Hard//hoofd

Kunst als oefenruimte. In gesprek met Ola Lanko / Luister hier de podcast

Gelukkig alleen

Tekst Emy Koopman

Singles worden wel met medelijden aangekeken. Wat is er mis met hen? Niks, vindt Emy. Zij ging op zoek naar alleenstaande rolmodellen.


De klacht is inmiddels bekend: vrouwen in steden en mannen in dorpen hebben zo’n moeite een geschikte partner te vinden dat Yvonne Jaspers en Nicolette Kluijver er met busjes en camera’s aan te pas moeten komen om nog enige hoop te bieden. Maar Yvonne en Nicolette lijken te sjorren aan een dood paard. Verbintenissen voor het leven worden steeds zeldzamer. Demografische studies in Nederland en andere westerse landen laten een stijgende trend zien van alleenstaanden, een toename die slechts gedeeltelijk te verklaren is vanuit de vergrijzing. We zijn gehecht aan onze vrijheid, en hebben er moeite mee om die in te perken voor een ander. Als we al een geschikte partner vinden dan willen we er weer vanaf zodra de relatie wat minder loopt. Vervolgens gaan we op zoek naar een nog geschiktere, dat zijn we aan onszelf en ons geluk verplicht.

Alleen blijven zou gezien deze ontwikkelingen geaccepteerd moeten zijn, maar dat is niet het geval. We worden nog steeds overal overspoeld met de al sinds Plato’s Symposium gangbare boodschap dat de ware gevonden dient te worden, willen we ons compleet voelen. Singlessites maken dit pijnlijk duidelijk. Het hoofddoel van de meeste van die sites is om de vrijgezellenstatus zo snel mogelijk op te heffen. Ze worden overwoekerd door aankondigingen voor speeddates, advertenties van Lexa, Relatieplanet en minder bekende datingsites (“Datingsite voor vrouwen die welgeschapen man zoeken” [sic]). En weet je nog hoe het afliep met de o-zo-vrijgevochten dames uit Sex & the City? Ze trouwden. “They say that the world was built for two / Only worth living if somebody is loving you”, zingt Lana del Rey lijzig in haar hitsingle Video Games.
Alle andere idealen relativeren we kapot, maar op liefde blijven we hopen.

Zelf ben ik graag alleen. Zelden ben ik zo gelukkig als op een lange treinreis, vergezeld door een roman, een notitieboekje en een mp3-speler. Ik houd van mijn vrienden en heb geen alles overweldigende kinderwens. Maar als de site van Psychologie Magazine10 regels om de ware liefde te vinden” aankondigt, klik ik ook op die link. Het ideaal van de romantische liefde is moeilijk te negeren. Het is misschien het enige waar we nog massaal in willen geloven. Alle andere idealen relativeren we kapot, maar op liefde blijven we hopen – stiekem of minder stiekem en vaak tegen beter weten in. Het heeft natuurlijk zo zijn functies: het overleven van het nageslacht garanderen, je geborgen voelen, in aanmerking komen voor een hypotheek, het gaat allemaal net wat makkelijker met een vaste partner (of dat nu de ware is of de meest-voor-de-hand-liggende). Maar wat als jij die stadse vrouw bent voor wie zelfs Nicolette in de meest afgelegen gehuchten de liefde niet kan vinden, of die ene boerenjongen die geen leuke brieven ontvangt, hoe hard Yvonne ook voor je heeft gepleit? Wat als je alleen overblijft, is dat echt zo erg? Kun je niet net zo goed je behoeftebevrediging opsplitsen? Houden van je vrienden, naar bed gaan met scharrels, en – eventueel – een kind krijgen via spermabank of adoptiebureau?

Mijn tante de non


Ik onderneem een kleine zoektocht naar alleenstaande rolmodellen. Vrienden, familie en kennissen vraag ik of zij mensen kennen die gelukkig alleen zijn. Ik zoek alleen oudere gelukkigen, 50-plussers, mensen die weten hoe het is om tientallen jaren alleen te zijn, om ‘op te geven’, om ‘alleen over te blijven’, en daar vrede mee te hebben. Of om de bewuste keuze te maken voortaan alleen door het leven te gaan. Jongeren zijn me te wispelturig in hun happy singleschap, zij kunnen op donderdag roepen hoe leuk het is om vrijgezel te zijn en op vrijdag tegen de liefde van hun leven aanlopen. Maar uit het rondvragen blijkt al snel dat veel ouderen niet minder wispelturig zijn. Potentiële alleenstaande rolmodellen blijken bij nadere bestudering toch naar een partner te verlangen. Een weduweclub in de buurt van mijn ouders is op het eerste gezicht veelbelovend. De club is opgericht door een kordate weduwe van een generaal, die zich in de wereld van de singlecruises heeft gestort. “Nog nooit zo’n lekkere seks gehad!” roept zij over die cruises. Maar de weduwe van de generaal is niet alleen op zoek naar seks, ze zoekt ook naar een nieuwe man. Haar clubbijeenkomsten worden gekenmerkt door gemopper en gesnik.


