Minimalisme, gelaagdheid, moderne kunst en humor in een uitgebreid interview met de Britse band Githead. "Interviews met rockbands zijn vaak heel banaal: ‘het optreden was tof, de meisjes op de tour waren te gek’. Wij praten daarentegen over ideeën, filosofieën en structuren."" /> Minimalisme, gelaagdheid, moderne kunst en humor in een uitgebreid interview met de Britse band Githead. "Interviews met rockbands zijn vaak heel banaal: ‘het optreden was tof, de meisjes op de tour waren te gek’. Wij praten daarentegen over ideeën, filosofieën en structuren."" />

Hard//hoofd

//winkel

Githead

Interview

Tekst Melle Kromhout


De Britse band Githead debuteerde in 2004 met de EP Headgit, maar de vier leden waren destijds allerminst vreemden in de muziekbusiness. Gitarist/zanger Colin Newman is al meer dan dertig jaar één van de drijvende krachten achter de legendarisch band Wire, medegitarist Robin Rimbaud is onder de naam Scanner bekend als elektronicapionier en de ritmesectie Malka Spigel (zang, bas) en Max Franken (drums) speelde in de jaren tachtig in de Nederlands-Israëlische band Minimal Compact. Toch is Githead geen ‘supergroep,’ maar een echte hardwerkende band met een kenmerkend eigen geluid, die vanaf hun debuut keihard aan de weg timmeren om hun reputatie te vestigen. Dat resulteerde tot op heden in drie albums, waarvan het laatste, Landing, in najaar 2009 verscheen.


De bedoeling was dat ik Githead zou spreken voor hun optreden in de Melkweg in Amsterdam, afgelopen november. Maar door gebrekkige communicatie liep dat helaas mis. Mijn vragen zijn daarom per mail opgestuurd, waarna ik enige tijd later een, met een iPhone opgenomen, audiobestand terug kreeg, waarop Newman, Spigel en Rimbaud mijn vragen uitvoerig, onderhoudend en amusant beantwoordden.


Helaas is het hele interview te lang om uitgeschreven op hard//hoofd weer te geven, maar geïnteresseerden kunnen het originele audiobestand met het hele interview in het Engels onderaan de pagina alsnog beluisteren.

- - -


Uit interviews krijg ik de indruk dat Githead draait om het samen spelen, elkaar vinden en creativiteit uitwisselen: er spreekt een zekere ‘vrijheid’ uit. Hoe maak je de overgang van deze ‘vrijheid’ – een ‘intuïtieve’ aanpak – naar weloverwogen besluiten en beperkingen?

Malka – ”Ik denk dat al de ‘vrije’ elementen aan het begin van het proces zitten. Als we samen spelen zeggen we niet ‘laten we dit of dat doen,’ we spelen gewoon en als we denken dat iets goed is besluiten we dat dat het is. In een later stadium, als het gemixt wordt en Colin er mee aan de slag gaat, worden de meer berekende beslissingen genomen.”

Robin – ”Dat is een goed punt: het is volkomen open als we beginnen, het komt uit het niets, het is er plotseling, maar op een bepaald punt moet het natuurlijk ‘beperkt’ worden.”

M – ”Anders gaat het nergens heen.”

R – ”Inderdaad. De band weet ondertussen wat voor stem ze moet vinden. Wij vinden die in gedisciplineerde herhaling en het ‘fine-tunen’ van de partijen.”

M – ”Ik denk dat dat het karakter van Githead bepaalt: een vrijheid aan het begin en structurering vanuit die vrijheid, dat bepaald het Githead-geluid.”

R – ”Het is niet zo dat er een ‘song’ wordt geschreven en wij allemaal onze partijen leren.”

Er ligt een nadruk op herhaling in jullie muziek. Zo’n ‘minimalistische’ aanpak vereist een subtiele balans tussen repetitieve elementen en (momenten van) verandering en overgang. Hoe vinden jullie deze balans?

Colin – ”Voor mij is zo’n minimalistische aanpak vanzelfsprekend. Er ligt een zekere elegantie in een ‘structuur’ die de boodschap overbrengt zonder overbodige ruis. Dat gaat op voor alle vormen van kunst. Het is zaak om strategische punten te vinden waar een overgang het beste de bedoeling uitdrukt. In mijn ervaring is dit niet iets dat mentaal gebeurd, het moet simpelweg aangevoeld worden. Meestal is het heel duidelijk.”

