Hard//hoofd

Zomerboek

Insectenfeestje

Eetweek

Tekst Jana Antonissen &
Illustratie Kwennie Cheng

Jana ging op onderzoek uit, sprak met een vooraanstaand entomoloog en proefde voor ons 'het vlees van de toekomst'


Mijn huisgenoten, diegenen met het grootste ecologisch bewustzijn en maatschappelijk engagement dat ons huis herbergt, volgen een workshop ‘koken met insecten’. Enthousiast vertellen ze over de wormenbeignets die ze naar binnen werken. Als overtuigd vegetariër bezorgt het idee mij meteen koude rillingen. Maar de krokante krekelchips en sprinkhanen in een chocoladejasje fascineren me stiekem ook wel. Wat verhelderende informatie rijker - het kweken van insecten heeft een ecologische voetafdruk die tien keer zo klein is als die van de intensieve veeteelt! – en een paar vegetarische overtuigingen armer, besluit ik de insectenwereld culinair te verkennen.

Ik ontdek dat de verkoop van insecten geschikt voor menselijke consumptie pas afgelopen december wettelijk goedgekeurd werd door het Belgisch Federaal Voedselagentschap. Hiervoor waren insecten als voedingsmiddel voor mensen strikt genomen verboden, maar in veel lidstaten van de Europese Unie werd het wel oogluikend toegestaan. Momenteel wordt wereldwijd het potentieel van insecten om het dreigende tekort aan dierlijke proteïnen op te vangen onderzocht.

Voer voor entomologen


Juridische toestemming of niet, Peter De Batist eet al jaren insecten. In zijn Ecoshop in Borgerhout verkoopt hij ze allemaal: van woestijnsprinkhanen tot buffalowormen. Peter is autodidact entomoloog oftwel zelfgeschoold insectenkenner: “Ik ben wat je noemt een goede amateur”. Een erg succesvolle amateur overigens. Peters insectendemonstraties zijn erg in trek bij scholen en bedrijven en hij werkt nauw samen met onderzoekers en chefkoks allerhande.

“Ik weet nog exact wanneer ik mijn eerste insect at. In 1964, toen ik in het leger zat. Er zaten daar gigantische collecties kakkerlakken in de keuken en dus ook dagelijks in het eten. Ofwel vind je dat dan vies en eet je niks, ofwel ga je daar wat filosofisch over en dan merk je na een paar jaar dat je er niet van doodvalt.”

Ik zoek Peter op in het atelier van zijn Ecoshop in Borgerhout. Achter een grauwe garagepoort bevindt zich een verborgen fauna en flora-paradijsje vol kleurrijke planten, aquaria en terraria vol tjirpende krekels en sissende kakkerlakken. Aan de muren hangen gelooide dierenhuiden en prenten van exotische vissen. Peter leidt me even rond door zijn natuurlijke habitat en stelt me voor aan het krioelende leven dat hier zo gemoedelijk aanwezig is. Wanneer ik een terrarium met een gigantische vogelspin en ernaast eentje met zo mogelijk nog grotere kakkerlakken spot, moet ik toch even slikken. Eet hij die dan ook op? “Nee hoor, die houd ik voor de lol. Die zijn veel te mooi om op te eten.”


Illustratie: Kwennie Cheng.



Levend eten


Voor ik het goed en wel besef heb ik mijn eerste insect achter de kiezen: een levend meelwormpje. In het begin proef ik helemaal niets, maar na enkele seconden komt er ineens een lichte hazelnootsmaak vrij. “Je moet goed blijven kauwen; de smaak van het insect zit in de huid”. Best lekker.

