13 juli 2012

Na zdrowie, brave Belg!

Ook deze zomer weer veel proza op hard//hoofd. We trappen af met het citybook dat de Belgische dEUS-muzikant, dichter en schrijver Mauro Pawlowski schreef in opdracht van deBuren. Hij bezocht de Poolse stad Lublin en ontdekte onder meer dat de zanger Percy Sledge aldaar bekend staat als Meneer Eerste Haring. De beelden zijn gemaakt door de jonge Poolse fotograaf Maciej Rukasz.

Het is geleden van 1980 dat ik gebruik heb gemaakt van de Poolse spoorwegen. Ik was toen negen jaar. Als ik vandaag, 32 jaar later, in het station van Warschau de deur van mijn aangewezen treincompartiment openschuif, lijk ik de gematerialiseerde replica van een herinnering binnen te treden. De inrichting is in al die jaren niet veranderd, lijkt wel achteloos aan de tijd te zijn ontsnapt. Het is alsof ik zal plaatsnemen naast mijn negenjarige zelf.

Terwijl ik mijn reiskoffer deponeer op het bagagerek boven mijn zitplaats aan het raam, verschijnt achter me mijn negenjarige zelf. Luidop probeert hij me te wijzen op mijn beroerde geheugen en op hoe hard alles hier wel degelijk veranderd is. Maar ik hoor hem niet, ondergedompeld als ik ben in zoveel nostalgische waan. Schouderophalend druip(t) hij/ik dan maar af.

Ik ga zitten tegenover een jong stel en hun moeilijk in toom te houden dochtertje, dat vooralsnog geen enkel teken van vermoeidheid vertoont. Dit in tegenstelling tot de ouders, die haar non-stop in de gaten houden.

Eens we een tijdje op weg zijn, merk ik best nog wat Poolse woorden te hebben onthouden uit mijn kindertijd, toen ik het nog tamelijk goed sprak. Weliswaar versta ik het voornamelijk in dat afgemeten taaltje waarmee het koppel tegenover me hun dochtertje sussen of berispen, maar kom, het is tenminste iets.

Ondertussen trekt een geleidelijk uitdovend avondlandschap aan ons voorbij. Maar de enige die de tijd neemt om dit op te merken, en het allemaal nogal bijzonder vindt, dat ben ik.

Als het meisje nu, na een heel repertoire van rusteloos gedrag, begint aan een onhandige klimpoging richting bagagerekken, beslist de vader dat het zo wel even mooi is geweest. Hij plukt haar – niet zonder protest – van een rugleuning en plaatst haar kordaat op moeders schoot, die het kind dan maar een iPad voorschotelt.

1980 dus. Samen met mijn grootmoeder en twee tantes kwam ik familie bezoeken op verschillende plaatsen in het land. De boerderij van mijn grootvaders broer was onze eerste bestemming. Ergens in het zuiden van het land, tegen de Tsjechische grens, arriveerden we in het plaatselijke station. Het was op een prachtige zomerdag. Vervolgens namen we een taxi naar de boerderij. Uitgeput door de lange treinreis viel ik al gauw in een diepe slaap op de smalle achterbank, gekneld tussen mijn twee tantes.

Plots werd ik wakker, plakkend van het zweet. De taxi bleek stil te staan. Mijn twee tantes waren uitgestapt. Met de handen in de zij stonden ze toe te kijken naar wat ik nu ook zag. Onze chauffeur die vloekend en kreunend een koe van de weg aan het duwen was. Mijn grootmoeder, die vooraan in de wagen was blijven zitten, drukte een woordeloze ergernis uit. Welkom in Polen.

In de trein heeft de iPad zijn nuttig effect: het kind blijft voorlopig stilzitten en staart gebiologeerd naar wat er zich op het schermpje afspeelt. Dat blijkt de Hollywood-animatiefilm Shrek te zijn, te horen aan de overspannen dialogen die datgene wat nu voor enige rust moet zorgen doorgaan vakkundig overstemmen.

Buiten, achter een trillende spiegeling van onszelf, valt er inmiddels enkel regen en donkerte te bekijken. En zo komen we ongeveer een uur later aan in Lublin.

*

Geen getalm de volgende dag. Ik trek er al vroeg op uit voor een eerste verkenning. Het weer valt wel wat tegen, maar daar verkiest een fervente stadswandelaar als ik zich niet al te veel van aan te trekken.

Weldra besef ik twee dingen. Inderdaad ben ik, tegen het herhaaldelijk advies van thuis uit in, vertrokken met een tekort aan koudebestendige kledij. En ik heb verdomme alweer de kapotte paraplu meegenomen.

Maar de omgeving houdt me zodanig geboeid dat schuilen niet dadelijk in me opkomt. Alle met open armen ontvangen Westerse invloeden ten spijt, ademt het oude Oost-Europa hier overal onverstoorbaar verder. Boven, onder en langs alle enthousiaste aanpassingen door.

Plots raken mijn stappen de grond niet meer. Ik word bij de kraag opgetild tot hoog boven de stad. De titanische hand van een Slavische leviathan cirkelt me traag in het rond, gidst me over het uitzicht van talloze kerken, naar het oerbos van Białowieska, de Karpaten, de Baltische Zee.

‘Dit is inderdaad nog steeds Polen, makker.’

Voorzichtig word ik weer op de begane grond geplaatst en zet ik mijn wandeling monter verder.

Een norse man, capuchon over het geschoren hoofd, handen in de zakken van een camouflagebroek, draait zich lichtjes mijn kant uit. Ik verander niets aan mijn stap en blijf rustig voor me kijken. Alsof er niets, maar dan ook extreem niets aan de hand is.