Illustratie: Sophia Simons


Dan is mijn tante een beter voorbeeld van iemand die gelukkig alleen is. Mijn tante is nooit getrouwd. Ze is non. Als iemand weet hoe je je leven zinvol inricht zonder vaste partner en gezin, dan moet zij dat wel zijn. Het komt voor mij dan ook enigszins onverwachts dat mijn tante zegt dat ze er nooit bewust voor gekozen heeft om te leven zonder partner, en aanzienlijke moeite heeft gehad met eenzaamheid:

"Kiezen voor alleen leven was er eigenlijk niet bij. Ik stelde vroeger wel hoge eisen aan een partner: ik moest niet alleen verliefd zijn, de ander moest ook mijn idealen van sociale gelijkheid delen – kansen voor alle mensen, solidair zijn met de armen. Ik merkte dat door die eisen langdurige relaties niet zo op mijn pad kwamen. Als je dan ziet dat iedereen om je heen wel een ander heeft, dan ga je je daardoor ‘buitengesloten’ voelen. Maar alleen zijn had ook belangrijke voordelen: de vrijheid ervan, het niet hoeven opgeven van je eigenaardigheden.  Er is geen levensvorm die beter is, het gaat erom wat bij je past op het moment."

Het duurde wel een tijd voordat mijn tante de gedachte “er kan altijd nog een ware Jozef komen” opgaf. Op haar vijfenvijftigste had ze de rust om een klooster in te gaan en zich daar te storten op bezinning, meditatie en gebed. Maar dat is niet per se een keuze voor de eeuwigheid of tegen een relatie, benadrukt ze.

Pieter, een homoseksuele man van zestig met een bestuurlijke functie in de zorg, is stelliger over zijn keuze alleen te zijn, maar ook hij ziet het niet als een bewuste keuze die hij van tevoren gemaakt heeft:

"Achteraf en terugkijkend kan ik wél zeggen dat ik mijn eigen onafhankelijkheid steeds heb nagestreefd en me niet hebben willen binden aan één vaste partner. Maar ook zou je kunnen zeggen dat ik nooit iemand ben tegen gekomen met wie ik als vaste partner door het leven zou willen gaan. Er hebben zich natuurlijk wel kandidaten aangediend maar wanneer de feitelijke keuze zich aandiende, wilde ik niet. Dan koos ik voor mezelf en mijn onafhankelijkheid."
De afwezigheid van een vaste partner geeft de ruimte te investeren in intensieve vriendschappen.

Pieter ziet vooral de voordelen van alleen zijn. Hij kan op elk moment zelf beslissen wat hij gaat doen. Of het nou om werk gaat of om vakantie, hij hoeft geen rekening te houden met de wensen van een ander. Zijn inkomen maakt het ook mogelijk om de hele wereld rond te reizen en mooi te wonen. Hij moet er niet aan denken dat iemand zich met de inrichting van zijn appartement gaat bemoeien. Bovendien geeft de afwezigheid van een vaste partner hem de ruimte te investeren in intensieve vriendschappen. En in vrije seks natuurlijk, “al moet ik bekennen dat naarmate ik ouder word de mogelijkheden wat afnemen”.

Helemaal jubelend is Pieter niet. Hij mist praktische steun. Het huishouden moet hij alleen doen en al verdient hij goed, met één inkomen valt er minder te besteden dan met twee. Maar zwaarder weegt de emotionele steun. Als Pieter zich in zijn werk dreigt te verliezen, is er niemand die hem zegt dat hij het rustiger aan moet doen, niemand die dagelijks vraagt hoe het gaat. “Er staat niet standaard iemand thuis klaar voor je. Als ik mijn ei kwijt wil moet ik daarvoor altijd met iemand afspreken.” Ook maakt hij zich zorgen over de gebreken die zullen komen met het ouder worden.

