Hard//hoofd

Zomerboek

Nodeloze verdenkingen

Kort verhaal

Tekst Gastbijdrage &
Illustratie Niek Pronk

De Latijns-Amerikaanse Diego tolkt voor de Duitse politie. Terwijl de verdenkingen jegens een Dominicaanse man wiens vrouw is vermoord afnemen, wordt Diego's nieuwsgierigheid groter.


Toen Diego een briefje vond op zijn kamerdeur, nummer 428 in een studentenflat, haalde hij het er voorzichtig af om te kijken wat er op stond. Eenmaal in zijn kamer herkende hij het telefoonnummer van Marcel Bruning, de directeur van het tolkenbureau waarvoor hij werkte.

Hij was het beu om tijdens zijn werk steeds maar weer geconfronteerd te worden met zijn eigen ras, zijn eigen bloed. Meestal waren de verdachten of arrestanten Latijns-Amerikanen of Spanjaarden die geen Duits spraken. Hij moest politieverhoren en rechtszittingen bijwonen om situaties toe te lichten die niet zouden misstaan in het misdaadkatern van de krant: overvallen, knokpartijen, bedreigingen met vuurwapens, strafzaken, aanklachten tegen vrouwenhandelaren en uitzettingen van illegalen. Maar dit keer had Diego het gevoel gehad dat het om een zaak ging die anders was, nieuw, misschien zelfs een verrijkende ervaring voor hem als tolk Duits-Spaans. Hij belde meneer Bruning, die meteen opnam.

"Hallo."

"Goedemiddag, meneer Bruning. Ik zag dat u had gebeld", zei Diego.

Marcel Bruning had hem direct meegedeeld dat het om de zaak met de Dominicaan ging. Hij had een afspraak met Diego gemaakt voor de volgende dag met de waarschuwing beslagen ten ijs te komen, aangezien het om een confrontatie van de verdachte met de politie ging.

Die nacht had Diego de slaap niet kunnen vatten, hij dacht aan andere zaken waarvoor hij als tolk had gewerkt en voelde gewetenswroeging als hij dat vak uitoefende, want zijn functie leek weliswaar neutraal maar werkte eigenlijk in het voordeel van de politie. Op aanwijzing van Marcel Bruning moest Diego de verdachten in twee zinnen overtuigen: als tolk was hij onpartijdig en zette hij simpelweg informatie van de ene in de andere taal om. Dat riep verschillende reacties op, voor of tegen hem, maar meestal kreeg hij een blik vol wantrouwen toegeworpen. Diego was inmiddels zo door de wol geverfd dat hij veel aankon, hij wist dat hij strak voor zich uit moest blijven kijken en door moest gaan met zijn werk. Alleen wanneer de stress hem te veel werd, zei hij noodgedwongen tegen de politiefunctionaris dat hij moe was. Dan werd de sessie onderbroken en na een pauze hervat. De volgende dag was Diego bij het kantoor van Bruning langsgegaan om het proces-verbaal van de zaak op te halen en zijn declaratie in te vullen.


Illustratie: Niek Pronk


"Ik moet er wel bij zeggen dat het hier om moord gaat", zei Bruning.

Het bloed stolde Diego in de aderen, hij stond als aan de grond genageld en begreep nu eindelijk waarom hij de avond ervoor niet had kunnen slapen.

"Moord?" herhaalde Diego, omdat hij dacht dat Bruning zich had vergist en hoopte dat het toch om een diefstal of vechtpartij ging.

"Ja", vervolgde Bruning, en hij zette zijn bril af. "Er zijn twee verdachten, de ex-man van de vrouw en haar huidige partner. Je moet de ondervraging van de ex-man tolken, een Dominicaan."

Diego liet zijn blik rusten op de rand van een bureau in het kantoor, niet omdat hij afgeleid was maar omdat de moed hem in de schoenen zakte. Uit het antwoord van zijn baas maakte hij op dat hij inderdaad een lange werkdag tegemoet ging en dat hij geconfronteerd zou worden met een onderwerp waar hij tot dan toe nooit mee in aanraking was geweest: moord. Hij zei er verder weinig over en probeerde zich te concentreren op het werk van die dag. Een paar minuten later kwam hij aan bij het hoofdbureau van de politie van Hannover en nam plaats in de wachtruimte.

"Hallo Diego", zei een hoge politiefunctionaris.