R – ”Ik denk dat je in bepaald opzicht uit ervaring leert hoe je een verhaal kan vertellen met een minimum aan middelen. Wij gebruiken in veel opzichten de meest gelimiteerde middelen om een volledige verhaal te vertellen.”

De muziek van Githead is altijd erg gelaagd en het komt mij voor dat Landing nog gelaagder is dan voorganger Art Pop. Hoe bouw je deze ‘lagen’ op en wat is het nut, de betekenis of de impact van zo’n dichte structuur?

C – ”Voor zover ik mij voor de geest kan halen zijn er nooit meer dan drie gitaarpartijen op hetzelfde moment te horen, meestal twee, en klinkt er verder bijna nooit meer dan bas, drum en stem op het album. Meestal heeft de gelaagdheid te maken met re-ampen [het opnieuw door versterkers en effecten halen van een reeds opgenomen partij. MK] en met meerdere microfoons opnemen in de studio in Rotterdam. Het nummer ‘Lightswimmer’ is een goed voorbeeld: er zijn een boel gitaarsporen, maar niet veel verschillende partijen. Op de één of andere manier klinkt het nummer toch heel groots, qua gitaren.”

M – ”Waarschijnlijk vergelijk je onze muziek met muziek waarin er allerlei losse stukjes zijn en elk instrument zijn losse stukjes speelt, terwijl wij lagen creëren. Ik hou sowieso veel meer van dat soort muziek - ik hou niet van muziek met veel verschillende stukjes, waar iedereen zijn partij speelt en er een boel overgangen zijn.”

R – ”De lagen werken waar ze nodig zijn en anders worden ze als het ware ‘afgepeld.’ Ik heb het gevoel dat gelaagdheid het beste werkt om een dergelijke spanning te leveren. Dit komt naar voren als we live spelen: het levert een grootsheid op. Op het album is dat lastiger; Colin besteed een heleboel tijd aan het in elkaar weven, zoals een handwerksman met een naaisetje.”

[audio: http://www.hardhoofd.com/wp-content/uploads/2010/01/07-Lightswimmer.mp3]
Githead - Lightswimmer (Landing, 2009)

Ik las in een interview dat jullie met dit album Robin aangemoedigd hebben om ‘in Colins gitaar te spelen, omdat dat een interessantere plek is.’ Kunnen jullie daar meer over zeggen? Wat is dat voor plek en wat is er interessant aan?

R – ”Eerlijk gezegd ben ik altijd op zoek naar een plek die niet van Colin is. Ik ben altijd op zoek naar een ‘open’ geluid. Ik ben op zoek naar deze plek ‘in’ Colins partijen, maar tegelijkertijd probeer ik het open te gooien, te ontsluiten. Zoals Harry Potter probeer ik het raadsel te ontsluiten...”

M – ”Ik denk dat het heel interessant is dat je soms niet kan bepalen wie wat speelt en de gitaren bijna één nieuwe partij creëren. Dat slaat ook terug op die gelaagdheid.”

C – ”Dat klopt, het gaat om de gelaagdheid. Het is ook een vraag van ‘rhythm’- of 'lead'-gitaar. Ik ben altijd een rhythm-gitarist en ik vind dat het goed klinkt als wij allebei rhythm-gitaar spelen, in plaats van één rhythm partij en één lead partij.”

M – "Githead is geen traditionele band met een voor de hand liggende ‘rhythm’- en ‘lead’-gitarist.”

R – [lacht] “Ik doe al de solo’s op mijn eigen soloalbums. Ik bewaar ze allemaal...”

C – “Ik dacht dat je ging zeggen dat je een plaat met alleen gitaarsolo’s ging maken...!”

R – ”Ja, er komt een driedelige boxset uit met alleen maar gitaarsolo’s die eigenlijk op Githead-platen zouden komen.”

C – ”Ja, natuurlijk... met een extra bonusdisc met drumsolo’s.”

R – ”Zeker... maar wel allemaal op de gitaar gespeeld...”

[gelach]

Jullie produceren al jullie platen zelf. Ik ben van mening dat dit nooit slechts een praktische, maar altijd ook een artistieke keuze is. Wat zijn de voor- en nadelen van zelf produceren?

