zagen af en toe de scheurtjes die zich steeds meer in onze relatie begonnen te vertonen, maar zij dachten dat wij er wel uit zouden komen. Dat was ook waar ik in bleef in geloven, tot het moment dat mijn vermeende wederhelft vertelde dat zij dat niet meer deed.

Het is niet zo dat mijn ex en ik krampachtig onze problemen voor de buitenwereld probeerden te verbergen; die problemen vielen simpelweg weg wanneer we in het gezelschap van anderen waren. Dan waren wij inderdaad eventjes dat perfecte stel, elkaar op de juiste momenten aanvullend of juist gezellig tegensprekend. Als vanzelf praktiseerden we de theorie die vanaf het prille begin over onze relatie bestond: die van de eigengereide ondernemende vrouw die midden in de wereld staat en haar zorgzame maar wat onhandige man die vaak in zijn eigen wereldje leeft. In menig opzicht het geëmancipeerde droomhuwelijk.

Soms lukte het om een tijd met deze rollen samen te vallen, maar dat ging steevast gepaard met een steeds groter wordend gevoel van onbehagen. Hoe graag we er ook in wilden geloven, de theorie bleef een theorie. In de praktijk zaten we elkaar vaker in de weg dan dat we elkaar wisten aan te vullen. Achter haar in-de-wereld-staan zat een gekmakende rusteloosheid en in mijn schijnbaar zo knusse wereldvreemdheid een beangstigend pantser van gemakzuchtige berusting. Haar rusteloosheid wist mijn berusting nooit te doorbreken en mijn berusting maakte haar rusteloosheid alleen maar groter. Hoe beter we elkaar begrepen, des te verder we van elkaar verwijderd raakten.

Ik ben er steeds beter in geworden om deze analyse onder woorden te brengen, voor mezelf en als boodschapper van mijn slechte nieuws.
‘Ach, wat een prachtig evenwichtig gepsychologiseer allemaal,’ roepen mijn toehoorders dan vaak geïrriteerd uit. ‘Het was toch makkelijker te behappen geweest als een van jullie de ander ouderwets bedrogen had.’

Natuurlijk biedt de analyse ook geen enkele troost. Al begin ik steeds scherper in te zien wat er allemaal aan mijn relatie schortte, liever had ik die vijftien handtekeningen deze ochtend niet hoeven zetten. En al zou ik inmiddels - met al die prachtige wijsheid van nu op zak - mijn oude leventje niet meer terug willen, voorlopig zal ik hem nog elke dag missen. En haar ook.

Het is tijd voor een nieuwe handtekening, eentje die mij niet langer uitlacht. In die van mijn dertienjarige ik ligt een wereld besloten waar ik niet meer in kan en wil geloven. Ik was een romanticus die veilig verlangde naar wat voorbij de horizon lag. Te lang ben ik dertien gebleven. Pas nu durf ik voorzichtig uit mijn pantser te stappen, om een ander werkelijk te kunnen leren kennen en daarmee ook mezelf. Het kladpapier is aangeschaft, morgen begin ik met oefenen.
Deel op of
Kasper van Royen is Hard//hoofd-redactielid, is naast vader ook filosoof, ex-docent, ex-dichter, ex-echtgenoot, popfetisjist en postbode.
Erik Wallert gaf zijn baan als journalist eraan om aan de Koninklijke Academie te Antwerpen schilderkunst te studeren. Op die academie worden nog technische vaardigheden geleerd, vaardigheden die Erik nu inzet in autonome tekeningen en illustraties. Hij put inspiratie uit oude grafiek, zoals krantenillustraties en strips uit het fin-de-siècle waarvan hij de sfeer en gratie toepast in tekeningen die evenwel over hedendaagse onderwerpen handelen.
b
a
a