‘We waren vanzelfsprekend erg benieuwd naar je, en bijgevolg hadden we je naam eens gegoogeld. Maar er viel echt niets te vinden over wat je schrijft. Dat vonden we wel wat vreemd.’

Aan het woord is Malgorzata (Gosia voor vrienden) van het Culturele Instituut van Lublin. Een vlotte, gemoedelijke meid van in de twintig die mijn opvang hier verzorgt. We zitten in de Akwarela, een sferige koffiebar in het oude stadscentrum. Bij haar zit Zosia, een collega en docente Poolse literatuur. Een dame met een open, vrolijke uitstraling, alsof ze ieder moment kan uitschieten in een aanstekelijke slappe lach.

‘Tja’, begin ik, ‘het is me zelf ook niet altijd duidelijk.’ Kalm neem ik een veel te grote slok van mijn gloeiend hete cappuccino.

‘Ik breng zeer weinig uit. Iets fatsoenlijk afwerken doe ik zelden. Ik vraag het mezelf ook wel eens af, hoor: wat doe ik feitelijk?’

In een flits zie ik mezelf als een internationaal geseinde meesteroplichter, in acute ontsnappingsnood een vluchtplan uitkienend. Wat als ik plotsklaps deze tafel omverwerp en onder het slaken van een ijselijke kreet door dat gesloten raam spring? Op de achtergrond speelt een bossanovaversie van Chicago’s If You Leave Me Now.

‘Hoe dan ook,’ zeg ik, ‘ergens moet ik toch wat juist doen.’

Een moment van stilte.

‘Hey,’ gooi ik er achteraan, ‘how else would I get here?’

Waarop Zosia in een aanstekelijke slappe lach schiet.

*

Op de boerderij sliep ik met mijn grootmoeder en twee tantes in dezelfde kamer. Op een keer, midden in de nacht, vloog de deur open. Daar stond de oudste zoon des huizes. Hij was zo te zien goed op de lappen geweest, had daarbij ergens een trompet weten te bemachtigen en besloot ons hier en nu spontaan een demonstratie freejazz te geven, absoluut niet gehinderd door enige kennis van het instrument. Ook had hij een dwaas hoedje op, waarvan de herkomst eveneens onduidelijk was. Hij was al weer verdwenen toen mijn grootmoeder eindelijk haar bril wist te lokaliseren en ons verbouwereerd vroeg wat dat was.

De ochtend nadien zaten hij en ik aan een nog mistige rivier naar paling te vissen. Dat had hij me namelijk beloofd. Veel zei hij niet. Hij zat daar met roodomrande ogen maar wat voor zich uit te staren. En die palingen maar lachen.

*

In de Akwarela wenk ik naar de dienster voor nog een bestelling.

‘Maciej, onze fotograaf, komt zo ook even langs’, meldt Gosia. ‘In verband met je verblijf zal hij ergens deze week wat foto’s van je nemen.’

Maciej komt binnen. Hij mist zijn entree niet. Direct nadat we aan mekaar zijn voorgesteld en vriendelijk de hand schudden, ontsteekt hij in een half lachend uitgesproken tirade.

‘Waarom o waarom in godsnaam pikken die gekken op straat consequent mij er altijd uit?’ Hij knoopt zijn jas los. ‘Daarnet had ik weer prijs. Wat is dat toch? Wat heb ik dat anderen niet hebben?’ Hij gaat zitten, strijkt eens door zijn haren. ‘Ik verstond trouwens de ballen van wat die vervelende kwast moest.’ Aanstonds vertelt hij me een overtuigde misantroop te zijn.

‘Daar viel je Arnon Grunberg ook al mee lastig toen hij hier was,’ zegt Gosia.

Ik mag hem dadelijk. Spoedig ontpopt hij zich tot uitstekend gezelschap. En hij zal zich de komende dagen nog laten kennen als een ideale compagnon.

Het is fijn om te merken dat het hier nogal ongedwongen aan toe gaat. Ik ben zodanig op mijn gemak dat zelfs de gedachte van ‘hehe, wat ben ik toch danig op mijn gemak’, niet in mij opkomt. Om maar te zwijgen over het idee dat ik hier feitelijk ben om een of ander werk te verrichten. Al gauw passeren een aantal amusante anekdotes de revue, waarvan ik deze jullie niet wil onthouden. Gosia’s vader werd eens op klaarlichte dag aangeklampt door een anonieme dronkenlap, die hem in verregaande staat van verwildering vroeg waar hij zich in godsnaam bevond. Toen Gosia’s vader hem vertelde in welke straat zij stonden, begon de man afkeurend te wapperen met beide handen, waggelde vervolgens een paar stappen achteruit, keek met opengesperde ogen in het rond en zei: ‘Neeneenee, mijnheer, ik bedoel in welke stad?!’

*

De volgende ochtend is de lucht opgeklaard. Ik kom buiten in een stralende dag. Via de Poort van Krakow – een massief omwalde doorgang van een voormalige vestingmuur uit de 14de eeuw – wandel ik het historische centrum weer in. Dit gedeelte, vandaag ‘de Oude Stad’ genaamd, was ooit het getto van Lublin. Het eerste Judenreservat dat door de nazi’s werd geliquideerd, zo vermeldt het Staatsarchief.

