Illustratie: Joost Dekkers

Het ware festivalgeluk is een zitzak" />

Illustratie: Joost Dekkers

Het ware festivalgeluk is een zitzak" />

Hard//hoofd

Koprol

Festivalcolumn II

Tekst Gastbijdrage &
Illustratie Joost Dekkers

Deze zomer neemt Sara je mee. Ze bezoekt de lowbudget festivals Boom in Portugal, Teknival in locatie onbekend en Fusion in Duitsland. In vijf columns vertelt ze over de fascinatie voor het festival, hedonisme, commercialiteit, massaliteit en het 'we are one'-gevoel. Deel 2 gaat over Fusion en festivalgeluk.


Een zacht briesje strijkt langs mijn gezicht. Hij doet het zeil klapperen en de bladeren ritselen. Het is warm, een graad of 25. Aangenaam warm, niet te. We hebben een groot blauw zeil in het midden van ons kamp gespannen, dat wat schaduw biedt. Met mijn hoofd uit en mijn benen in de zon, is de temperatuur nagenoeg perfect. Ik lig uitgestrekt op de fatboy. Je weet wel, zo’n grote zitzak. Een weldoener heeft die helemaal uit Nederland meegesleept. Hij vormt zich naadloos naar mijn lichaam, een stuk comfortabeler dan het matje in mijn tent. Mijn rug, die pijn doet van het lopen en dansen, tintelt van genoegen. Alle vermoeidheid zakt zo het kussen in. Meestal strijden vier man tegelijk om een stukje fatboy, maar op dit heerlijke moment is hij helemaal voor mij alleen. Naast me staat een doos kersen. Lui, zonder mijn hoofd op te heffen, graai ik er nu en dan een paar uit. Ze zijn zoet, zonder uitzondering. Dit geluk blijft maar duren en ik vergeet bijna dat ik op een festival ben met vijftien verschillende stages, waar geweldig acts bezig zijn die ik stuk voor stuk mis.

Fusion, zo heet het festival. Een stukje ten noorden van Berlijn, waar een oude sovjet luchtmachtbasis is omgetoverd tot een volwassen pretpark. Het is een extreem divers festijn met theater, film, vuur en muziek, die alles beslaat tussen jazz, punk, tekno en gipsy. Fusion is booming. Sinds een paar jaar worden de 60.000 toegangskaarten zelfs op voorhand verloot, als bij een studie geneeskunde, omdat er zoveel animo voor is. En wie geen kaartje heeft, springt over het hek, want Fusion is ongeëvenaard.

Wat Fusion een uitgesproken ander karakter geeft dan de meeste festivals, is dat het nooit afgebroken wordt. Het gehele terrein is aangekocht door de organisatie en dus blijft na afloop alles staan en breiden zij de attracties elk jaar verder uit met lasershows, installaties, grotere dansvloeren en overtreffende kunstwerken. In en om de voormalig hangars verrijzen steeds maar meer podia. De meeste festivals worden in korte tijd uit de grond gestampt, met behulp van grote circustenten, opblaasconstructies en andere prefab oplossingen. Maar Fusion is geen fastfood, of coffee-to-go, Fusion is coffee-to-stay-forever.

Toch is het geen festival van massieve overdaad. Wel van fantasierijke details. Overal is gezorgd voor een finishing touch. Ik hou van die toewijding. In de paar jaar dat ik terugkerend bezoeker ben, weten de organisatoren me steeds weer te verrassen: de omgeving is vertrouwd, maar altijd fris, nieuw, anders.


Illustratie: Joost Dekkers


Om me heen stijgt niet iedereen op naar de zevende hemel. Ik hoor een vriend kreunen. Hij is door de zon uit zijn tent gebrand en ligt nu buiten in een poging een paar noodzakelijke uren slaap te pakken. Gekweld kijkt hij mij aan als hij kuchend en rochelend omhoog komt. Ik geef hem een knipoog. Dit, bedenk ik, is nou festivalgeluk. Voor mij bedoel ik, niet voor hem. Het gaat om dit specifieke gevoel dat ieder moment goed besteed is, waardoor haast verdwijnt en vooral de angst om iets te missen. Want er is veel te missen.

Een festival, ieder festival, heeft een programma. Hoewel zo’n programma de essentie van het hele gebeuren is, kan het ook de bron van een hoop ellende zijn. Argeloos begin je met lezen en voor je het in de gaten hebt zijn de dagen vol gepland. Je moet dit zien, daar bij zijn, keuzes maken en medestanders voor jouw agenda vinden. Twijfel en teleurstelling liggen onvermijdelijk op de loer.

Het zien van een geweldige dj of mijn favoriete band kan een hoogtepunt zijn, maar dat is niet waar ik voor kom. Ik kom voor die onvoorspelbare random momenten van geluk, die ik liggend, zittend of springend kan ervaren. Het mooie van Fusion is dat zij weet van dat geluk. Fusion nodigt je uit voor het festival, voor de sfeer. Tijdens de kaartverkoop is niet bekend wie zullen optreden. Pas als iedereen een kaartje heeft gekocht, verschijnt de line-up op internet. Van de honderden artiesten ken ik meestal maar enkele namen. Op Fusion spelen doorgaans niet de groten der aarde. Het prettige daarvan is dat je simpelweg niet weet wat je mist en er des te meer mogelijkheid is om je te laten verrassen door volkomen onbekende helden.

In een energieke opwelling spring ik van de fatboy, ik trek de vriend uit zijn slaapzak en klop het stof van hem af. Met enige aarzeling en onder gemompeld protest laat hij zich door mijn enthousiasme overrompelen. Samen gaan we op zoek naar muziek, ik huppelend, hij sjokkend als een zwaarbeladen ezel. Aangekomen bij een bandje dat iets speelt dat het midden houdt tussen kumbia, klezmer en Ierse volksmuziek gaan we op onze buik in het gras liggen, koud drankje in de hand, en binnen vijf minuten zie ik een glimlach door zijn grauwe gezicht heen breken. Ik voel de impuls om een handstand te maken of een dubbele salto te springen, maar door gebrek aan gymnastische kwaliteiten, hou ik het bij een koprol. En dat zegt heel wat, ik maak nooit een koprol.

--
Sara Kee (1984) is schrijfster en filosofe. Ze schreef voor 'De Groene Amsterdammer', maakte de documentaire 'Wavumba - zij die naar vis ruiken' en reisde de hele wereld over. Haar eerste bundel reisverhalen verscheen onder de titel 'Reis! Alleen over de wereld' bij uitgeverij Nijgh & van Ditmar (2012).

Deze columns verschijnen in samenwerking met Vlaams-Nederlands cultuurhuis deBuren.
Deel op of
Joost Dekkers
b
a
a