"Goedemorgen, meneer Schmidt", antwoordde hij.

"We hebben vandaag een ingewikkelde zaak", ging Schmidt verder. "Ik hoop dat je met ons meewerkt."

Diego vulde het bezoekersformulier in en kreeg een proces-verbaal met een algemene beschrijving van de zaak, dat hij wegens tijdgebrek niet helemaal kon uitlezen voor de zitting.

"Verhoorkamer 114", zei Schmidt.

Voor de kamer was een kleine wachtruimte waar hoofdrolspelers uit andere zaken, die bij de naastgelegen vertrekken naar binnen zouden gaan, bij elkaar stonden. Soms bood dat een nogal onprettige aanblik. Diego zag dan geen bedelaars, dronkaards of gelegenheidsdieven, maar delinquenten met een strafblad, die jaren hadden vastgezeten en van wie het dossier een volledige archiefkast bij de politie in beslag kon nemen. Om oogcontact met de andere aanwezigen te vermijden nam Diego het rapport door dat Schmidt hem had gegeven. Er was een vrouw vermoord, haar partner en ex-man waren de verdachten, maar Diego kreeg er geen hoogte van waarom de Dominicaan uit Berlijn was gehaald. Aangezien er geen tijd was om vragen te stellen, bleef hij doorlezen tot er voetstappen dichterbij kwamen.

"De heer Diego Rodríguez?" vroeg een agent in uniform die werd vergezeld door een man.

"Dat ben ik."

Op dat moment zag hij dat de man die naar hem glimlachte Latijns-Amerikaanse trekken vertoonde.

"Dit is de heer Juan Valderrama", stelde de agent hem voor, en hij bleef wachten op de politiefunctionaris die het verhoor zou leiden.

"Goedemiddag, meneer Rodríguez", groette Juan Valderrama hem. "Er is me verteld dat u de tolk bent."

Diego zag een goudkleurige schittering door de ruimte tussen hen beiden flitsen, precies op het moment van lichte aarzeling wanneer twee mensen elkaar net leren kennen. Toen hij beter keek, zag hij aan de hand van Juan Valderrama een gouden ring, een trouwring.

"Dat klopt", bevestigde Diego.

Hij gaf hem een hand en het leek hem een gewone man in wie je niet direct een moordenaar zou herkennen. Toen hij het dossier weer beetpakte, zag hij dat de politieagent naar hen keek, dergelijke details merkte hij wel vaker op. Juan stond er een beetje zenuwachtig bij. Op dat moment richtte Diego zich tot hem met de protocollaire zinnen die Marcel Bruning hem had opgedragen, zodat de gedetineerde zijn kalmte zou bewaren, en de overige deelnemers aan het verhoor hun werk konden doen.

"Als tolk ben ik volkomen onpartijdig, en ik dien alleen als schakel om informatie tussen de autoriteiten en jou over te brengen", sprak Diego Rodríguez.

Valderrama zweeg berustend, het leek erop dat hij had begrepen hoe hachelijk zijn situatie was, omdat zijn bijna bewezen onschuld in twijfel werd getrokken. Die dag werkte Diego tien afmattende uren lang, en na een dusdanig lange ondervraging was hij minstens twintig uur doodmoe. Het enige positieve aan dit beroep waren de verdiensten, Marcel Bruning betaalde veertig Duitse mark per uur. Dit was een erg aantrekkelijke vergoeding voor Diego, die veel moeite had om de universiteit te bekostigen en in zijn levensonderhoud te voorzien: huur, eten, etc. Eenmaal terug op zijn kamer probeerde hij met een inmiddels nog dikker dossier dan het oorspronkelijke de moord op Silke te reconstrueren, Juan Valderrama’s wettige echtgenote, aangezien ze nog niet gescheiden waren.