Vier kilometer hiervandaan, in Majdanek, werd op 3 november 1943 de grootste massa-executie in de geschiedenis van alle concentratiekampen uitgevoerd, bekend als ‘Operatie Oogstfeest’. 18.000 mensen werden diezelfde dag geëxecuteerd. Van de oorspronkelijk 40.000 Lublinse Joden zouden uiteindelijk een 200-tal de Tweede Wereldoorlog overleven.

Heden is het een aangename buurt om rond te hangen, met een keur aan cafés en restaurants. Hoewel het nog vroeg dag is, leeft er al heel wat. Ik kruis een school tieners die gelaten een gids volgt. Luidruchtige werklui timmeren een houten terras in elkaar. Vaten worden binnengerold. Een koppel toeristen op leeftijd, verdiept in een opengevouwen kaart, verspert de weg voor een toeterende bestelwagen. Een zakenman staat wijdbeens te telefoneren, kijkt met inwaartse blik voor zich uit, houdt een vinger in zijn vrije oor en zegt met groeiende ergernis een aantal keer na mekaar ‘hallo’. Ergens klinken klokken.

Ik loop de stijgende bocht van een kasseienstraatje op dat uitkomt op een stenen pleintje. Aan een rand daarvan vertoont zich een indrukwekkende panorama. Diep naar beneden sliert de snelweg suizend een grens tussen stad en desolater gebied. Ik had er geen flauw idee van dat we hier zo hoog zitten ten opzichte van de wijde omgeving. Ik ben dan ook het type wandelaar dat zelden goed oplet.

In de verte, aan mijn rechterkant, verrijzen een aantal afgezonderde flatgebouwen. Zwijgzame betonnen reuzen met het statige aura van andere, strengere tijden. Links de contouren van een heuvelachtige voorstad. Nog verder weg, vertroebeld door felle zon en afstand, het schimmig opdoemen van grootschalige industrie.

Op dat moment komt een paar meter naast me een vent met doorleefd gelaat en walrussnor een sigaret staan roken. Alsof hij speciaal voor mij hiernaartoe is gezonden om even gepast te congrueren met de geschiedenis van het uitzicht. Dank u wel, patroonheilige van het reisverslag, wie je ook mag zijn.

*

‘Is er iets dat je graag zou willen uit België?’, vroeg een van mijn twee tantes. ‘We kunnen je het opsturen.’

We namen afscheid van een, denk ik, achteroom. Ditmaal iemand uit een noordelijke provincie. Een oudere, alleenstaande man. Nu ja, oud voor een negenjarige. Hij kon evengoed in de veertig zijn geweest wat dat betreft. Iemand die wat afgelegen woonde, aan de rand van een bos. Ik herinner me hem als een uitermate somber figuur, die enkel enigszins opleefde toen hij ons zijn immense gazettenverzameling toonde. In een garage, veilig achter slot en grendel, lag het metershoog opgestapeld. Wat een rare, dacht ik.

‘Zeg het maar, hoor,’ zei de andere tante. ‘Eender wat, in de mate van het mogelijke.’

Hij toonde een zeldzaam grijnsje.

‘Wel,’, begon hij, ‘het is iets dat ik niet lang geleden heb gezien. Bij iemand uit het Westen.’ Zijn ogen verlevendigden. ‘Het was zo een stylo met vier kleuren.’ Iets nam me plots voor hem in. Ik denk dat dat het lachje van een eenzame was. ‘Dat zou ik wel willen hebben, ja.’

Ze stuurden hem een doosje met verschillende exemplaren. Hij schreef daar een uiterst dankbare brief voor terug.

*

Ik doe een interview met de lokale krant. Gosia is tolk van dienst. Voor mij zit een forse, joviaal uitziende man van rond de vijftig, schat ik. Een gepassioneerde Lublin-kenner wordt mij verteld. Mijn hoofd schommelt waarderend en zoekt onderwijl de aandacht van een dienster. Het is vandaag druk in de Akwarela. De ogenschijnlijk goedgemutste journalist kijkt me gemotiveerd aan, leunt comfortabel achterover in zijn stoel. We zijn startklaar wat hem betreft. Hij begint zijn vraag, richt zich daarbij om praktische reden tot Gosia. Al gauw valt het woord ‘Lublin’. En nog eens. Hij geraakt snel op dreef. Dirigeert zichzelf met een pen in de hand, snuift bijwijlen eens diep in, zoekend naar een juiste formulering. Gosia volgt hem met gepaste ernst. Af en toe wisselt ze een snelle blik met me, knikkend. ‘Tak’ zegt ze op gepaste tijd, wat ‘ja’ betekent. De vraag houdt nog steeds aan, begint stilaan een episch traject af te leggen. ‘Tak’, ‘tak’, ‘Lublin’, ‘tak’, ‘Lublin’, ‘tak’.

Ik sla hen gade zoals een argwanende pygmee dat zou doen bij een discussie tussen twee Finse antropologen. De vraag komt ten einde.

‘Dus,’ begint Gosia. Voorbereidend kuchje. De journalist gooit er snel nog een paar zinnen achteraan, op zachter volume, alsof zijn stembanden eerst nog wat moeten uitbollen om volledig tot stilstaan te komen. ‘Hij vroeg hoe jij de stad Lublin zou promoten. De mensen overtuigen hiernaartoe te komen, hier en niet ergens anders. Wat denk jij dat de troeven, de charmes zijn van deze plek?’

Ik kijk even ernstiger voor me uit dan geloofwaardig is.

