© 2009-2012 | colofon en contact

◊ 18 oktober 09

Mooi Amsterdam

Foto: Pieter Colombijn 'Mooi Amsterdam', een muzikale reactie van Sofie op de briefwisseling tussen Elon en Melle.

◊ artikel

Sofie laat zich elke twee weken inspireren door iets wat op hard//hoofd is verschenen. In een liedje reageert zij op een van de foto’s, teksten of filmpjes.

Deze keer koos zij voor de briefwisseling tussen Elon en Melle (die je hieronder nog eens kunt lezen) en schreef ze ‘Mooi Amsterdam’.

[audio:http://www.hardhoofd.com/wp-content/uploads/2009/10/Mooi-Amsterdam2.mp3]

————————————-

Amsterdam, 10 september 2009

Beste Melle,

Ik weet nog wel dat ik in een ver verleden Amsterdam fel verdedigd heb tegen beschuldigingen van saaiheid en burgerlijkheid. Ik woonde toen in Boston en verlangde met weemoed naar Amsterdam. Ik verlangde naar de openheid en het veel socialere karakter van de samenleving.

Sindsdien, we kwamen toen vers van de middelbare school, hebben we gestudeerd en hebben we wat meer van de wereld gezien. Samen, alleen, op vakantie of voor een langer verblijf om wat voor reden dan ook. Het heeft me steeds weer teruggebracht naar die discussie. Ook nu weer. En langzaam maar zeker ben ik steeds meer mijn ongelijk gaan beseffen.

Ik weet nog goed dat ik toen graag in Amsterdam wilde zijn, in Amsterdam wilde leven. Ik vond Amsterdam spannend en uitdagend. Toen ik terugkwam vond ik een stukje geborgenheid in deze stad. Ik voelde me thuis. Als het lekker weer was en we voor een biertje een terras opzochten, kwamen we altijd wel mensen tegen. Dan schoven we aan of zij bij ons. En als we weer door gingen naar een volgende plek kwamen we weer andere mensen tegen en die andere mensen waren weer met andere mensen die we misschien minder goed kenden, maar zo kwamen we elkaar tegen en leek het alsof iedereen bij ons hoorde en voelde het soms alsof de stad echt van ons was en niemand ons iets kon maken.

Maar de stad heeft haar glans een beetje verloren. We komen nog steeds veel mensen tegen, want, toegegeven, Amsterdam is nou eenmaal een dorp. Maar ze geven me niet meer datzelfde gevoel. Zo af en toe komen we nieuwe mensen tegen en dan kruisen die weer een tijdje ons pad en na een tijdje verdwijnen ze weer geruisloos van het toneel. Soms vragen we ons later nog wel eens af wat er met die of die gebeurd is, maar nooit hebben we het echt over de essentie, namelijk dat ze allemaal figuranten zijn, en wij ook. Wij en al die mensen zijn verworden tot oppervlakkigheden. Vaak voel ik niet eens meer de prikkeling om me oprecht voor mensen te interesseren, want ze zijn toch allemaal hetzelfde geworden. Net als de cafés, de huiskamers, de lege plekken in het hoge gras en de straathoeken van de stad waar we in rondlopen, hebben de mensen hun glans in mijn ogen verloren en kan ik niets anders dan te wachten tot ze weer verdwenen zijn.

We trekken er nooit meer op uit, Melle. Enkel uit plichtsgetrouwheid zoeken we nog wel eens naar nieuwe plekken. Maar zelfs de nieuwe plekken voelen niet anders dan de oude. We zijn eraan gewend geraakt en hebben onze interesse verloren. Laatst zaten we bij het Prinsengrachtconcert, omgeven door het oeverloze gekakel van mensen om ons heen. Toen de zon langzaam onderging, keek ik heel even door de bomen en de mensen naar de scheve huizen, maar normaal gesproken kijk ik erlangs. Het lawaai en de platvloersheid zijn me teveel geworden.

Vroeger gaven we altijd af op die platvloersheid. We waren ironisch. Maar het is steeds erger geworden en de ironie heeft me aangevroten. Mijn verachting groeit en ik raak steeds meer vervreemd van de stad en de mensen. Amsterdam is saai geworden en haar bevolking een logge, navelstarende bende. Ik heb een nieuwe impuls nodig, voordat de kneuterigheid me verteert. Begrijp me niet verkeerd. Ik ben nog steeds thuis in deze stad en zal dat altijd blijven, maar de winter duurt me hier te lang. Ik wil niet meer wakker worden in het donker. Ik wil niet meer door de regen naar huis.

Een lieve groet van je goede vriend,

Elon

P.S.: Vorige week was ik in Parijs. Parijs is alles wat Amsterdam niet is. Het is groots en meeslepend. Er is zoveel te ontdekken. Zo veel indrukken, geuren en smaken. Parijse vrouwen hebben een gratie die we in Nederland nauwelijks kennen. Ze zijn trots en fijnzinnig. Nederlandse vrouwen sloffen en sjokken maar een beetje. Ze zijn zo opzichtig. Parijs is totaal anders. Parijs is een prachtige vrouw die geruisloos de hoek omdraait en…

verdwenen is.