Hoe bent u ertoe gekomen om op eigen houtje insecten te gaan eten?
“Ik heb de natuur altijd al razend interessant gevonden. Van jongs af aan onderzocht ik de mogelijkheden om te overleven op basis van wat er in de natuur voor handen is. Het grote probleem met insecten is dat de overheid er eigenlijk niks over weet. Ook op school leer je er niks over. Er was tot voor kort erg weinig documentatie over het eten van insecten. Nergens kwam ik te weten wat er nu eigenlijk allemaal in insecten zit. Daarom besloot ik in 1998 zelf een experiment uit te voeren: een jaar leefde ik volgens het dieet van de eerste mensen. De eerste mensen waren verzamelaars en alleseters; insecten maakten deel uit van hun dagelijks dieet. Na dat jaar was ik verschrikkelijk gezond. Ik werd gewoon niet meer ziek.”

Wat zit er dan allemaal in insecten dat ze zo gezond zijn?
“In 2002, vier jaar na mijn experiment dus, verscheen er in Amerika een onderzoek van de heer Finke over de voedingswaarde van insecten. Daaruit bleek dat insecten complete eiwitten, verschillende vitaminen; vooral A en D zijn goed vertegenwoordigd, vetzuren; zowel verzadigd als onverzadigd, en mineralen bevatten. Tot slot zit er ook laurinezuur in insecten; een natuurlijke antibiotica. Dit verklaart waarom ik na mijn Australopithecus-jaar zo’n buitengewoon sterk immuunsysteem had.”

Welke argumenten zijn er nog, behalve hun voedingswaarde, om insecten te eten?
“Het kweken van insecten is veel beter voor het milieu. Er is geen uitstoot van broeikasgassen omdat ze veel minder mest produceren dan vee of gevogelte. Het gigantische mestprobleem dat de intensieve veeteelt gecreëerd heeft, zou terug rechtgetrokken kunnen worden als we systematisch insecten kweken. Let wel; dit moet dan echt serieus en op grote schaal gebeuren. Door thuis je eigen insectenkwekerij op te zetten met een productie van honderd gram per week zul je het milieu niet redden. In Nederland voert men al jaren wetenschappelijk onderzoek uit naar efficiënte kweekmogelijkheden voor insecten; aan de landbouwfaculteit van Wageningen bijvoorbeeld. In België daarentegen was niemand daar aan het begin van deze eeuw mee bezig.”

Hoe ziet uw eetpatroon er nu uit; eet u dagelijks insecten?
“Als je te strikt volgens een bepaald dieet leeft, marginaliseer je jezelf. En dat is natuurlijk ook niet de bedoeling. Ik eet nu nog deels zoals de eerste mens. Zo eet ik geen melkproducten, maar ik stel me wel flexibel op. Als iemand me een biefstuk voorschotelt, eet ik die op. Eten weggooien doe ik sowieso niet. Ik probeer wel dagelijks insecten te eten om genoeg vitaminen binnen te krijgen. Het liefst eet ik ze rauw; zo blijft de smaak intact en krijg je alle vitaminen binnen. Wanneer je insecten kookt is de helft van de vitaminen weg. Insecten levend eten is trouwens ook de snelste manier om ze te doden.”

Hoe ethisch verantwoord is het om rauwe insecten te eten of ze levend in te vriezen of in een pan te bakken?
“Er is weinig andere keuze: elk insect op voorhand een electroshock toedienen is onmogelijk. Je zou hen ook kunnen doden met CO2 maar we zitten al met een problematisch hoge CO2-uitstoot, dus dat slaat al helemaal nergens op. Er bestaat überhaupt geen dierenbescherming voor ongewervelde dieren. Medelijden hebben met deze dieren is idioot, onnatuurlijk. Ze vormen de basis van onze voedselketen. Ze zijn met triljoenen aanwezig op onze planeet: insecten zijn gemaakt om op te eten.”