‘Goh,’ zeg ik, ‘Mooie stad, hoor. Veel cultuur. Universiteiten.’ Ik denk na. ‘Theaters!’ Stilte. ‘Hey, ik heb het hier alvast heel erg naar mijn zin.’ Dit volstaat natuurlijk niet. Ik moet beter kunnen. ‘Luister,’ vervolg ik, ‘ik ben niet de juiste man om wat dan ook te promoten. Dat lukt me zelfs niet bij mijn eigen zaakjes. Maak er maar van wat je zelf wilt, denk ik doorgaans.’

Als ik op mijn beurt door Gosia wordt vertaald, zie ik het gezicht van de journalist alsmaar bedenkelijker samentrekken. Nerveus wiebelt zijn pen tussen twee vingers. Vanuit zijn ooghoeken werpt hij me spiedende blikjes toe. Allemaal goed en wel wat onze gast over zichzelf weet te melden, maar hoe zit dat hier met Lublin? Om het de brave man verder niet al te moeilijk te maken – en eerlijk gezegd vooral om er zelf vanaf te zijn – zet ik het verder maar op een bejubelen van jewelste.

‘“Lublin” zeg je?! If you can make it there you’ll make it anywhere!’ Een groot swingorkest begint te spelen. Het plafond en de muren van koffiebar Akwarela zijn verdwenen. Onze tafel bevindt zich nu in openlucht, op een ronddraaiend glitterpodium. We zijn omringd door een mannenkoor. ‘Luuu-bliiin!’ De diensters voeren een synchrone dans uit. De andere klanten maken salto’s, spuwen vuur, vormen een menselijke piramide. ‘Luuu-bliiin!’ Hoeden vliegen in de lucht. Kanonschoten weerklinken. Confetti overal. Een eskadron straaljagers scheert laag over ons heen. ‘Luuu-bliiin!’ Een drumsolo bereikt zijn climax. Zo moet het!

De journalist en ik geven mekaar een high-five. Zie je wel dat je het kan! Mijn zoveelste waarheidsgetrouwe profiel in een krant. Zal ik het ooit leren?

*

Het liefst van al ga ik de deur uit zonder vooropgesteld plan. Mijn humeur zal me leiden. Wil dat zeggen dat ik musea en andere bezienswaardigheden wens te negeren, dan is dat maar zo. Niet zelden kan cultuur mij maar matig boeien. Ik vind dat helemaal niet zo abnormaal, en heb daar verder ook niks bijzonder interessant bij te vertellen. Maar het is alweer een mooie namiddag in Lublin en ik heb zin om gewoon te blijven wandelen tot ik er bij neerval. Ik zie wel waar ik uitkom.

Op dat gebied wil ik best dwepen met die dekselse situationisten en hun ‘dérive’: het bewust kiezen voor een stedelijke dooltocht waarbij het toeval een grote rol speelt en de lustige wandelaar, op zoek naar ‘l’effet psycho-géographique’, openstaat voor de sfeerwisselingen van buurt tot buurt. Weliswaar niet om, zoals een rechtgeaarde situationist betaamt, daarbij het gevoel te krijgen een of andere subversieve daad uit te voeren. Daarvoor is de revolutionaire Fransman in mij te flauw vertegenwoordigd.

Ik wandel op een brede laan, waarvan je van ver al kan zien dat hij kilometers doorgaat. Aan weerszijden staan enkel grote gebouwen, voornamelijk universiteiten, of wat daarmee te maken heeft.

Ik houd halt voor de Katolicki Uniwersytet Lubelski Jana Pawla II (Johannes Paulus II). Karol Wojtyla zelf was hier ooit nog lector in de ethiek. Een man met wiens afbeelding ik ben opgegroeid. In de woonkamer van mijn grootmoeder hing tot aan haar dood een ingekaderde foto aan de muur. En ieder jaar opnieuw kocht zij een nieuwe kalender van hem. Ik bedoel, hij kwam dat niet persoonlijk in Heusden-Zolder deur aan deur verkopen. Dat deed de plaatselijke Poolse pastoor wel in zijn plaats. Ook in de clublokalen van de Limburgs-Poolse gemeenschap was zijn beeltenis alom aanwezig. Als klap op de vuurpijl heb ik hem zelfs ooit live gezien, in Lourdes. Met mijn grootmoeder en twee tantes, jawel.

Later op de avond zou ik hier nog eens met Maciej langsrijden, toen hij me rondreed door een uitgebreider gedeelte van Lublin. Wat verderop vertraagde hij, wees naar een drukbezochte café en zei: ‘Daar zitten de ruigere studenten. Ben er eens per ongeluk binnengestapt. Na een minuut dacht ik: are they going to kill me now or let me finish my beer first?’

Ik beslis terug te keren. Ik zou voor sluitingstijd nog langs de supermarkt moeten, en het is best nog even stappen voor ik weer op mijn kamer ben.

Ik kom voorbij een kerkhof in een groene omgeving. Er letterlijk vlak naast staat een gigantisch Shopping Center. Wat verder hangt een affiche voor een stuk van Beckett. Voor de etalage van drankenwinkel Alkohole Jack blijf ik even staan kijken naar een fles Vodka Pepesza in de vorm van een glazen AK-47 machinegeweer. Ik ben onder de indruk. Weer iets verder een affiche van Szekspir’s Macbeth. Bij het oversteken van de straat zet ik het halverwege op een lopen vanwege de zwalkende en haperende rijstijl waarmee autorijschool Amigo me sneller dan ingeschat nadert. Toch weet de dame achter het stuur in al haar concentratie alsnog excuserend een hand naar me op te steken. Ik kruis een man die het midden houdt tussen een lijfwacht, een charmezanger en een quizmaster, aan wie ik terugdenk bij het zien van een Woody Allen-theateraffiche.