Gretig had Diego die avond alle details gelezen van deze in ambtelijke taal en politiejargon beschreven liefdesgeschiedenis, die een fatale afloop had gekend. Silke was vijf jaar geleden naar de Dominicaanse Republiek geweest en had daar Juan leren kennen. In het rapport werd hij opgevoerd als iemand die werkzaam was in het toerisme. Diego stelde zich een romance aan de Caribische kust voor te midden van palmbomen en zandstranden. Omdat hij wist wanneer Juan Valderrama naar Duitsland was gekomen, vijf jaar geleden, begreep hij waarom hij geen Duits sprak. Het was liefde op het eerste gezicht geweest, die geen rekening had gehouden met autoriteiten en evenmin was voorbereid op taalcursussen. Waarschijnlijk was Silke zo verliefd dat ze nog op het eiland met hem was getrouwd om meteen samen af te kunnen reizen. Dat bleek het begin te zijn van een avontuur waarvan Juan Valderrama niet het minste idee had. Eenmaal in Hamburg, de eerste woonplaats van het stel, had Juan ontdekt dat zijn vrouw als prostituee in de hoerenbuurt Sankt Pauli werkte. Dat moest een schok zijn geweest die hij nooit meer te boven was gekomen. De politieagenten hadden ’s ochtends zijn versie van het verhaal niettemin rustig aangehoord en Diego kon uit het verloop van het verhoor opmaken dat de autoriteiten weinig verdenkingen tegen Juan Valderrama koesterden. Hij begreep alleen niet waarom de Dominicaan zo krampachtig had vastgehouden aan zijn relatie, een vernederende situatie voor wie dan ook. De politie vermoedde dat het hem om de verblijfsvergunning te doen was. Als buitenlander verbleef Juan door zijn huwelijk legaal in het land. Dat was echter niet het hele verhaal, want tijdens het verhoor realiseerde Diego zich dat er een paar losse eindjes waren.


Illustratie: Niek Pronk


Door de uitputtende dag voelden Diego’s oogleden loodzwaar aan. Hij sloeg het dossier dicht en ging slapen. De volgende morgen hoorde hij heel vroeg de telefoon in de gang gaan. Hij nam op en het was Bruning weer, die hem doorgaf dat voor die dag weer een ondervraging gepland stond. Twee weken lang was er bijna elke dag een verhoor. Diego had nog nooit zoveel geld verdiend als student, zelfs niet in de Volkswagenfabriek. Als hij zolang had gewerkt, voelde hij zich onprettig bij zijn positie als tolk, want hij moest altijd alle vragen, antwoorden, opmerkingen en wedervragen in de eerste persoon vertalen en overbrengen. Deze voortdurende perspectiefwisseling was zo’n aanslag op Diego’s eigen persoonlijkheid dat hij na enkele uren in een existentiële crisis belandde.

Maar te midden van deze chaos voelde Diego dat hij zijn stad een dienst bewees, evenals het land dat hem omarmde, de familieleden van de slachtoffers en misschien zelfs de verdachten wanneer die onschuldig bleken te zijn.

In de loop van de dagen kwam Diego steeds meer over het onderwerp te weten, en de agenten wezen hem voor elk verhoor op een of ander detail waarmee hij rekening moest houden. Vaststond dat Juan Valderrama het op een gegeven moment niet langer uithield en het huis verliet, want hij leefde met een vrouw die overdag sliep en ’s nachts verdween. De verdachte verklaarde dat Silke haar vrije dagen en vakanties liefdevol met hem doorbracht. Diego veronderstelde dat dit wellicht het verbindende element in hun relatie was. Uit elk woord, elke zin, elk gebaar en elke beweging bleek duidelijk dat Valderrama openhartig sprak, zonder ook maar iets te verbergen; soms gaf hij zelfs aanvullende informatie. Nadat hij Silke had verlaten werd Juan veel rustiger, hij vond een baan en kon kort erna via connecties naar Berlijn verhuizen om daar een betere toekomst op te bouwen. Zij raakte daarentegen in een diepe depressie waarvan ze nooit meer helemaal zou herstellen, aldus het verslag van een arts die de vrouwen in de Hamburgse bordelen behandelde. Bijna een jaar later leerde Silke een Spaanse handelaar kennen met wie ze een relatie kreeg. Hij kreeg haar zover om in Hannover te komen wonen, waar hij zijn activiteiten als vertegenwoordiger van verschillende ondernemingen ontplooide. In deze opeenstapeling van feiten ontdekte Diego een leemte, een aspect dat niet nader werd verklaard en dat sterk zijn aandacht trok. Waar had de Spanjaard Silke leren kennen? De politieagenten stelden deze vraag niet en Diego veronderstelde dat het in een of ander bordeel in Hamburg geweest moest zijn of op de Reeperbahn, waar Silke weleens danste.

