Hard//hoofd

Zomerboek

Kijk nú Inside Out

TIP

Tekst Gastbijdrage

Stop met lezen! Sluit af dit scherm, graai in je zak naar je sleutels en verlaat je huis. Spring op je stalen ros of bedien je van een ander vervoersmiddel en haast jezelf naar de lokale filmzaal. Vraag het meisje of de jongen achter de balie je een kaartje te verkopen voor de nieuwe Pixar. Knik bevestigend als hij of zij 'Inside Out?' zegt. Loop, zit en kijk.

Je bent nog aan het lezen? Schiet op, de film draait niet zo lang meer. Je wilt de maatschappelijk meest relevante film sinds de schepping van de filmcamera in het groot zien, niet pas over een tijd, illegaal gedownload op je met stof dichtgezogen pruttelende 17-inch laptop.

Inside Out is iets abstracter dan de voorgaande Pixars. Dit keer geen speelgoed, auto’s of kokende ratten. Emoties zijn nu de helden. Vijf om precies te zijn, in het hoofd van een elfjarig meisje genaamd Riley. In Riley’s hersenpan vinden we geen heerser, geen ik. De emoties drukken (letterlijk) op de knoppen in het hoofdkwartier - een Cartesiaans theater met als speelfilm op groot scherm de waarneming van het meisje. De emoties zijn toeschouwer en baas. Zij bepalen hoe Riley reageert op alledaagse gebeurtenissen. Staat Woede achter het bedieningspaneel, dan foetert het meisje dat haar ouders haar met rust moeten laten. Glimlacht ze toegeeflijk? Vreugde bestuurt. Tot de emoties, in een hoek gedreven, uiteindelijk op een rode alarmknop drukken. In een vlaag van tijdelijke verstandsverbijstering loopt Riley weg van huis. Ze is een marionet, aangejaagd door tegenstrijdige impulsen.

Poppen

Beeld: Jeroen Mirck via Flickr


Wij zijn Riley. Iedereen weet dat we niet de volledige, bewuste controle hebben over - of all people - onszelf. Dat laat de film ook zien: Riley wordt aangestuurd door een hypercomplex samenspel van emoties, herinneringen, fantasieën, dromen, enzovoort. Maar dat gebrek aan controle wordt in ons dagelijks leven erg weinig onderkend. We worden door onze omgeving vaak onverbiddelijk verantwoordelijk gehouden voor onze daden. Als we iets fout doen is de (moraal)politie er als de kippen bij. Ruzie gemaakt, beloftes niet nagekomen? Foei! Wat dachten we wel niet? Alle schuld kleeft aan ons, want we hebben verwijtbaar gehandeld. Op sociale media loopt dat de spuitgaten uit. Daar maken we met zijn allen gehakt van mensen die in onze ongenade gevallen zijn.

Dat is anders in het strafrecht. De rechter zoekt niet alleen naar redenen om iemand te veroordelen, maar vraagt zich ook af of er sprake is van een verontschuldigende of verzachtende omstandigheid. Verweerde de verdachte zich, was hij aantoonbaar krankzinnig? Het kan leiden tot vrijspraak of een alternatieve straf. En ook strafrecht is mensenwerk. Zaken als Lucia de Berk en Ina Post doen achteraf sterk denken aan ordinaire heksenjachten.

Natuurlijk, de meeste mensen zijn geen strafrechters. Maar we kunnen allemaal wat van ze leren. De volgende keer dat iemand voordringt in de rij, een mail niet beanwoordt, op onze voeten trapt – in al die gevallen dat iemand ons krenkt en we alle schuld verwijtend over hen heenstorten, zouden we kunnen denken: hé, misschien bedoelde hij het niet zo. Misschien is zij heel ongelukkig. Of gewoon een beetje onhandig. Vooral: misschien heb ik geen idee wat zich in het hoofd van de ander afspeelt en moet ik stoppen met doen alsof. Misschien is de ander wel net zo hulpeloos als ik.

Overdrijf ik? Oordeel zelf, kijk Inside Out.

Ron Vaessen (1987) schrijft aan zijn debuutnovelle en is redacteur bij het Tilburgs universiteitsblad Univers.
Deel op of
b
a
a