Op een bierreclame herken ik Boniek, een van de succesvolste Poolse voetbalinternationals ooit. Het wereldkampioenschap 1982 in Spanje: België verliest met 3-0 van Polen, Boniek scoort drie keer. Dan een grootse aankondiging van ‘John Cage Year Lublin 2012’, een andere oude held van me. Een straatmuzikant met een streng en stoïcijns, doch behoorlijk charismatisch gezicht (genre Klaus Kinski) speelt op de elektrische viool I Just Called To Say I Love You, zo mogelijk nog stroperiger dan het origineel.

Op het centrale stadsplein, Plac Litewski, stap ik langs het standbeeld van Józef Piłsudski, stichter van de moderne staat Polen. Imposant besnord en met militaire bravoure zit hij edelmoedig op zijn onrustig paard, alsof hij ieder moment kan chargeren naar het wat verder tegenover hem gelegen McDonalds.

In de supermarkt koop ik een bokaal zoute haring. Een populaire snack bij de Polen. Niet in de laatste plaats omdat je er toch alleen maar meer dorst van krijgt.

‘Aha! Meneer Eerste Haring.’ Dat is wat mijn vader telkens uitroept als de populaire soulzanger Percy Sledge op TV verschijnt. Want zegt hij: ‘Pierwszy dat is Pools voor eerste, en sledze dat betekent haring. Ziezo dames en heren, en dan nu When a Man Loves a Woman door Eerste Haring.’

Het Culturele Instituut van Lublin heeft een plan voor vanavond: mij op sleeptouw nemen langs een aantal goede cafés. Waarbij we de cafés met de meeste soorten wodka naar het schijnt absoluut niet kunnen overslaan. Ik vind het een prima plan. Afspraak om 20u aan de Poort van Krakow.

Net als ik mijn kamer wil uitstappen, hoor ik in de hal iemand bij de buren aankloppen op het ritme van de Wilhelm Tell Ouverture. Om een of andere reden blijf ik onbeweeglijk met de sleutel in de hand staan wachten tot het voorbij is. Eenmaal buiten hoor ik een paar huizen verder iemand herhaaldelijk ‘ciapa!’ roepen, wat zoiets betekent als klungel. Voortekens?

In het eerste café dat we binnenstappen zorg ik al direct voor algemene hilariteit door een pintje te bestellen van gewoon formaat (33cl). Dit blijkt niet helemaal te stroken met wat men hier begrijpt onder ‘een biertje drinken om de avond wat op gang te trekken’.

De rest van het gevolg kijkt me geamuseerd aan, ieder van hen achter een glazen emmer met titanische handvat, tot aan de uiterste rand gevuld met op zijn minst twee liter bier. Na zdrowie, brave Belg!

Naast Maciej, Gosia en Zosia is ook Gosia’s man Michael erbij. Een sympathieke, ietwat schuchtere computerreparateur en Star Wars-fanaat. Plus Gabi, alweer een kranige meid uit de lokale culturele sector. Mijn vermoeden dat vrouwen hier de plak zwaaien wordt stilaan bevestigd.

Er wordt een tweede ronde besteld. Voor mij ook eentje van het formaat voor de dorstige bijziende, a.u.b. Dan vertroebelt het beeld, ligt het verdere verhaal van de avond – èn de nacht – voor me uitgestald als op millennia oude, beschimmelde restjes papyrusrol. Diep in een grot.

… met zijn allen op wandel in de regen … gesprekken met Michael over Obi-Wan Kenobi… vele, vele kleuren wodka in bar Tancereczka (de Danser) … roepen naar een voetbalmatch op tv … Bayern-Real … ik die van alles beloof … op weg naar huis babbelen met een aantal jonge punkers … in mijn eentje dan naar huis, nog een zeer grote omweg gemaakt, tegen beter weten in … en nog wat …

’s Ochtend blijk ik voor het slapengaan nog de rest van de haring hebben opgepeuzeld. Vandaar die kleffe bek. Ook had ik klaarblijkelijk wat notities gemaakt, zoals: ‘Motur film (?), consument, breed/lang/onergande [sic] zon.’

Misschien maar goed dat het geheugen me in de steek laat.

*

Op mijn laatste dag in Lublin is er de openingsavond van een jazzfestival. Tot mijn groot geluk wordt er een film getoond over het leven van Krzystof Komeda. Een Poolse jazzpianist en componist van filmmuziek. Een persoonlijke favoriet van me. Wat een meevaller.

In de documentaire komt Roman Polanski uitvoerig aan bod. Komeda en hij waren boezemvrienden, al sinds hun prille jeugd. Het is de eerste keer dat ik Polanski Pools hoor praten. Tot aan zijn dood schreef Komeda de muziek voor alle Polanski-films, waaronder Lullaby, het bloedmooie thema uit Rosemary’s Baby: de film waarin Mia Farrow een vrouw speelt die in verwachting is van Satan’s kind. Waarom ook niet? Ik kan zelfs niet aan dat nummer denken zonder kippenvel te krijgen.

De zaal zit zo vol dat Gosia en ik op de trappen zitten, maar dat maakt me niet uit. Er zitten prachtige archiefbeelden in de film. Van jazz onder het communisme bijvoorbeeld en alle plantrekkerij die daarbij kwam kijken. Of Komeda en Polanski die in Hollywood succesvol staan te wezen. Hollywood, de plaats waar Komeda in onduidelijke omstandigheden vroegtijdig aan zijn dood kwam. De vermoedelijke aanleiding was een speelse maar te robuuste worsteling met de bekende Poolse schrijver Marek Hłasko, waarbij Komeda ten val kwam en daarbij een fatale hersenschade opliep. Een triest verhaal. En dan, tijdens de aftiteling, tsjak! door het hart, dàt melodietje nog eens.