Going Solo


De voor- en nadelen die Pieter noemt, worden ook genoemd door de vele Amerikaanse alleenstaanden die socioloog Eric Klinenberg interviewde voor zijn boek Going Solo (2012). Voor aanvang van zijn interviews ging Klinenberg ervan uit dat hij alleen doffe ellende en hartverscheurende eenzaamheid tegen zou komen. Dat bleek alleszins mee te vallen. De alleenstaanden die hij sprak bleken over het algemeen behoorlijk tevreden, vooral dat ze zo veel tijd kunnen besteden aan hun vrienden, hun carrière, uitgaan en hobby’s. Klinenberg (zelf overigens getrouwd) zag wel degelijk ook veel zorgen en twijfels, maar hij denkt niet dat die groter zijn bij alleenstaanden dan bij mensen met een vaste partner: “To be sure, many occasionally struggle with loneliness or with the feeling that they need to change something to make their lives feel more complete. But so, too, do their married friends and family members, and, really, most everyone during some periods of their lives.

De grootste problemen signaleerde Klinenberg bij vrouwelijke dertigers, bij mensen zonder sociaal vangnet en bij ouderen met fysieke en mentale gebreken. Het Bridget Jones syndroom (bestaande uit wanhopige pogingen een man te vinden voordat de biologische klok is uitgetikt) is een cliché om een reden. De sociale druk op vrouwen om tijdig een gezin te stichten is enorm. In bijna elk gesprek vragen vrienden en familieleden aan hen hoe het met hun liefdesleven staat. Klinenberg: “This experience is common among women who go solo, so much so that many question whether it’s really about them or the projected anxieties of their acquaintances. But nearly all report that it makes them feel stigmatized.” Psychologe Bella DePaulo – een zeldzame overtuigde vrijgezel – noemt de sociale afkeur en discriminatie waar singles mee te maken krijgen ‘singlism’. Het gaat bij singlism niet alleen om de tik-tak-geluiden die familieleden maken, maar ook bijvoorbeeld om de eenpersoonstoeslag die je betaalt als je alleen in een hotelkamer wil overnachten. Of de negatieve portrettering van langdurig partnerlozen in romans en films: het gekke kattenvrouwtje, de oudere man die nooit uit de kast heeft durven komen, de anorectische of juist obese neurotica.
Tenzij zij het uiterlijk en de levensstijl van George Clooney hebben, kunnen ook zij op blikken van meelij rekenen.

Alleenstaande mannen hebben in mindere mate last van sociale druk en afkeur, maar tenzij zij het uiterlijk en de levensstijl van George Clooney hebben, kunnen ook zij op blikken van meelij rekenen. (Denk aan al het gelach en gespeculeer in de media over de bewuste vrijgezellenstatus van Mark Rutte. “Voelt hij wel iets?”, vroeg De Gelderlander zich af.) Bovendien zijn er voor hen reële risico’s aan het aanhoudende vrijgezellenbestaan. Onderzoeken die Klinenberg aanhaalt wijzen erop dat trouwen goed is voor de gezondheid van mannen (terwijl getrouwde vrouwen juist vaker depressief zouden zijn dan ongetrouwde). Alleenstaande oudere mannen hebben nogal eens de neiging zichzelf minder goed te wassen en te voeden dan gewenst is. Ook zijn ze minder goed in het onderhouden van de sociale contacten die je zo hard nodig hebt als er niemand thuis op je wacht. Maar wellicht dat onze generatie van metromannen hier minder problemen mee zal hebben.

“Own thyself, woman”


Ook al hebben veel alleenstaanden het best naar hun zin, zowel Going Solo als statistiekjes van het CBS tonen dat werkelijke berusting pas komt met de jaren. In onderzoek van het CBS uit 2003 wilden “nagenoeg alle alleenstaanden onder de 35 jaar” een relatie. Dat zal anno 2013 niet radicaal anders zijn. Niet alleen vanwege de sociale druk en de verheerlijking van romantische liefde, ook simpelweg door biologische en psychologische behoeftes. Hoe lief onze vrijheid ons ook is, we willen daarbovenop graag de veiligheid van de vaste relatie. De vraag is hoe serieus we die drang naar geborgenheid en erkenning moeten nemen, of we die niet kunnen intomen.

Volgens Jan Geurtz valt aan onze veiligheidsdrang te ontsnappen. In zijn boek Verslaafd aan Liefde (dat al dertien drukken heeft beleefd en in alle vestigingen van de bibliotheek in mijn gemeente constant is uitgeleend) verkondigt hij hoezeer we onszelf kwijt kunnen raken in een relatie. Velen van ons zijn geneigd ons levensgeluk af te laten hangen van de ander. We zoeken naar de veiligheid die we hadden als kind, maar moeten voor die veiligheid steeds meer van onze vrijheden inleveren (zoals ook een kind niet zo veel te zeggen heeft). Geurtz spreekt van twee geamputeerde mensen die samen wanhopig proberen een eenheid te vormen.

