Hard//hoofd

Zomerboek

Een liefde lang (III)

Memory Machine

Tekst Joyce de Badts &
Illustratie Suzanna Knight

In een korte serie vertellen oudere echtparen over hun herinneringen aan de liefde. Deze keer: Paula en Camiel.


Camiel (80) en Paula (78) zijn 58 jaar getrouwd. Camiel is veertig jaar ploegbaas in de Antwerpse haven geweest, Paula bleef thuis. Ze kregen twee kinderen. Sinds drie jaar wonen ze in een serviceflat; een paar straten van de buurt waar ze allebei opgroeiden.

Camiel:


“Ik zag haar voor het eerst bij ons thuis, op de bank. Ze was bij mijn moeder op bezoek om kleren te verstellen. Ik deed mijn legerdienst en had congé. Ik was de avond ervoor een stevige pot gaan pakken en was laat uit bed. Ik wist niet meer wie zij was, ik herkende haar totaal niet meer. Nochtans zijn wij familie: haar moeder was de nicht van mijn vader.

“Aan wat denkt een jongeman die net uit het leger komt? Het er eens goed van nemen, hè. Ik had haar meegevraagd om te gaan dansen, in de Firenze op ’t Coninckspleintje. Dat was de eerste keer dat zij in een café kwam.

“’t Coninckspleintje was toen nog heel anders; niet vol dronkenmannen en drugsdealers zoals nu. Och, er werd ook weleens gevochten, maar we liepen niet rond met een mes in onze zakken. Dat gebeurde vroeger niet. Het was wat boksen, meer niet.

“Hoe het begonnen is? Dat weet ik niet meer. Zij was niet mis, ik was niet mis; het was logisch dat wij op elkaar vielen. En trouwen? Dat was net zoals bij heel veel jonge mensen toen: als je niet uitkeek met wat je deed, was ’t koekenbak, en dan moest je wel trouwen!
'Ik zie u graag', dat hebben wij nog geen enkele keer tegen elkaar gezegd.

“Toen wij trouwden hadden wij helemaal niets. Ik kom uit een arm gezin, mijn vader had een been verloren op zijn werk in de dokken. Een auto hadden wij niet, wel een vélo. Daarmee fietste ik iedere dag naar de haven. Over de jaren heen hebben we alle spullen die we wilden bij elkaar gespaard. Wij hebben nooit iets op krediet gekocht. Dat maakt me erg trots.

“We hebben nooit ruzie gehad, hoewel Paula misschien wel redenen had om kwaad te worden. Ik was nooit thuis: het was nu eenmaal mijn job om na de shift nog een stevige pot te gaan pakken. Zij heeft dat aanvaard.

“‘Ik zie u graag’, dat hebben wij nog geen enkele keer tegen elkaar gezegd. Die jonge mensen die dat alle dagen tegen elkaar zeggen, dat begrijpen wij niet. Die twijfelen allemaal aan zichzelf. Wij weten dat we mekaar graag zien, we zijn toch getrouwd met elkaar? Ik heb me al die jaren nooit die vraag gesteld of ik Paula wel zou houden. Je hebt een huishouden, je werkt en de tijd gaat voort. Meer is er niet aan.”


Illustratie: Suzanna Knight.



Paula:


“Ik was achttien en hij was twintig. Hij was heel knap, met pikzwart Elvisachtig haar, met brylcreem achterover gekamd tot een envelopke vanachter. En dat legeruniform!

"Ik was nog nooit weggeweest. Hij kwam het vragen aan m’n grootouders, of ik mee mocht. Ik ben opgevoed door mijn grootouders, mijn moeder was veel te jong toen ze mij kreeg, ze wilde mij niet hebben. Mijn vader heb ik nooit gekend.