De setting veranderde dus: Juan Valderrama in Berlijn en Silke met haar nieuwe partner in Hannover. Pas hierna doet het geweld blijkbaar zijn intrede in het leven van Silke. Ze had haar beroep altijd ongedwongen en tegelijkertijd met discretie uitgeoefend, maar haar nieuwe vriend probeerde haar over te halen om met het werk te stoppen. De politie beschikte over meerdere aangiften van Silke tegen haar vriend. Ruzies midden in de nacht en verscheidene gevallen van mishandeling. Intussen maakte Juan Valderrama zich in Berlijn zorgen om zijn zoon uit zijn eerste huwelijk, die nog maar acht jaar was. Hij was een paar maanden ervoor vanuit Santo Domingo naar Madrid gestuurd waar een tante van de familie woonde. Toen Juan op het punt stond om naar Spanje af te reizen, kwam de politie bij hem aan huis om te vertellen wat er was gebeurd: zijn vrouw, van wie hij gescheiden leefde, was vermoord in het appartement dat ze met haar partner deelde.

Juan Valderrama kon niet langer in Berlijn blijven, hij wist dat het afgelopen was, dat hij niet meer in dit land wilde wonen, dat hij zou verhuizen om zich in Spanje met zijn zoon te herenigen, hij had geen energie meer om het leven in Duitsland te verdragen, en hij wilde van omgeving veranderen om Silke voor altijd te kunnen vergeten. Juan werd erg goed behandeld door de recherche; ze brachten hem vanuit zijn huis naar een tijdelijke gevangenis, waar hij contact mocht opnemen met zijn advocaat. Diego vond geen uitgebreide informatie over dit kortstondige verblijf in een Berlijnse cel, in slechts twee of drie zinnen stond de eerste tussenkomst van de Duitse politie opgetekend.

Gedurende de tweede week merkte Diego dat de verdenkingen tegen Juan Valderrama afnamen en dat de verhoren minder intens werden. Toen de politie het door wurging om het leven gebrachte lichaam van Silke in haar appartement had aangetroffen, nam ze daar aanwezig DNA-materiaal mee. Er werden haren en bezittingen van de Spaanse zakenman gevonden, een bewijs dat ze samenwoonden.

Diego kende de verklaringen van de belangrijkste verdachte niet. Als tolk voor de Duitse politie mocht hij namelijk niet bij meerdere verdachten in dezelfde zaak werken. Om die reden twijfelde Diego aan de onschuld van Valderrama, ondanks alle feiten die voor hem pleitten: dat hij niet aanwezig was in de stad op het moment van het misdrijf, dat ze meer dan een jaar uit elkaar waren en bovenal dat hij elk detail uit zijn leven uitgebreid toelichtte, het waarom van elke beslissing, de problemen met Silke. Een dermate ingewikkelde situatie, met een verliefde man en een vriendin die hem in zijn eer aantast, deed Diego vermoeden dat Silke haar werk niet deed uit financiële noodzaak, maar uit een menselijke behoefte. Hij vermoedde dat ze aan een hormonaal ziektebeeld leed of simpelweg contact zocht met mannen om een gebrek aan genegenheid in haar kindertijd of jeugd te compenseren.

Toen de verhoren op het politiebureau waren afgelopen, was Diego zo afgepeigerd dat hij twee dagen achter elkaar sliep en een dag aan de universiteit miste. Het was een heel ondankbaar beroep om tolk te zijn, want je mocht de uitkomst van het proces niet weten, dat waren bureaucratische veiligheidsmaatregelen die in de hele Bondsrepubliek werden toegepast. Dit was veruit zijn interessantste ervaring geweest, maar liet Diego wel in het ongewisse of hij met een onschuldige of dader van doen had gehad.

Het weekend erop gaf Chichí een feestje bij haar thuis. Diego had een leuke vriendenkring waar niet alleen Latijns-Amerikanen bij hoorden, maar ook Duitsers die van salsa en de Zuid-Amerikaanse cultuur hielden. Toen hij bij het appartement van Chichí aankwam, was het er zo druk dat iedereen moest staan. Midden in de huiskamer deed een piepklein plekje dienst als dansvloer voor Michael die met een Cubaanse de merengue oefende. Diego ging de keuken binnen en trof daar Toni aan. Ze pakten een biertje uit de koelkast en gingen in de gang staan. De omgeving begon inmiddels enigszins vertrouwd aan te voelen. In een mum van tijd leek de huiskamer meer mensen te tellen dan er daadwerkelijk waren, er liepen vrienden voorbij, kennissen, maar ook nieuwkomers die zich wilden aansluiten bij de vriendenkring.


