Hard//hoofd

Kunst als oefenruimte. In gesprek met Ola Lanko / Luister hier de podcast

Studentenhuis

Waar ik thuiskom

Tekst Gastbijdrage

Sytske belt bij willekeurige mensen aan om een verhaal voor te lezen. Deze keer doet een jongen met blonde dunne haren en een bleke zachte huid open. Hier vind je de andere delen uit deze reeks van zeven.



"Ik moet nog even sigaretten halen. Loop je mee of blijf je hier zitten?"

Ik kies voor het laatste en ga aan de tafel zitten, tegenover zijn laptop. Zijn kleine kamer heeft een open keuken. Het ruikt er naar rook, eten en vuilnis. Een berg afwas op het aanrecht, hier en daar lege verpakkingen. De vloer plakt, op de tafel liggen losse papieren en drie volle asbakken. Een schemerlamp hangt boven de tafel, witte lakens met lichtbruine vlekken hangen over de trapleuning.

De deur gaat open en hij komt binnen op één schoen en een slipper. Nu pas zie ik dat zijn linkervoet bedekt is met donkerrode korsten. Ik wil vragen hoe hij daaraan komt, maar hij is me voor, of ik een sigaret en een biertje wil. Ik schud mijn hoofd en lees voor. Hij inhaleert langzaam en blaast met een zucht de rook weer uit.

Tijdens het lezen vraag ik me af of het wel goed is voor mijn lichaam om twee keer kort achter elkaar te douchen. Straks droogt mijn huid uit, maar ik wil niet in mijn bed liggen met rook in mijn huid en haren. De jongen opent zijn flesje bier en neemt een gulzige slok.


Illustratie: Sytske van Koeveringe



Wanneer ik klaar ben, klapt hij en ik kijk naar de vaat. Hij vraagt of ik ook een tekst over hem ga schrijven. "Misschien," zeg ik.

"Ik ben benieuwd wat je over me gaat schrijven, want ik heb niets over mezelf verteld." Hij zegt het op een toon alsof daarmee alles gezegd is. Terwijl ik weet dat hij niet van opruimen houdt, dat hij geen aandacht besteedt aan de inrichting van zijn huis en hij een ongeluk heeft gehad met zijn fiets. Van fietsongelukken krijg je altijd korsten op je lichaam. Ik weet ook dat hij in de zomer zwarte met donkergroene slippers draagt en zijn huis niet lucht. Uitgebreid koken is niet aan hem besteed, de was scheiden evenmin. Ik weet dat hij op een manier kan kijken waardoor ik me bewust word van ieder woord dat ik uitspreek. Pas als hij zijn blik afwendt, kijk ik naar hem: blonde dunne haren, helderblauwe ogen en een bleke zachte huid. In de zomer wordt hij snel bruin. Hij is een raadsel voor de meisjes die hem zien zitten, met hun vriendinnen gaan ze in beraad over waarom hij zo gesloten is. Omdat hij niet doorpakt en de meisjes geen idee hebben wat ze met hem aan moeten, blijft hij een zwijgzame einzelgänger. De jongen drukt zijn sigaret in de asbak en pakt een nieuwe. Terwijl hij de aansteker zoekt, waarvan ik weet dat die onder de tafel is gevallen, trek ik snel mijn jas aan en verlaat zijn huis.

Sytske van Koeveringe is dit jaar afgestudeerd aan de Gerrit Rietveld academie, richting Beeld & Taal. Ze schrijft korte verhalen.
Deel op of
b
a
a