Illustratie: Joost Dekkers

Deze zomer schrijft Sara Kee vijf columns over low-budgetfestivals. Deel 1: over Boom en de energie van de massale glimlach." />

Illustratie: Joost Dekkers

Deze zomer schrijft Sara Kee vijf columns over low-budgetfestivals. Deel 1: over Boom en de energie van de massale glimlach." />

Hard//hoofd

Een spread uit Noir van Martine Stig - luister hier de podcast

We are one

Festivalcolumn I

Tekst Gastbijdrage

Deze zomer neemt Sara je mee. Ze bezoekt de lowbudget festivals Boom in Portugal, Teknival in locatie onbekend en Fusion in Duitsland. In vijf columns vertelt ze over de fascinatie voor het festival, hedonisme, commercialiteit, massaliteit en het 'we are one'-gevoel. Deel 1 gaat over Boom en de energie van de massale glimlach.




‘We are one’ staat er in levensgrote houten letters op de berg. Wij staan daar naast en hebben uitzicht over het hele festival. Het is de meest rustige plek die we konden vinden, waarschijnlijk te danken aan de kleine beklimming. Mijn vriendje leunt tegen de W. Ex-vriendje moet ik zeggen, we hebben het net uitgemaakt. ‘We are one’ kan er niet meer naast zitten.

Leeg, van het lange gesprek, en verdrietig over de uitkomst, baan ik me een weg door de genietende menigte. De zon schijnt, de muziek staat aan, iedereen sprankelt van geluk. Eenmaal aangekomen in ons kamp, we zijn er met een groep vrienden, vind ik snel een luisterend oor. Beter, oordelen zij. Ze kunnen ons gechagrijn van de afgelopen dagen niet meer aanzien. Na een klein kwartiertje merk ik dat hun aandacht afneemt. Ze willen dansen, een bepaalde dj zien en onderweg nog wat eten. Mijn hoofd staat nergens naar, maar daar kunnen zij niet op wachten. Het feest duurt nog twee dagen, daarna is er genoeg tijd om te rouwen. ‘Zet je er gewoon over heen,’ luidt het advies. Een beetje verbouwereerd ben ik wel: zijn dit dezelfde vrienden als thuis? Toch laat ik me op sleeptouw nemen en doe mijn best niet al te sip te kijken.

Ik had me enorm verheugd op dit evenement: Boom, het grootste trance festival van Europa. Alles is mogelijk. Het is een golf waar we als surfers op hebben liggen wachten en waarop we nu het universum doorkruisen. Alleen ik ben ten val geraakt, in een draaikolk verdwenen en tegen de bodem gesmakt. Nu ik proestend boven kom, zie ik de andere surfers nog net in de verte verdwijnen.

Waarom? Waarom begin ik deze zomerserie met de slechtste festivalervaring ooit? Wat is erger dan eenzaam te zijn te midden van een massa? Toch hoort die beleving erbij. Vervreemding is onderdeel van massaliteit. Het ene moment maak je er deel van uit, raak je de toppen van het bestaan, het volgende moment sta je er buiten en kijk je er naar. Ik hou van die ambiguïteit. Alleen maar leuk is niet genoeg, er moet iets op het spel staan.

Is dat de aantrekkingskracht van een festival? Blijkbaar willen we graag deel uitmaken van een groter geheel. Maar is iets echt leuker als je het met tienduizend man tegelijk beleeft? Komt iedereen voor die ‘we are one’ ervaring?

Wat mij aanspreekt in festivals is de overgave die het van de deelnemer vraagt. Tijd en plaats krijgen een relatieve betekenis. Het festival is een miniwereld voor zolang als het duurt. Alle dagelijkse gedachtes over werk, school, geld of relaties verdwijnen naar de achtergrond. (Voorwaarde is wel dat je die problemen niet meeneemt, want dan komen ze des te harder naar voren, zoals uit de eerste alinea blijkt)


Illustratie: Joost Dekkers




Wanneer ik na een paar dagen festival thuiskom, voelt het of ik weken ben weggeweest. Dat komt door de hectiek, de constante stroom van indrukken, de bas die zonder onderbreking de grond doet trillen, de momenten van euforie bij een goed concert en de walging bij het betreden van een goor toilet. Door al die ervaringen zit ik zo tjokvol informatie, dat ik veel meer tijd nodig zou hebben om ze volgens de normale procedures een plek te geven. Door mijn hoofd raast een wervelwind die alles van zijn plek haalt en eens flink afstoft.

Het festival is een hedonistische gelegenheid op en top. Men komt om te genieten. De energie van duizenden mensen die een glimlach opzetten kan overweldigend zijn en brengt prettige, sociale eigenschappen in ons naar boven. Het zorgt er voor dat je praatjes maakt met de buren op de camping en een biertje deelt met vreemden. Een paar dagen zonder enige planning door dag en nacht struikelen is bevrijdend voor wie er thuis een strak georganiseerde agenda op na houdt. Gezond zelfs, zo dunkt mij. Onderdeel zijn van de chaos, je weg er in vinden, geeft een machtig gevoel. Raak je de weg kwijt, dan ben je plotseling niet meer dan een mier in de mierenhoop. Het feestgedruis verandert in iets vijandigs. Dan komt de negatieve bijsmaak van hedonisme naar boven. Het is egoïstisch, nietsontziend. Wie in de weg staat van de lol, komt er bekaaid van af. De ervaren festivalganger weet dat dit een impliciet advies is om goed voor zichzelf te zorgen, want op het gezelschap van een ondervoedde, laveloze, al drie dagen wakkere vriend zit niemand te wachten.

Na het uitmaak-fiasco was er in mijn buik geen plek voor festivalvlinders. Tot het weer zomer werd, vrienden plannen maakten om er met busjes op uit te trekken en zij me er van overtuigden dat ik niet achter kon blijven. Zonder verwachtingen en zonder vriendje bleek het een stuk makkelijker. Deze keer was het eerlijker, ik wist beter waar ik aan toe was en waar ik wel en niet op kon rekenen. Je kan hedonisme veroordelen, er bang voor zijn, maar tegelijkertijd kan je er zelf vorm aan geven.
In mijn optiek draagt de mate van commercialiteit een hoop bij aan de onverschilligheid van festivalgangers. Wie veel geld uitgeeft lijkt te denken daarmee zijn verantwoordelijkheid af te kopen en vervalt gemakkelijk tot asociaal gedrag. Het prettige neveneffect daarvan is dat de leukste festivals in de regel tot de goedkoopste behoren. Maar... je moet ze wel weten te vinden, want veel van deze evenementen maken weinig tot geen reclame voor zichzelf. De echte liefhebbers kennen ze immers toch wel.

Deze zomer neem ik je mee. Vier keer gaan we op pad, op bezoek bij subculturen, nieuwe muziekgenres, langs bands, theater, dj’s, live acts en vooral op zoek naar dat ‘we are one’ festivalgevoel.

--
Sara Kee (1984) is schrijfster en filosofe. Ze schreef voor 'De Groene Amsterdammer', maakte de documentaire 'Wavumba - zij die naar vis ruiken' en reisde de hele wereld over. Haar eerste bundel reisverhalen verscheen onder de titel 'Reis! Alleen over de wereld' bij uitgeverij Nijgh & van Ditmar (2012).

Deze columns verschijnen in samenwerking met Vlaams-Nederlands cultuurhuis deBuren.

Deel op of
b
a
a