C – ”Als je naar de studiopagina op mijn website gaat kun je zien dat die studio een belangrijk onderdeel is van mijn werkwijze. Het is ook de plaats waar Githead ontstond. Voor mij is het zowel praktisch als artistiek. Het komt voort uit een praktisch aspect. Malka en ik hebben een eigen label en we hebben onze eigen studio. Dat betekent dat we het hele proces samen kunnen doen en kunnen eindigen met iets wat op zijn minst de potentie heeft om zichzelf terug te betalen. Dat is de praktische kant, maar er is ook een artistieke kant, want ik vraag me af of ik zou kunnen werken met iemand anders; een album maken en het dan laten mixen door een derde.”

M – ”Ik denk dat het heel interessant is. Toen ik in Minimal Compact zat schreven we nummers in een oefenruimte, gingen een studio in en daar was dan altijd een engineer en een producer aanwezig. Soms duwt een producer de muziek een andere richting op. Het is interessant om een kant op te gaan waar je zelf nooit aan zou denken, die je plotseling ontdekt. Het kan een probleem zijn, maar het is ook interessant. Het probleem met zelf produceren is dat je alles controleert en je dus de discipline moet hebben om een stap terug te doen en objectief te kijken naar wat je doet.”

R – ”Als we een ongelimiteerd budget zouden hebben en iemand ons zou produceren, dan zouden we dat misschien heel leuk vinden, om te zien wat hij bijdraagt...”

M – ”Ja, maar vanwege onze ervaring zouden we ook heel veel problemen hebben, omdat we het niet eens zijn met wat hij doet.”

R – ”Natuurlijk, maar dat is deels waar het om gaat, niet? Het gaat om het inleveren van verantwoordelijkheid.”

C – ”Ja, maar dan is er ook nog het aspect dat heel veel artiesten goed zijn in dingen beginnen, maar niet in dingen afmaken. Ik heb ervaren dat heel veel mensen met wie ik werk buiten Githead niet in staat zijn dingen af te maken...”

In vergelijking met jullie eerdere albums staan er op Landing minder ‘atmosferische’ elementen (soundscapes, elektronica etc.). Ik krijg de indruk dat de ‘atmosfeer’ meer vanuit de nummers zelf komt. Zijn jullie het daarmee eens en zo ja, is dat een bewuste keuze?

R – ”Volgens mij is het is veel meer een interne taal geworden. In plaats van dat er iets ‘bovenop’ wordt geplaatst, wordt het geïntegreerd.”

C – ”Zoals ik het zie, is het een onderdeel van een ontwikkeling. Van Headgit tot Landing was er een proces van ‘de band vinden.’ Landing lijkt meer op de liveband dan elke andere Githead plaat. Er zijn geen technische redenen waarom we niet elk nummer van het album live zouden kunnen spelen. Het is niet de bedoeling dat het klinkt als een liveband, maar wel dat het klinkt als een band.”

B – ”Dat is waar. We spelen alles zelf.”

C – ”Het is geen hiphop, [lacht] want dat is iets wat ik het afgelopen jaar heb besloten, dat ik geen hiphop platen meer wil maken...”

Landing klinkt meer als de liveband dan zijn voorgangers. Wat is het verschil of de continuïteit tussen opname en optreden? Hoe zijn die twee met elkaar verbonden?

C – "Hebben we dat niet al gezegd?”

M – "Nou, nee... ik denk dat er in het verleden meer in de studio gebeurde dan bij Landing. De basis was minder af. Hadden we meer voltooide songs voor Landing?”

C – "Nee, ik denk dat het te maken heeft met hoe we bij Landing te werk zijn gegaan. We hebben een aantal bewuste methodes toegepast om er zeker van te zijn dat het niet zou gaan klinken als ‘stukjes’ die aan elkaar zijn geplakt. Één methode is dat we op Landing niets deden dat op wat voor manier dan ook op een elektronische beat of loop is gebaseerd. Vroeger gebruikte we heel veel drumloops en het is heel anders om een echte drummer te gebruiken. Zo hebben we een aantal viersporen-opnames gemaakt met een kleine beatbox die uit Malka’s casio kwam. We gebruikten dat doelbewust, zodat we op geen enkele manier aan de drumpartijen vast zouden komen te zitten. De drums kwamen dus pas later, toen Max ze inspeelde.”