————————————-

Amsterdam, 10 september 2009

Beste Elon,

Aangezien inspiratie schaars kan zijn en je brief vraagt om beantwoording, smeed ik het ijzer als het heet is. Laat ik voorop stellen dat ik het in essentie eens ben met wat je schrijft of op zijn minst in kan voelen waar je frustratie vandaan komt en deze grotendeels deel. Niettemin komt het me voor dat er in je aanklacht tegen de verburgerlijking van Amsterdam een aantal dingen door elkaar lopen. Naast je cultuurpessimistische argument en ontevredenheid met het huidige tijdsgewricht, spreken er ook een zekere nostalgie en melancholie uit, die eerder persoonlijk van aard zijn.

Je schrijft “we trekken er nooit meer op uit,” en dit is misschien wel zo. Maar de vraag is in hoeverre dit iets te maken heeft met de stad waarin wij wonen. Paradoxaal genoeg lijkt het zo te zijn dat, terwijl onze wereld groter wordt – we hebben gereisd, we spreken en lezen meer talen, we hebben in andere landen gewoond – onze wereld ook kleiner wordt. Mensen zijn gewoontedieren en de verplichtingen die een ‘volwassen’ leven onderscheiden van die van een scholier of student, maken dat tijd en geld gelimiteerd worden en verantwoordelijkheden zwaarder gaan wegen. Dat we nooit meer op zoek gaan naar nieuwe plekken, is wellicht het gevolg hiervan. Dat Amsterdam een dorp is, draagt daar allicht aan bij. We worden ouder.

Het lijkt mij belangrijk deze enigszins melancholische hang naar het avontuur, de vernieuwing, het onbekende, het braakliggende land, dat kenmerkend is voor mensen die juist hun school hebben afgemaakt, te scheiden van de meer algemene kritiek op de stad Amsterdam en wellicht het land Nederland. Wat dat aangaat lees ik in je brief twee dingen: ten eerste een desinteresse in mensen, gevoed door de constante confrontatie met lawaai en de platvloersheid. Hoewel ik huiverig ben voor elitarisme kan ik me hier gedeeltelijk in vinden. En dat onze ironische, soms grove, benadering hiervan in het verleden leidt tot afstomping kan ik beamen. Ik ben van mening dat deze platvloersheid te maken heeft met een voortschrijdend egocentrisme. Dit betekent dat de desinteresse in andere mensen niet zozeer het gevolg als wel de oorzaak is van veel van dit gedrag. Het is dus zaak om, hoe moeilijk dat ook is, zelf een zekere empathie niet te verliezen.

Ten tweede de stad. “Amsterdam is saai geworden en haar bevolking een logge, navelstarende bende,” schrijf je. Dit is waar. Alhoewel ik ook denk dat jij en ik anders in de stad en het leven staan dan toen wij achttien/twintig waren en onze veranderde verhouding tot die stad haar anders doet voorkomen, is er tijdens ons leven een verregaande vertrutting, verhipping en verburgerlijking ingetreden die mensen lui, decadent en arrogant lijkt te maken en die steeds minder ruimte laat voor het aftandse, het vuile, het viezige, het spannende en het onplaatsbare. Ik denk dat wij moeten constateren dat Amsterdam geen wereldstad is en Nederland een in toenemende mate in zichzelf gekeerd land. Het huidige politieke klimaat en de staat van onze media zijn hier schrijnende getuigen van. Het is een ironisch gevolg van de globalisering, dat de lokale identiteit en ieders triviale heug en meug tot steeds groter goed worden verheven.

Als laatste punt wil ik nog reageren op je observatie over Parijs. Parijs is een stad die grootsheid en geschiedenis uitstraalt op een manier die Amsterdam niet doet. Daarnaast is Parijs natuurlijk gewoon groter. Niettemin moet je oppassen voor idealisering. Voor jouw is Parijs altijd nieuw en onbekend. Je bent er immers steeds maar kort en je kiest zorgvuldig uit waar je wel en niet komt. Of de Parijzenaren in laatste instantie zoveel mondainer en minder kneuterig en egocentrisch zijn valt volgens mij echter nog te bezien. De situatie in de Banlieux en vooral de reactie daarop van politiek en bevolking zijn wat dat betreft voor mij veelzeggend geweest. Dat er in een stad als Parijs (of Londen, Madrid of Berlijn) meer valt te beleven en dat het minder geneigd is in zijn volledigheid in kleinburgerlijkheid te vervallen, wil ik beamen. Maar dat de grotere cultuur- en mentaliteitshistorische ontwikkelingen die ten grondslag liggen aan je cultuurpessimistische visie hier niet van invloed zijn, betwijfel ik.

Ik wacht op je reactie.

Tot die tijd veel liefs,

Melle