Illustratie: Niek Pronk


Net toen Diego die nieuwe gezichten op zich in liet werken, zag hij een man die erg op Juan Valderrama leek, maar dat moest puur toeval zijn. Op de een of andere manier kon het Amerikaans-Indiaanse ras je op het verkeerde been zetten, ook al waren de verschillen tussen de landen op het continent groot. De ander keek hem echter ook aan, herkende hem en kwam direct op hem af.

"Hallo Diego."

Diego kon er niet over uit, en zonder ook maar iets te zeggen nam hij de man die voor hem stond nogmaals op.

"Juan Valderrama?"

"Jazeker, we hebben elkaar een paar dagen geleden nog gezien." Hij hief zijn flesje, stak zijn hand uit en wilde met Diego proosten.

Diego kon de aanwezigheid van Juan Valderrama totaal niet rijmen met het feestje van zijn vrienden en was helemaal van zijn stuk gebracht.

"Ja, dat weet ik nog wel", bracht hij ten slotte uit, "maar ik wist niet dat je hier woonde."

"Nee, ik logeer een paar dagen bij Toni", antwoordde Juan.

Voordat hij verder sprak, bedacht Diego ineens dat zijn belangrijkste ervaring als tolk gepaard ging met de gelukkige omstandigheid dat hij wellicht achter de uitkomst kon komen van de roerige zaak die hem de afgelopen weken zoveel energie had gekost.

"Wat een toeval dat ik je weer zie."

"Ik ben hier alleen de komende twee dagen nog", probeerde Juan boven alle stemmen en het geschreeuw uit te komen. "Ik verhuis naar Spanje."

"Voor je zoon natuurlijk." Diego had alle informatie over de vermeende moordenaar paraat.

"Precies, ik mag vertrekken, ze hebben mijn onschuld bewezen", zei Juan trots.

"Gefeliciteerd." Diego gaf hem een hand, waarop Juan zijn hand vriendschappelijk op Diego’s schouder legde.

"Het was een ingewikkelde zaak", probeerde Diego hem meer informatie te ontfutselen. "Ik kwam elke keer na tien uur aan één stuk door tolken doodmoe thuis."

"Ik kan het me goed voorstellen", glimlachte Juan, "de nieuwe vriend van mijn ex-vrouw is de dader. Dat is me twee dagen geleden verteld."

"Ah, oké." Diego onthield zich van verder commentaar. Hij merkte dat Juan Valderrama’s gezicht betrok, waarna er een gevoel van weemoed in de lucht leek te hangen.

"Ik zal haar voor altijd bij me dragen." Juan liet de trouwring om zijn ringvinger zien. "Ze blijft mijn vrouw, voorgoed."

Het laatste woord dat Juan uitsprak intrigeerde Diego mateloos. Hij kon niet thuisbrengen wat voor soort gevoel een man en een prostituee samenbracht in een liefdesrelatie, in een huwelijk. Wel voelde hij aan dat de liefde zich op vele manieren vermomt en ons vaak onverwachts overvalt. Of die genegenheid nou oprechtheid, hartstocht, grootmoedigheid, loyaliteit of een warrig samenspel van dat alles omvatte, naar zijn idee oversteeg ze hoe dan ook de grenzen van het menselijk bewustzijn.

-

Dit verhaal werd geschreven door César Rosales-Miranda. Hij woont en werkt sinds twintig jaar in Duitsland. Naast de verhalenbundel Migrafiti Deutschland (Ediciones Altazor, Lima, 2010) verschenen van zijn hand de vier romans Del vientre del gallinazo (2006), Hannópoli (2008), Operación cuatro Suyos (2011) en Liturgias con sangre (2013). Met deze vertaling van het verhaal Sospechas superfluas, uit Magrifiti Deutschland, verschijnt zijn werk voor het eerst in het Nederlands. De vertaling is van de hand van Margo van der Valk. Zij ontving voor haar werk een subsidie van het Nederlands Letterenfonds in het kader van het pilot-programma ‘beginnende vertalers in literaire tijdschriften’.
Deel op of
Niek Pronk is muzikant en illustrator. Wonend en werkend in Utrecht.
b
a
a