Een laatste wandeling, diep in de nacht. Ik sta op een heuvel uit te kijken over de stad. De god van het reisverslag, wie het ook mag zijn, geeft me ten afscheid nog een mooi geschenk door alles met een dichte, mysterieuze mist te omgeven.

Met dat, en Lullaby van Rosemary’s Baby in mijn hoofd, hef ik een imaginaire tweeliteremmer bier, tot allen die mijn verblijf hier zo bijzonder maakten.

Na zdrowie, Lublin!

————————————————————————

Mauro Pawlowski (Koersel, 1971) werd geboren in België en is van Italiaans-Poolse afkomst. Hij is een van de spilfiguren in de hedendaagse Belgische muziekscene. Hij speelde bij diverse bands en bracht ook heel wat solowerk uit. Tegenwoordig speelt hij bij dEUS, The Love Subsitutes en I Hate Camera. Sinds enige tijd houdt Mauro zich ook met literatuur bezig. In 2008 ging hij op tournee met de Nederlandse dichter en schrijver Ramsey Nasr, en hij publiceerde een dichtbundel onder zijn volledige naam: Mauro Antonio Pawlowski.

Maciej Rukasz werd geboren in 1988 en werd gevormd door de jaren 90 en Nintendo. Hij is opgeleid tot advocaat maar werkt als mode-, reclame- en theaterfotograaf en doceert fotografie aan de Fotoacademie van Lublin.

Columns & Commentaar

Het hek

Column:
Het hek

De man met het ringbaardje stak een harige hand omhoog en zuchtte met een zwaar Duits accent: ‘‘Zou ik misschien eerst even mogen weten waarom wij hier eigenlijk zijn?’’
21/01/15
Kasper van Royen
Jana_Passagierszetel

TIP:
De passagierszetel

In het leven heb je twee categorieën mensen – chauffeurs en passagiers. Jana is een passagier. Over de bevoorrechte positie van de passagierszetel.
19/01/15
Jana Antonissen
ezadeen_chieltebokkel-540x422

Nieuws in beeld:
Bootnood

‘Voor de tweede keer in een week tijd vaart een vrachtschip met honderden vluchtelingen stuurloos rond in de Middellandse Zee. [...] Het lijkt een nieuwe trend te zijn dat er vrachtschepen worden gebruikt in plaats van kleine bootjes.’ - Chiel te Bokkel is illustrator, cartoonist en grafisch ontwerper. In zijn beeld zoekt hij een combinatie [...]
17/01/15
Beeldredactie
Bron-De-Wereld-Draait-Door

Hard//talk:
Sensatie en de roes

En wat als die roes straks is uitgewerkt?
16/01/15
Mirko van Pampus
Tip_Fay

TIP:
Nonchalant je hand uitsteken

"Hoewel ik dus, inmiddels 30 jaar oud, nog steeds geen rijbewijs heb, heeft het autorijden me veel geleerd. Plots ben ik een voorbeeldige fietser."
16/01/15
Gastbijdrage
Bernard Picart The muses warming themselves (small) (1)

De eeuwig wederkerende crisis in de geesteswetenschappen

Het moet afgelopen zijn met het eindeloze geïnterpreteer in de geesteswetenschappen, schrijft Floris. Het gaat om argumenteren: uitleggen waarom iets belangrijk is, zonder in clichés te vervallen.
15/01/15
Floris Solleveld
pikneuken beeld

Column:
Pikneuken

Pikneukmomenten zijn de onaangekondigde hoogtepunten die je voortkabbelende dagelijks bestaan op positieve wijze omver beuken. Je moet er wel te allen tijde ontvankelijk voor zijn, want ze kunnen zich in allerijl voordoen.
14/01/15
Laura van der Haar
Tip_Denachtvertellen

TIP:
De nacht vertellen

“Je was vannacht zo lief. Op een gegeven moment pakte je me heel stevig vast." "Niet." "Jawel, en je aaide met je voet over mijn voet. Je mag je teennagels wel eens knippen.”
12/01/15
Joyce de Badts
Robbie Williams

TIP:
Pas op voor de muzikale vijand

Dat ene liedje dat je doet denken aan die zomer van 1999. Muziek kent vele helden, maar het zijn de vijanden waarvoor je moet opletten. Geef ze geen kans om onverwacht toe te slaan.
09/01/15
Gastbijdrage
Schermafbeelding 2015-01-07 om 15.24.44

Column:
Snackbarman

Terwijl mijn voeten van de zenuwen extra hard trappen, schraap ik mijn keel en bulder dan door de sportzaal: ‘‘Voor drie euro patat zonder, een frikandel speciaal met extra veel curry en een groentekroket.’’
07/01/15
Kasper van Royen
balloon2

TIP:
Tien verloren ballonnen

Het mooiste en tegelijk meest hartverscheurende dat Jan de afgelopen tijd zag. "Het is tien keer dezelfde levensles, die met een aan mishandeling grenzende regelmaat wordt herhaald: eerst wordt het allemaal alleen maar minder, en daarna komt aan alles ook nog eens een einde."
05/01/15
Jan Postma
Lemm & Co

TIP:
Lemco Lolly’s

Ken je die salmiaklolly’s van Lemco? Met die papegaai op de verpakking die zegt: “Lekkerrrr… Lemco!”? Die lichtbruine knotsen waar je het zout uit kunt zuigen, met zo’n wit stokje dat een beetje verkruimelt als het nat wordt? Geloof het of niet, Rutgers familie heeft dit snoepgoed bedacht.
17/12/14
Rutger Lemm
Beeld rucola Gabor