Als ik dit zo allemaal hoor, vraag ik me af waarom we nog niet met z’n allen insecten aan het eten zijn? Dit kan toch perfect gecommercialiseerd worden?
“Daar zijn ze nu volop mee bezig. De goedkeuring van het Federaal Voedselagentschap heeft een heleboel losgemaakt, het was een signaal om te zeggen: ‘mensen, insecten zijn oké’. Ik merk het zelf ook, ik lever steeds vaker aan restaurants en traiteurs. Maar ook de grote supermarktketens springen op de kar, vergis je niet. Zo is onder andere de Colruyt Group momenteel betrokken bij een onderzoeksproject over het kweken van eetbare insecten.”

Binnenkort eten we dus allemaal insecten?
“Soms vragen mensen mij of insecten ooit zullen aanslaan bij een breed publiek. Maar het is al bezig! Met mijn demo’s in lagere scholen laat ik kinderen wennen aan insecten. Ik probeer die generatie te benaderen omdat zij in de toekomst insecten zullen moéten eten. Het zal niet anders kunnen. We moeten van die intensieve veeteelt af en insecten zijn de enige reële optie die we in de plaats hebben.”


Beeld: Jana Antonissen.



Wormenparmazaan


Na afloop van het gesprek vraag ik Peter welke insectenrecepten hij kan aanraden; overtuigd van de goede zaak heb ik besloten een insectenfeestje te organiseren.

Niet iedereen die ik uitnodig blijkt bereid zijn natuurlijke afkeer tegenover insecten opzij te schuiven ter ere van Het Hogere Doel. Toch slaag ik er in een welwillend gezelschap van tien proefkonijnen met een open geest rond mijn eettafel te verzamelen. Als borrelhapje eten we gegrilde sprinkhanen. Het voorgerecht is een salade van bakbanaan, avocado, mango, paksoi, gember en wasmotrupsen. Hoofdgerecht: wok met krekels.

In het begin is het nog even wennen; zo’n kopje met voelsprieten op je bord (“Gatver, je hebt ze niet onthoofd, Jana!”). Maar aangemoedigd door de rest van het tafelgezelschap waagt de ene na de andere zich aan een hapje rauwe worm. Al snel blijkt dat insecten eten een kwestie van groepsdynamiek is: als iedereen rond je dapper door kauwt, is het moeilijk achter te blijven.

Al snel strooien we met z’n allen vrolijk meelwormen over onze noedels als ware het Parmezaankaas. Af en toe is er nog even een spannend moment. “Die worm beweegt keihard, heeft ie stuiptrekkingen ofzo?” Oh nee, hij zit vast tussen de mango. Snel opeten dan maar, om verder leed te voorkomen.
“Insecten hebben geen bewustzijn, toch?”
“Als je dit onethisch vindt, kun je je afvragen wat er überhaupt wél ethisch is.”

Was ik in het begin nog ietwat roekeloos in mijn insectenoptimisme, dan merk ik dat ik tegen het einde van het diner stiekem de krekels onder mijn pasta verstop om zo de aanwezigheid van dat knisperige diertje op mijn vork te verdoezelen. Dan maar bingen op de borrelnootjes en chips die een paar anticiperende gasten hadden meegenomen. Gezamenlijk besluiten we dat insecten zeker legitiem zijn als vleesvervanger, maar niet bijzonder aantrekkelijk ogen op je bord. “Eigenlijk zijn wij alvast de drempel aan het verlagen, dan hebben we het er later niet meer zo moeilijk mee.”

De volgende ochtend sta ik op met mijn eerste keverkater. Duidelijk wat overdreven met de hoeveelheid rode wijn om die insectensprietjes tussen mijn tanden mee door te spoelen. Als dit het vlees van de toekomst is hebben wij alvast een voorzichtig stapje vooruit gezet. Voorlopig toch nog even wachten tot die smakelijk uitziende insectenspreads en –koekjes in de winkelrekken liggen.
Deel op of
Jana Antonissen Jana Antonissen (1992) schrijft sinds twee jaar voor De Morgen over alles dat binnen het breed rekbare begrip cultuur past.
Kwennie Cheng
b
a
a