Eigenlijk zingt Lana del Rey in Video Games iets vergelijkbaars. Het liedje lijkt op het eerste gezicht een idyllische schets van een jeugdliefde, maar als je beter luistert is de ik-figuur wel erg hard bezig het een nogal onvolwassen manspersoon naar de zin te maken. Ze verliest zichzelf daar compleet in: “It’s you, it’s you, it’s all for you / Everything I do”. Video Games geeft een beeld van hoe liefde – of wat je voor liefde aanziet – je wereld kleiner kan maken dan nodig. Ik doe dit allemaal voor jou, omdat me keer op keer verteld is dat dat liefde is. Omdat het ook wel zo gemakkelijk is mijn eigen leven op te schorten, niet na te denken over wat ik zelf zou willen.

Del Rey laat echter zowel het bittere als het zoete doorklinken van de liefde waarin je jezelf wegcijfert, terwijl Geurtz alleen de negatieve aspecten benadrukt:


Jan Geurtz – Verslaafd aan Liefde
Ik heb het voor iemand van wie ik houd graag over om niet aan andermans geslachtsdelen te gaan zitten.

Het bezwaar dat ik tegen Geurtz’ spirituele betoog heb, is dat het automatisch vrijheid boven veiligheid verkiest, alsof veiligheid per definitie iets ontzettend kinderachtigs is om te willen. Een kinderachtige angst die alleen met de juiste hoeveelheid meditatie bezworen kan worden. Noem me ouderwets, maar ik heb het voor iemand van wie ik houd graag over om niet aan andermans geslachtsdelen te gaan zitten of zelfs, jawel, af en toe de afwas te doen. Dingen over hebben voor iemand om wie je geeft, lijkt me niet iets om ongelukkig van te worden of je “geamputeerd” door te gaan voelen. Maar het idee dat we een ander niet verantwoordelijk kunnen houden voor ons geluk, en dat we de voortdurende bevestiging van buitenaf niet nodig hebben, dat we goed genoeg zijn zoals we zijn (“echt noodzakelijk is een relatie nooit: geluk is in essentie al volledig aanwezig in jezelf”) – dat gedeelte van Geurtz’ boodschap neem ik graag aan, hoe moeilijk dat soms ook in praktijk te brengen is. Als ik mezelf erop betrap dat ik zit te wachten op een sms'je van een geliefde of me een voorstelling maak van hoe onze kinderen eruit zouden zien, probeer ik te denken aan Toni Morrisons roman A Mercy, aan de scène waarin de slavin Florens zich opdringt aan een oudere zwarte man die nooit slaaf is geweest. Als Florens hem toefluistert: “You alone own me”, antwoordt hij geërgerd: “Own thyself, woman.”

Angst voor afhankelijkheid


En toch, als ik dat tegen mezelf zeg, zit ik mezelf af te blaffen voor heel menselijke neigingen. Is een relatie zonder enige vorm van afhankelijkheid wel een relatie te noemen? Houd ik mezelf niet voor de gek door onafhankelijkheid zo te verheerlijken? Is die onafhankelijkheid niet vooral een beschermingsmechanisme, dat voortkomt uit de angst dat mensen je af zullen wijzen als je ‘te graag’ wil? Wie zich aan niemand bindt, kan ook niemand verliezen. Erg dapper is dat niet. Wie tegelijkertijd onafhankelijkheid en romantische liefde verheerlijkt komt in de knel. Kun je verliefd zijn zonder jezelf een klein beetje te verliezen? Kun je zeggen dat je van iemand houdt als je angstvallig je persoonlijke vrijheid op de eerste plek blijft stellen? Zelf beëindigde ik een langdurige relatie waarmee weinig mis was uit angst dat ik anders ervaringen zou mislopen. Ik heb daar geen spijt van, maar sindsdien heb ik zo weinig geluk in de liefde dat ik vermoed dat mijn geluk in het spel inmiddels enorm zal zijn – misschien moet ik in plaats van op dates naar het casino gaan. Als ik kijk naar mensen die trouw zijn gebleven aan hun jeugdliefde kan ik niet anders dan mateloze bewondering voor hen hebben. Ik zie geen angst, geen amputatie, maar toewijding, geduld, doorzettingsvermogen. Ik zie mensen die een keuze hebben durven maken en daar achter blijven staan. Maar de mensen die gelukkig alleen zijn, stralen minstens zo veel kracht uit. Ik hoop dat zij minder zeldzaam worden. En dat we steeds meer moeten grinniken om zinnen als “They say that the world was built for two / Only worth living if somebody is loving you”.
Deel op of
Emy Koopman (1985) is Hard//hoofd-redactielid, literatuurwetenschapper, psycholoog en schrijver. Haar debuutroman Orewoet verscheen in september 2016 bij Prometheus. // emy@hardhoofd.com
b
a
a