Column:
Het te grote verschil

De dood zou niet nu al mogen binnendenderen, en al helemaal niet zo. Niet in de zomer, niet op zijn leeftijd. Zijn beste vrienden mogen niet de andere vrienden bellen en hoi zeggen, hee met mij, en haperen.
16/12/14
Laura van der Haar
dood illustratie Hi

Column:
Dood

‘‘Papa…’’ zei Annika peinzend, ‘‘die mevrouw is echt heel oud, toch? Ze is al bijna dood."
03/12/14
Kasper van Royen
Ansichtkaart Zuid-Italië

TIP:
Een slecht reisdoel

Fietsend onder de rijpe vijgenbomen van Zuid-Italië, realiseert Roos zich dat je vakantie nuttig besteden een paradox is. Omarm de verveling in een wereld waarin nutteloze tijd zeldzaam is.
27/11/14
Roos Euwe
Meer Columns & Commentaar laden »

Artistiek

wie heeft mijn kat gezien_balk

Een binnenkat

“Ja?” klinkt uit het donker. “Heeft u mijn kat gezien?” vraag ik. Een grote blanke hand trekt de deur naar binnen. De kier wordt breder. Een mannenlijf verschijnt in een beige kamerjas, beetje morsig, strak dichtgetrokken met een koord rond het middel.
20/01/15
Anna van Leeuwen
Stiftgedicht180115

Stiftgedicht:
anachronisch alleen

...de oude Belg...
19/01/15
Gastbijdrage
zilt-660px_xf&m

Kort verhaal:
Zilt

Voorzichtig pluk ik de makkelijkste woorden uit mijn tas en reik ze hem aan. Ik wil niet meer weten dan hij. Een kort verhaal van Ruth Koops van 't Jagt.
18/01/15
Gastbijdrage
pleinvrees in New York. september 2012. fotograaf Kevin J. Dotson (1)

Op het kruispunt van ruimten

Een theatervoorstelling heeft veel gemeen met de openbare ruimte in een stad. Ze bestaan allebei uit menselijke interactie. Het beweeglijke en het onverwachte vormen de basis van ons hedendaags leven.
14/01/15
Roos Euwe
illustratie-MLaater

Luisteren als spelen met jezelf

Floris laat zien dat Nieuwe Muziek zowel spannend als verwarrend kan zijn: 'Van mensen die mijn portiershok binnenkwamen kreeg ik wel eens verbaasde opmerkingen als: “O, is dat muziek, ik dacht dat dat geluid van buiten kwam.” Of: “Nou, die deur piept wel behoorlijk, zeg.” Dat was dus de klarinetsolo uit Messiaens Quatuor pour la Fin du Temps.'
13/01/15
Floris Solleveld
naaktloper

Verpleegpoëet:
De eerste naaktloper

Sander Ritman is Verpleegpoëet: hij wast, verzorgt en schrijft. Dit verhaal is met vele andere te vinden in zijn debuutbundel. “Ben je gek, ik zit altijd in de zon – maakt me niet uit hoe warm het is. Vroeger liep ik ook altijd met m’n shirt uit, maar tegenwoordig doe ik dat niet meer. Het [...]
13/01/15
Sander Ritman
strook1

Schuur van verdriet

Niels maakte de grootste reis van zijn leven in een meditatiezaaltje om de hoek van zijn huis. Daar nam hij ayahuasca. ‘Ik zie een heel dik lichaam, het klopt, bloedt en zweet olie. Het is het leven en de staart en de bek zijn de dood.’ Een goede vriend van me is net naar Peru [...]
12/01/15
Niels Gerson Lohman
palais de tokyo

Spreken ze Chinees in het Palais de Tokyo?

Yannick Dekeukelaere leert moderne kunst waarderen in het Palais de Tokyo, dat niks met Japan te maken heeft en ook geen paleis is. Dit is wat ik weet van kunst. Ik waardeer de oude meesters om hun techniek en bewonder de grensverleggende impressionisten. Ook met de hype omtrent naoorlogse kunstenaars ben ik mee, met dank [...]
08/01/15
Gastbijdrage
jonkvrouw-II

Verpleegpoëet:
Jonkvrouw II

Sander Ritman is Verpleegpoëet: hij wast, verzorgt en schrijft. Dit verhaal en vele andere zijn te vinden in zijn debuutbundel. “Nee, maar zo gaat het al mijn hele leven. Wat denk je van mijn ex, wat voor een botte lul dat was? Hoe vaak heb ik niet aan moeten horen dat er weer één of [...]
06/01/15
Sander Ritman
V_Young_HHformaat

[\/] – Young at heart

"Het piept, kraakt en knort."
24/12/14
Gastbijdrage
unnamed

Het proces:
Bestialiteit

"Bind het varken op het rad om een bekentenis af te dwingen."
22/12/14
Gastbijdrage
Merkwaardige liefde (width 540)

Merkwaardige liefde:
een pleidooi voor activistisch kijken

Niemand is gebaat bij braafpraat over Het Belang van Kunst. Het idee dat kunst iets goeds is, zijn we zelfs beter kwijt dan rijk.
19/12/14
Floris Solleveld
eenieder die in de schaduw - 600