Ik las interviews ten tijde van jullie debuut Profile waarin jullie het hadden over jullie ‘sterke band met de hedendaagse kunst, die ons in staat stelt om bepaalde creatieve strategieën in onze projecten te gebruiken’ (2005). In een recent interview met The Quietus stelde Colin dat jullie ‘in principe proberen eigentijdse muziek [contemporary music] te maken.’ Wat is deze relatie tussen Githead en hedendaagse kunst? En wat betekent het om ‘eigentijds muziek’ te maken?”

R – "Jeetje… Je zou het simpel kunnen houden en zeggen dat het een artistiek proces is. Ik zie geen verschil tussen muziek maken met Githead en een foto maken of een sculptuur of wat dan ook. Ik vind die manier van labelen van expressieve momenten tamelijk problematisch. Ik denk dat het te maken heeft met het feit dat wij in staat zijn om over ideeën te praten. Zonder arrogant te willen klinken: als ik interviews met rockbands lees dan zijn die vaak heel banaal; ze praten over hele simpele dingen in de trant van ‘het optreden was tof, de meisjes op de tour waren te gek en we kijken er naar uit om meer optredens te doen’ – niet heel erg uitdagend. Wij praten daarentegen over ideeën, filosofieën en structuren.”

M – "Ja, maar die dingen hebben niet noodzakelijkerwijs direct iets met de muziek te maken. Gedurende de jaren vind ik het steeds lastiger worden om echt over de muziek te praten, in woorden...”

R – "Sommige mensen hebben de gave om dit soort dingen tot uitdrukking te brengen. Één van mijn vaardigheden is dat ik in staat ben over ideeën te praten. Soms zijn die ideeën sterker dan het werk zelf, als ik kritisch naar mijn eigen werk kijk.”

M – "Ja, natuurlijk, maar dat wordt ook aangemoedigd op de kunstacademie. Toen ik op de kunstacademie zat, ontdekte ik dat mensen die over ideeën konden praten het beter deden dan mensen die wellicht dingen creëerden die interessant waren, maar deze niet konden verkopen...”

R – "Jeff Koons is een goed voorbeeld. Jeff Koons kan zijn werk fantastisch verkopen, maar het werk op zichzelf lost die belofte wellicht niet helemaal in.”

C – "Ik zou hieraan willen toevoegen dat wat ik bedoelde met ‘eigentijdse muziek’ in een context staat van de cultuur die wij in dit land, Groot-Brittannië, hebben, in het bijzonder met betrekking op muzikanten die al een tijdje meedraaien. Ikzelf zit in een band [Wire] die beschouwd wordt als een ‘classic’ band; je wordt dan verondersteld om gewoon je bek te houden en het verleden (na) te spelen. Ik hoorde op de radio een recensent van The Observer, Miranda Sawyer, zeggen dat niemand geïnteresseerd is in leden van ‘classic’ bands die eigentijdse muziek maken; mensen zijn alleen geïnteresseerd in het verleden.”

M – "Ze heeft een punt…”

C – "Ja, ze heeft een punt, maar één van de dingen die ik als artiest altijd consequent heb geprobeerd is om te werken met eigentijdse media, om niet iemand te zijn die zijn toevlucht zocht in het verleden. Ik denk dat mensen Wire ook op die manier zien, en Githead zeker. Één van de kwaliteiten van Githead is dan ook dat het eigenlijk heel erg goed is. We zijn goed op het gebied van ideeën, maar ook in wat we doen; er zijn weinig acts die dat hebben. Misschien klinkt dat behoorlijk arrogant, maar er zijn, zoals Robin aangaf, een heleboel mensen die fantastische ideeën hebben, maar geen fantastisch werk produceren en een heleboel mensen die fantastisch werk produceren, maar die er niet echt iets over te melden hebben. Het gegeven van een groep mensen die in staat is iets fantastisch te maken en interessante ideeën daarover heeft is, denk ik, fascinerend en iets dat ons heel aantrekkelijk maakt.”

Het volledige interview met Githead (26 minuten) is hier in het Engels te beluisteren:
[Audio: http://www.hardhoofd.com/wp-content/uploads/2010/01/Githead-Interview-compr..mp3]


www.githead.com


Deel op of
Melle Kromhout
b
a
a