“Toen ik zwanger was, heeft Camiel aan mijn grootvader gevraagd: nonkel Charel, mogen wij trouwen? Ja, ja, trouwen jullie maar, zei die. Er werd niet al te veel spel van gemaakt. We zijn te voet naar het gemeentehuis gegaan in Berchem. Een auto hadden we niet - en daarbij; het was vlak bij huis. Ik was vier maanden ver, maar je zag er nog niks van.

“Het feest was bij mijn grootouders thuis. Er was niet veel volk: zijn ouders, mijn grootouders en tante Maria en nonkel Jos, die getuigen waren.
Mijn grootmoeder had konijn klaargemaakt en ’s avonds zijn we met de vrienden naar ’t café gegaan. Een van hen heeft de hele avond accordeon gespeeld.

“Camiel werkte altijd, ook op zondag, weken aan een stuk. Van twee uur 's middags tot tien uur 's avonds; altijd maar werken. En ik ben thuis gebleven. Ik deed alles zelf: naaien en breien en alles wat een huisvrouw doet. Ik had niet veel vriendinnen, ik was altijd alleen.
Ik maakte daar geen probleem van. Ik heb Camiel nooit gevraagd om thuis te blijven. Ik heb mijn plan getrokken. We hadden daar nu eenmaal voor gekozen en dan moet je daar mee leren leven.

“We hebben twee kinderen gekregen, een jongen en een meisje. Het eerste was een tweeling, maar eentje is gestorven: wiegendood. ‘Binnenstuip’, noemden ze dat vroeger. Tweeënhalf jaar later is er een dochter geboren. Maar we zien geen van onze kinderen nog. Door stomme omstandigheden, roddels, misverstanden. Ach. Ik wil er liever niet over praten. Maar het verdriet is nu achter de rug. Het heeft me meer dan tien jaar gekost, maar nu aanvaard ik dat ik mijn kinderen nooit meer zal zien.
Seks is heel belangrijk in een relatie. Als dat niet gaat, dan gaat er niks.

“We doen het goed, we hebben elkaar. Wij zijn overal doorheen gesparteld. Hoe? Door elkaar te aanvaarden zoals je bent. Door je best te doen. Door water bij de wijn te doen. Ik ben altijd afhankelijk geweest van mijn man, ik had zelf geen inkomen. Dus wat moet je dan doen? Problemen oplossen.

“De dag dat Camiel op pensioen moest, was de gelukkigste dag van mijn leven. Hij is nu twintig jaar thuis en dat zijn de twintig beste jaren van mijn leven geweest. Nu heb ik een sociaal leven, we kunnen eindelijk samen dingen doen.

“In de spiegel zie je jezelf anders dan op een foto. Als ik in de spiegel kijk, zie ik niet dat ik oud ben. In mijn hoofd voel ik me nog altijd jong. Maar stilaan begin ik mijn eigen beperkingen te aanvaarden. Dat ik niet meer kan gaan lijndansen, dat vind ik erg. Gaan fietsen gaat ook niet meer met die heupen en die knieën. Ook seks wordt minder evident.

“Seks is heel belangrijk in een relatie. Als dat niet gaat, dan gaat er niks. Het fijne is dat we nu meer tijd hebben. Alles kan maar niks moet. Op onze leeftijd en na al die jaren samen, weten we ook veel beter wat we wel of niet graag hebben. Ja, ik vind het leven met het ouder worden op alle vlakken steeds maar beter worden.’



Lees het verhaal van Leo & Simone, dat van Maria & Jan en dat van Tina & Herman.

Deze publicatie is onderdeel van de ‘vergeetzondagen’ in samenwerking met Castrum Peregrini.
Deel op of
Joyce de Badts is Hard//hoofd-redactielid.
Suzanna Knight is een illustrator en schrijver, woonachtig in Rotterdam. Overdag maakt ze de creatieve reclamewereld onveilig met haar copywriting skills, ’s avonds zit ze achter de tekentafel met een potlood en een potje Oost-Indische inkt. Ze luistert graag mensen af in de trein en verzamelt zielige plantjes.
b
a
a