Stiftgedicht:
in de schaduw

…geen nieuw doel in het leven…
18/12/14
Gastbijdrage
dood-gaan-we-allemaal-I

Verpleegpoëet:
Dood gaan we allemaal I

“Wat vindt uw zoon er eigenlijk van, dat u niet meer doorbehandeld wenst te worden?”
15/12/14
Sander Ritman
Schermafbeelding 2014-12-11 om 08.33.35

Zweethut

"Wat als elke aanraking onbewust in zijn slaap gebeurde? Ik ben geen voorstander van aanrandingen tijdens het slapen."
11/12/14
Julie Cafmeyer
Meer Artistiek laden »

Journalistiek

tuymans

Hard//talk:
P-woord

Had Tuymans Van Giel even moeten bellen om te vragen of het oké was?
23/01/15
Miriam van Ommeren
mastervarg0001

Post uit Moskou:
Kiev

Maite typt 'Donetsk' in en stuit op verrassende zoekresultaten: 'Hoe kun je in een totaal onoverzichtelijke en in een mist van propaganda gehulde crisis nog een neutraal artikel voor een encyclopedie schrijven, vraag ik me af. Wie houdt dat in de gaten?'
19/01/15
Redactie
benidorm

Met de camper naar Benidorm

Paula interviewt "Dan", een muzikant die met zijn camper naar Benidorm vertrok.
19/01/15
Paula Lina
GoneGirlFincerSpecialShoot

Hard//talk:
Gone Girls

De nominaties voor de Oscars zijn bekend. Mannen in crisis voeren - zoals zo vaak - de boventoon.
17/01/15
Basje Boer
ezadeen_chieltebokkel-540x422

Nieuws in beeld:
Bootnood

‘Voor de tweede keer in een week tijd vaart een vrachtschip met honderden vluchtelingen stuurloos rond in de Middellandse Zee. [...] Het lijkt een nieuwe trend te zijn dat er vrachtschepen worden gebruikt in plaats van kleine bootjes.’ - Chiel te Bokkel is illustrator, cartoonist en grafisch ontwerper. In zijn beeld zoekt hij een combinatie [...]
17/01/15
Beeldredactie
10915273_10152974379817836_1949322317011219761_n

Hard//talk:
Hebdo

"Maar iemand die wel snapt dat iets satire is, maar op een ander, basaler niveau niet begrijpt wat dat is, een grap, dat is oneindig veel angstaanjagender."
08/01/15
Jan Postma
10882179_10154941907040570_8668732116516497509_n

Kerst:
Tradities

"Minstens zoveel als naar de puddingtaart zelf, zie ik uit naar alle gesprekken die er steevast mee gepaard gaan. Zoals die over de vraag of er nou rozijnen in horen of niet en de schande die wordt gesproken over de Canadese tak, die het ook op verjaardagen durft te serveren en naar het schijnt godbetert met slagroom."
26/12/14
Redactie
SFdystopie-

De toekomstroman

Is het toeval dat in Nederland Efter met gejuich onthaald wordt, terwijl het Nederlandse parlement met de wet ‘fraudeaanpak bestandskoppelingen’ zonder noemenswaardig protest de burger uitlevert aan een niet meer te controleren staatsmacht?
10/12/14
Gastbijdrage
luc2

Levenslessen van Luc de Vos

"Als je geen mooie jonge vrouw bent, probeer er dan op zijn minst vrolijk en fris voor te komen: dat maakt de wereld aangenamer."
02/12/14
Joyce de Badts
unnamed

Het Proces:
De Ratten van Autun

"De ratten worden gesommeerd om zich naar het genoemde veldje te begeven, binnen 6 dagen. Een uitzondering wordt gemaakt voor de ratten die kinderen hebben of zwanger zijn."
02/12/14
Gastbijdrage
koers!

Koers!

"In tegenstelling tot Katendrecht is Scherpenzeel geen beruchte koers. Er zijn geen bordelen langs de kant. De renners zijn geen hipsters op fixies, maar mensen met fulltime banen."
27/11/14
Gastbijdrage
DSC_0410-2

La Goutte d’Or:
de blik van een ander II

"Ik ga zitten op de stoel, blader in de Koran. Plots wordt een kant van het gordijn opgeheven."
26/11/14
Gastbijdrage
charlottepeys_correspondentiekeretkashua2

Post van Keret:
Briefwisseling met Sayed Kashua II

Afgelopen oorlog trok de Arabisch-Israëlische schrijver Sayed Kashua richting het koude Illinois. Kashua brengt verslag uit in een briefwisseling met Etgar Keret.
25/11/14
Redactie
Tarzan

Meisjes plagen

Mannen als Thierry Baudet moeten hun frustratie niet op de emancipatie botvieren, maar hun onzekerheid overwinnen, vindt Rutger.
24/11/14
Rutger Lemm
joost de woolf 600 px2_xf&m

A room for Joost de Vries

"De cultuur is rijp van ironie, feminisme, postmodernisme, en die toestand compliceert de vraag hoe te leven (als man). Dus is De Vries op zoek naar ‘regels’. Naar een manier van leven zonder jezelf steeds ironisch 'tussen haakjes te plaatsen'."
21/11/14
Thijs Kleinpaste
Meer Journalistiek laden »



Geniet je met enige regelmaat van onze artikelen? Ben je fan van hard//hoofds geweldige illustratoren, audiomakers en dichters? Dacht je al jaren: hoe zou ik hard//hoofd kunnen steunen?

Goed nieuws. Je kunt vanaf nu je dank uitdrukken in keiharde euro's en vriend van hard//hoofd worden. Wat je daarvoor terugkrijgt? Ons, alles wat we maken en eeuwige dank.

Word vriend van hard//hoofd